Extra wetenschapsgeld vooral naar vernieuwend onderzoek

Een supercomputer die omvangrijke berekeningen kan maken; onderzoek naar nieuwe materialen, naar klimaatverandering, naar duurzaam voedsel, maar ook naar bijvoorbeeld kansenongelijkheid. Zomaar een greep uit de projecten die kunnen profiteren van de financiële miljoenenimpuls voor wetenschap, die in het regeerakkoord is opgenomen. De ministerraad heeft ingestemd met de plannen van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de aanwending van dit extra geld. Van Engelshoven: 'Met deze plannen investeren we fors in wetenschap en geven we meer ruimte aan vernieuwend onderzoek.'

Het kabinet heeft besloten om het budget voor fundamenteel onderzoek stapsgewijs te verhogen tot jaarlijks 200 miljoen euro structureel vanaf 2020. Voor toegepast onderzoek en innovatie gebeurt dat met hetzelfde bedrag. Tenslotte wordt 2 maal 50 miljoen beschikbaar gesteld voor wetenschappelijke onderzoeksinfrastructuur. In totaal investeert het kabinet hiermee 500 miljoen euro extra in wetenschap en onderzoek waarvan 400 miljoen euro structureel.

Nationale Wetenschapsagenda

Vernieuwend en maatschappelijk relevant onderzoek via de Nationale Wetenschapsagenda krijgt vooral een financiële injectie. In 2018 is daarvoor 70 miljoen extra beschikbaar, oplopend tot 108 miljoen in 2019 en 130 miljoen vanaf 2020. In de Nationale Wetenschapsagenda werken universiteiten, hogescholen en andere kennisinstellingen (zoals TNO en het KNMI) samen met diverse organisaties en het bedrijfsleven aan wetenschappelijke doorbraken en maatschappelijke opgaven. Te denken valt aan onderzoek naar de oorsprong van het leven, watermanagement, een veilige samenleving, cybersecurity, duurzaam voedsel en kansenongelijkheid. 'Deze vormen van samenwerking zijn van groot belang om maatschappelijke vraagstukken effectief op te kunnen pakken. Wetenschap krijgt hierdoor meer impact,' aldus Van Engelshoven.

De Nationale Wetenschapsagenda was al op beperkte schaal gestart en wordt uitgebouwd tot een jaarlijkse programmeerronde van 130 miljoen euro via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hierbij wordt ingezet op het uitvoeren van meerjarig onderzoek in samenwerkingsverbanden.

Supercomputer

In de plannen is er verder veel oog voor de digitale onderzoeksinfrastructuur. Die draagt bij aan het beter benutten van onderzoek en optimale toegankelijkheid van data (open science) ten behoeve van antwoorden op wetenschappelijke, maatschappelijke en economische vragen. Voor de digitale infrastructuur komt vanaf 2018 jaarlijks 20 miljoen euro beschikbaar. Het grootste deel van dat geld wordt gericht op high performance computing . Dat zijn supercomputers met enorme opslag- en rekencapaciteit waardoor big data-onderzoek mogelijk wordt dat van belang is om bijvoorbeeld klimaatverandering beter te begrijpen. Ook is er een toenemende behoefte aan supercomputers voor het ontsluiten en bruikbaar maken van data voor toepassingen in de praktijk, zoals op het terrein van persoonlijke gezondheid en zorg

Bèta en techniek

Het kabinet onderkent dat er forse uitdagingen zijn in de sector Bèta en Techniek. Daarom komt oplopend tot 70 miljoen euro per jaar beschikbaar zodat er vooral meer ruimte komt voor onderzoek van hoge kwaliteit en opleiding van gekwalificeerde studenten in deze sectoren. ,,Onlangs was ik op bezoek bij een toonaangevend bedrijf als ASML en toen werd mij weer duidelijk dat hieraan grote behoefte is. Zeer welkom dus dat we hier nu in kunnen investeren.” Ook is er ruimte voor investeringen in sociale- en geesteswetenschappen. ,,Die spelen immers een belangrijke rol op terreinen als verduurzaming, conflictbemiddeling en gezondheid; vraagstukken die volop spelen in de samenleving’’, schetst de minister. Het extra geld komt beschikbaar via sectorplannen.

Nederland wil mee kunnen doen aan meer internationale onderzoeksfaciliteiten van wereldformaat zoals al gebeurt bij CERN en ESO. Hiervoor komt 60 miljoen beschikbaar. Dit is niet alleen van belang voor internationaal onderzoek van het hoogste niveau, Nederlandse deelname aan nieuwe onderzoeksprojecten kan ook nieuwe opdrachten opleveren voor Nederlandse bedrijven bij de bouw van deze nieuwe faciliteiten. 

Praktijkgericht onderzoek

Hogescholen slaan een brug tussen kennis uit onderzoek en de innovatie in de beroepspraktijk. Ze kunnen daarom uitstekende bijdragen leveren aan onderzoek gericht op innovatie en maatschappelijke vraagstukken en hebben een grote regionale impact. Dit praktijkgericht onderzoek van hogescholen wordt versterkt met een bedrag oplopend tot 25 miljoen euro vanaf 2020.

De uitwerking van de diverse plannen is inmiddels gestart in overleg met verschillende departementen en partijen uit de kenniscoalitie (VSNU, Vereniging Hogescholen, NFU, KNAW, NWO, VNO-NCW, MKB-Nederland, TNO/TO2) . 'Ik ben ervan overtuigd dat we met deze investering in zowel fundamenteel als toegepast onderzoek een krachtige impuls geven waarmee de wetenschap structureel wordt versterkt,' aldus Van Engelshoven.