Minister-president Rutte spreekt in Den Haag met bondskanselier Merkel

Minister-president Rutte heeft vandaag in Den Haag gesproken met de Duitse bondskanselier Merkel. Het gesprek spitste zich toe op de ontwikkelingen in de Europese Unie. Lees hier de uitgebreide reactie van de minister-president:

‘Angela Merkel en ik hebben een hechte band: als collega’s in diverse internationale samenwerkingsverbanden en inmiddels ook op persoonlijk vlak. Ik vond het dan ook een groot genoegen om vandaag weer met bondskanselier Merkel te spreken in Den Haag. De focus van ons gesprek lag op de Europese Unie. Want zeker in Europees verband zijn we de afgelopen jaren vaak samen opgetrokken. 

Allereerst hebben we gesproken over de Europese Raad die volgende week plaatsvindt. Daar staan belangrijke thema’s op de agenda, zoals Brexit en migratie. Wat betreft Brexit is het van belang dat we ervoor zorgen dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU zo ordelijk mogelijk verloopt. Om dat mogelijk te maken wordt op dit moment druk onderhandeld door de teams van EU-onderhandelaar Barnier en de Britten. De komende Europese Raad moet dat echt tot resultaten leiden, wil een eventuele extra bijeenkomst in november zinvol zijn.

Ook op het gebied van migratie moeten knopen doorgehakt worden. We streven naar een integrale EU-aanpak. Met aan de ene kant sterkere buitengrenzen, ontscheping aan de Noord-Afrikaanse kust en gecontroleerde centra aan de Zuid-Europese kust. En aan de andere kant een herziening van het gemeenschappelijke asielstelsel. 

Een ander onderwerp dat we vandaag besproken hebben, is de hervorming van de eurozone. Dat staat geagendeerd voor de eurotop in december. Traditiegetrouw zijn Nederland en Duitsland op veel van die onderdelen eensgezinde partners. We vinden elkaar op het standpunt dat het voor een solide EMU van belang is dat de Europese begrotingsregels worden nageleefd. En we streven naar voltooiing van de bankenunie, waarbij de risico’s voor de belastingbetaler zo beperkt mogelijk zijn.

Los van de bovenstaande onderwerpen hebben we tot slot alvast een blik vooruit geworpen, bijvoorbeeld naar de discussie over de gezamenlijke toekomst van de overgebleven 27 EU-landen zonder het VK. Die toekomst gaat ons beiden aan het hart. We zijn het erover eens dat die discussie moet gaan over concrete resultaten voor de inwoners van die kleinere EU en niet mag verzanden in vage toekomstvisies. Daar willen we beiden een constructieve bijdrage aan leveren.’