Minister Bruno Bruins bereikt akkoord over openbare verlaging van prijzen voor geneesmiddelen tegen hepatitis C

Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg heeft besloten acht nieuwe medicijnen tegen chronische hepatitis C te blijven vergoeden. Tot nu toe golden vertrouwelijke prijsafspraken voor deze middelen, maar die zijn vanaf 1 januari 2019 niet meer nodig. Twee leveranciers hebben gehoor gegeven aan een oproep van de minister voor een openbare prijsverlaging.

Minister Bruno Bruins: ‘Door de afspraken die de afgelopen jaren zijn gemaakt konden patiënten snel en tegen een aanvaardbare prijs van deze middelen gebruik maken. Dat deze vertrouwelijk afspraken nu niet meer nodig zijn en de prijs van de middelen in het openbaar fors naar beneden gaat is een mooi succes.’ 

Financiële arrangementen

Sinds 2013 sluit het ministerie van VWS financiële arrangementen af met fabrikanten van geneesmiddelen. Door prijsafspraken te maken worden belangrijke maar dure geneesmiddelen beschikbaar voor patiënten. Maximale transparantie van prijs is altijd het doel. In de praktijk echter stellen fabrikanten als harde voorwaarde dat de afspraken vertrouwelijk blijven. In dat geval wordt ervoor gekozen de middelen beschikbaar te maken voor patiënten en de prijsafspraken daarom vertrouwelijk te houden.

Ieder financieel arrangement heeft echter een einddatum. Vóór deze einddatum wordt gekeken of een middel ook zonder vertrouwelijke afspraak in het basispakket kan blijven. Als zonder het arrangement de kosten omhoog schieten en er geen alternatieven zijn, dan kan het arrangement worden verlengd. In het geval van de hepatitis C middelen zijn er inmiddels meerdere varianten op de markt en hebben twee fabrikanten gehoor gegeven aan het verzoek van minister Bruins om een openbare verlaging van de prijs. Verlenging van deze arrangementen is daarmee niet nodig.

Chronische hepatitis C

Sinds 2014 zijn acht nieuwe geneesmiddelen beschikbaar gekomen tegen chronische hepatitis C. Jaarlijks starten ongeveer 800 mensen met een behandeling van deze infectieziekte. Door de effectieve nieuwe medicijnen worden steeds meer mensen genezen en loopt het aantal patiënten langzaam terug.  Anders dan in 2014 zijn er inmiddels verschillende aanbieders van veelal gelijkwaardige nieuwe geneesmiddelen, waardoor behandelaren, aanbieders en verzekeraars met prijstransparantie zelf de gepaste en doelmatige behandeling kunnen kiezen. De minister heeft daarom de fabrikanten aangesproken op hun verantwoordelijkheid en verzocht om een openbare prijsverlaging.

Twee fabrikanten gaven gehoor aan deze oproep en zijn bereid tot een openbare prijsverlaging bij in totaal vijf geneesmiddelen, te weten Epclusa, Harvoni, Sovaldi, Vosevi en Zepatier. Een standaardbehandeling met deze middelen kost nu op basis van de openbare prijs circa 30 tot 50 duizend euro. De overeengekomen openbare prijsverlagingen verschillen per product, maar lopen op tot 46%. Als gevolg van deze prijsverlagingen zijn per 1 januari 2019 twee producten beschikbaar voor een openbare prijs van minder dan 25 duizend euro per behandeling.

Twee andere fabrikanten hebben aangegeven niet bereid te zijn tot een transparante openbare prijsverlaging. De middelen van deze fabrikanten blijven desondanks vergoed zonder vertrouwelijke afspraak. Artsen en zorgverzekeraars hebben hierdoor ook in 2019 de keuze uit alle geneesmiddelen, maar kunnen daarbij zelf de kosten meewegen en desgewenst afspraken maken met de fabrikanten.