Aanpak van overlast start ook in noorden van het land

In Groningen, Friesland en Drenthe is deze week begonnen met de zogeheten de Top X-aanpak. Deze werkwijze komt neer op het individueel aanpakken van overlastgevende asielzoekers, onder leiding van de ketenmariniers van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit gebeurt om de hinder voor omwonenden, ondernemers en medewerkers in de asielketen terug te dringen.

Een relatief kleine groep asielzoekers zorgt op sommige plekken in Nederland voor overlast en criminaliteit in en om asielzoekerscentra. Dit is onaanvaardbaar, vindt staatssecretaris Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid, niet alleen omdat mensen hier veel last van hebben, maar ook omdat hierdoor het draagvlak wordt aangetast voor asielzoekers die bescherming nodig hebben. De aanpak van overlast is dan ook prioriteit.

Zero tolerance

In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe zijn circa 80 overlastgevers op de Top X-lijst geplaatst. Zij krijgen een ‘maatwerkbehandeling’, zegt ketenmarinier Henk Wolthof.

Wolthof:

“We zitten de overlastgevers op de huid, en er geldt een zero tolerance-beleid. De overlastgevers krijgen bijvoorbeeld een gebiedsverbod, er worden vrijheidsbeperkende maatregelen genomen, we doen aangifte en zetten ze zo vaak als mogelijk in op versneld vertrek uit Nederland. Zo willen we de overlast in en buiten de centra terugdringen.”

Samenwerking

De ketenmariniers pakken de overlast niet in hun eentje aan. Ze trekken intensief op met de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de opvang van asielzoekers. Het gaat onder meer om gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, de IND, het COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek. “De sleutel tot succes bij deze aanpak is samenwerking”, zegt Wolthof.

Eerste resultaten

De ketenmariniers werken nu enkele maanden met de landelijke Top X-lijst, waar zo’n 300 overlastgevende asielzoekers op staan. De aanpak is eerst geïntroduceerd in Ter Apel en Cranendonck. Na goede ervaringen daar zijn de ketenmariniers ook elders aan de slag gegaan. Voorbeelden zijn Harderwijk en Maarheeze, waar de samenwerking met de gemeente, het COA, de politie, het Openbaar Ministerie en lokale ondernemers vruchten afwerpt. Vanaf mei wordt landelijk met de aanpak gewerkt.

Wat doet een ketenmarinier precies?

Overlastgevende asielzoekers.
Er zijn ongeveer 250 mensen aangewezen die zo'n vijf keer in de systemen van de politie voorkomen als verdachte.
Van die 250 mensen daar zit een kleine groep tussen die zich ernstig misdraagt.
En ernstig misdraagt wil zeggen: in de openbare ruimte waarin ze mensen schofferen, buschauffeurs de huid vol schelden, proberen zonder kaartjes binnen te komen, winkeldiefstallen plegen, zoals hier in Ter Apel, maar ook wel wat zwaardere feiten plegen.
En die gaan wij het leven zuur maken.

Dat betekent dat we ze achter de kont aan lopen,
aanspreken op hun gedrag proberen om de partners zo ver te krijgen dat ze opgepakt worden als het kan, bestraft worden als het moet, versoberd opgevangen worden en medegedeeld worden dat het geen zin heeft om hier te zijn:"Je kunt beter weggaan, want Nederland is niet leuk voor jou."
Zo kwamen we in gesprekken tot de conclusie dat er een ketenmarinier moest komen.
Dat ben ik geworden samen met nog twee collega's.
De ketenmarinier lost zelf de problemen niet op.
Maar beweegt alle partners om de problemen op te lossen op een minder klassieke manier:
Namelijk minder overleggen en meer doen.

Ik ben geen politieagent, geen COA, geen IND, geen DT&V, geen ministerie, maar ik breng die partijen samen.
En het blijkt gewoon te werken dat op het moment dat je samen je vizier richt op één probleem, dat het dan beter opgelost wordt dan dat je allemaal apart werkt.
Wat wij proberen is om met enige brutaliteit de grenzen van het mogelijke op te zoeken.
En op het moment dat we die grens enigszins overschrijden, zeggen we liever een keer sorry dan dat we zeggen: "We hebben het niet geprobeerd."

Als je hier om je heen kijkt, zie je heel veel asielzoekers lopen die heel vaak met het hoofd naar beneden lopen.
Dat komt, omdat het draagvlak voor de asielzoeker in Nederland aan het dalen is.
Verkiezingen worden zelfs beïnvloed door de kijk op de vreemdelingenportefeuille.
En ik ben er persoonlijk totaal van overtuigd dat wij hier niet te maken hebben met de asielzoeker die overlast veroorzaakt, maar met een minimale kleine groep daarbinnen die gebruik maakt van het systeem om zich te misdragen.
En als ik daar een bijdrage aan kan leveren om deze mensen aan te pakken en die overlast te verminderen en daarmee het imago van het totaal van de groep asielzoekers te verbeteren, ja, dan ga ik daar voor.
En dat is mijn drive geweest.
Want ik had nooit gedacht, anderhalf jaar geleden, dat ik dit werk zou doen.