Documenten

Toespraak van minister Asscher tijdens het SZW congres

Toespraak van minister Asscher (SZW) over de robotisering van arbeid tijdens het SZW congres op 29 september 2014 in Den Haag.

Dames en Heren,

Als je ons af en toe hoort klagen zou je het niet denken. Maar Nederland is misschien wel het gelukkigste land in de wereld.  We zijn gezond, we worden oud en onze welvaart is hoog. En zelfs met de huidige werkloosheid, is de Nederlandse werkloosheid nog steeds veel lager dan in de rest van Europa. Bovendien wordt onze welvaart relatief goed verdeeld.

Stuk voor stuk verworvenheden om trots op te zijn. Maar ook verworvenheden die een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengen. De verantwoordelijkheid om deze verworvenheden ook voor de toekomst te behouden.

Op de korte termijn is het bestrijden van de werkloosheid prioriteit nummer één. Daarom heb ik op Prinsjesdag extra maatregelen aangekondigd. Bovenop het aanzienlijke pakket maatregelen dat er al lag.

Maar werkloosheidsbestrijding is niet alleen een prioriteit voor de korte termijn. De verantwoordelijkheid om onze verworvenheden voor de toekomst te behouden, betekent dat we ook nu al stil moeten staan bij de langere termijn.

Het is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat we zomaar terugkeren naar de lage werkloosheid van voor de crisis. Vroeger dachten we door de vergrijzing iedereen heel hard nodig te zullen hebben op de arbeidsmarkt. Nu begint het tot ons door te dringen dat er misschien juist veel werkgelegenheid kan verdwijnen. Door de snelle opkomst van robots en andere technologie kan de toekomst er drastisch anders uit gaan zien dan het heden.

De angst dat de werkgelegenheid drastisch zal krimpen door de voortschrijdende techniek is niet nieuw.
We are being afflicted with a new disease of which some readers may not yet have heard the name, but of which they will hear a great deal in the years to come – namely, technological unemployment. This means unemployment due to our discovery of means of economizing the use of labor outrunning the pace at which we can find new uses for labor 1.

Dit citaat van Keynes waarin hij voorspelt dat technologie kan leiden tot werkloosheid, stamt uit 1930.

Maar na de Tweede Wereldoorlog zijn de voorspellingen van Keynes niet uitgekomen. In tegendeel zelfs; de technologische vooruitgang ging juist hand in hand met banengroei. De welvaart steeg, en iedereen profiteerde daarvan. Maar sinds de jaren 90 begint er iets te veranderen. In veel landen raakt de welvaartswinst van technologie steeds schever verdeeld. Het zijn vooral kapitaalbezitters en de hoogste inkomen die profiteren van de toegenomen welvaart. En het deel van de welvaart dat bij gewone werknemers terecht komt daalt en de lonen aan de onderkant staat onder druk.

Die steeds schevere verdeling baart mij zorgen. En dan niet alleen omdat een gelijke verdeling op zichzelf wenselijk is. De achterblijvende lonen zijn ook een teken dat de snelle technologische ontwikkelingen leiden tot de gevreesde teruglopende vraag naar arbeid. Tot de door Keynes voorspelde technologische werkloosheid.
Op wat voor manier raken die technologische ontwikkelingen de arbeidsmarkt precies? Iedereen hier kent vast voorbeelden uit uw omgeving. Maar laat ik een paar concrete voorbeelden geven.

Dit is een zogeheten Packbot, waarvan er binnenkort 10 duizend rondrijden in de magazijnen van Amazon. Vroeger moest een Amazon-medewerker het magazijn in om een bestelling bij elkaar te zoeken in de schappen. Nu brengt de Packbot de juiste schappen naar de medewerker. Een laser wijst aan welke producten de medewerker in moet pakken. De omzet per medewerker bij Amazon is hierdoor drie maal zo hoog als in de reguliere detailhandel. Of scherper gezegd: de werkgelegenheid per verkocht artikel is drie maal zo laag…

Nu is bekend dat webwinkels werkgelegenheid kosten in de winkels, maar aan de andere kant ook banen opleveren in de pakketbezorging. Maar ook dat kan in de toekomst onder druk komen te staan. Hier ziet u de zelfrijdende auto van Google. Inmiddels hebben de auto’s meer dan een miljoen kilometer afgelegd, ook over drukke wegen, zonder ook maar één ongeluk te veroorzaken. Het zal nog jaren duren voor dit de pakketbezorger of buschauffeur vervangt, maar de technologie is ver.

Maar misschien is de zelfrijdende auto dan al niet meer nodig voor pakketbezorging.  Amazon heeft namelijk aangekondigd om over vijf jaar pakketten per drone te laten bezorgen.

Een voorbeeld van eigen bodem is de volautomatische melkrobot, die veeboeren handenvol werk uit handen neemt. Marktleider Lely uit Maassluis heeft er wereldwijd bijna twintigduizend van verkocht, waarvan meer dan de helft in de laatste drie jaar. De omzet van het bedrijf is gestegen van 216 miljoen euro in 2009 tot 570 miljoen euro vorig jaar en het Nederlandse personeelsbestand is in vijf jaar verdubbeld tot 900 werknemers.

Het rijtje van arbeidsbesparende toepassingen van robots kan overigens naar believen worden uitgebreid. Robots worden in hoog tempo toegankelijker, betrouwbaarder en goedkoper. Ze zijn goedkoop, snel, nooit ziek, werken 24 uur per dag. Ze vragen nooit om loonsverhogingen, worden niet vertegenwoordigd door vakbonden en staken niet. Voor een aanzienlijk deel van de bestaande banen zijn zij daardoor in staat om werknemers te vervangen.

En robots zijn niet eens de meest belangrijke technologische ontwikkeling. Minstens zo relevant zijn de opkomst van kunstmatige intelligentie, snellere internetverbindingen en de opkomst van de smartphone. Dit opent een scala aan nieuwe toepassingen.

Dan denk ik bijvoorbeeld aan Air-bnb en de invloed daarvan op de werkgelegenheid in hotels. Airbnb is een online marktplaats voor de verhuur en boeking van privé-accommodaties. De website omvat meer dan 500.000 privé-accommodaties in 192 landen en 33.000 steden. Vanaf de oprichting in augustus 2008 tot juni 2012 werden 10 miljoen overnachtingen verhandeld in Airbnb.

Een tweede voorbeeld is de snelle ontwikkeling van digitale vertaaldiensten. Computervertalingen zijn veel sneller dan menselijke vertalingen, en beheersen een veel breder vocabulaire. Menselijke vertalers blijven nodig, maar dan vooral om het afnemende aantal fouten van de computer er uit te halen. Het laat zich raden wat dit op termijn betekent voor de banen van vertalers en tolken.
De bovengenoemde robots en digitale diensten zijn mogelijk gemaakt door een aantal ontwikkelingen. De belangrijkste daarvan is de exponentieel toenemende rekenkracht van chips. Deze ontwikkelingen gehoorzamen aan de wet van Moore, die stelt dat de rekenkracht van chips elke twee jaar verdubbelt. De wet van Moore is overigens niet alleen van toepassing op de rekenkracht van chips, maar evengoed op de opslagcapaciteit van harde schijven, de snelheid van internet, het aantal megapixels van camera’s en andere digitale toepassingen.

Brynjolfsson en McAfee illustreren de kracht van exponentiële ontwikkeling aan de hand van een verhaal.2 De Chinese keizer wilde een man belonen voor bewezen diensten. De man zei tegen de keizer: leg een rijstkorrel op het eerste veld van een schaakbord, twee korrels op het tweede veld, vier korrels op het derde veld en op elk volgend veld telkens weer het dubbele. De keizer accepteerde dit kennelijk bescheiden verzoek meteen. Bij de helft van het schaakbord aangekomen merkte hij echter dat de hoeveel rijst al gelijk was aan de jaaropbrengst van een akker, hetgeen een redelijke beloning was geweest. Het afmaken van de tweede helft van het schaakbord zou genoeg rijst vergen om de hele aarde mee te bedekken.

Het punt van Brynjolfsson en McAfee hiermee is, dat exponentiële ontwikkeling lange tijd redelijk onzichtbaar blijft, maar dan explodeert. De digitale ontwikkeling is op dit keerpunt beland en op de tweede helft van het schaakbord terechtgekomen, waardoor de vergaande effecten nu pas goed zichtbaar worden. In hun veel besproken publicatie komen Frey en Osborne bijvoorbeeld tot de conclusie dat 47% van de totale bestaande werkgelegenheid in de VS de komende twee decennia het risico loopt om te verdwijnen als gevolg van technologische ontwikkelingen.

Op dit moment woedt er een strijd onder economen over de gevolgen van de opkomst van de en digitale ontwikkeling. Veel economen geloven niet in negatieve effecten op de werkgelegenheid. De werkgelegenheid die verloren gaat door robots wordt volgens hen gecompenseerd door nieuwe werkgelegenheid. Net als in het verleden, toen het banenverlies in de industrie werd gecompenseerd door nieuwe banen in de dienstensector.
Maar resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De opkomst van de robot en de digitale economie is niet één op één te vergelijken met eerdere perioden van technologische vooruitgang.

Zoals gezegd gaan de ontwikkelingen nu sneller dan bij vorige doorbraaktechnologieën, zoals bijvoorbeeld de benzinemotor of elektriciteit.
Verder betreft het een zogenoemde general purpose technology, die toepasbaar is in vrijwel alle sectoren.
Ten derde wordt het steeds moeilijker de toegenomen vraag naar hoog opgeleiden op te vangen door meer te investeren in onderwijs.
En tot slot kunnen robots steeds meer taken overnemen die tot voor kort buiten het bereik van de technologie zijn gebleven. Denk bijvoorbeeld aan schoonmakers, magazijnmedewerkers en taxichauffeurs.
En hoewel ik een rasoptimist ben, moet ook ik toegeven dat het scenario dat robots zullen leiden tot vooral technologische werkloosheid zeker niet ondenkbaar is.
Laten we bij wijze van gedachte-experiment eens nagaan wat dit scenario betekent. Stel dat robots de komende jaren steeds geavanceerder en goedkoper worden, en daardoor een groeiend deel van het werk kunnen overnemen dat nu wordt verricht door de middenklasse en de onderkant.

Bedrijven zouden massaal overstappen op de nieuwe technologie en hun productiviteit sterk verhogen. De rijkdom die dit veroorzaakt komt vooral terecht bij de profiterende kapitaalbezitters. De eigenaren van de robots. En ja, ook de hoogopgeleide werknemers profiteren. Hun vaardigheden zijn namelijk nodig om de robots goed te laten functioneren.
Maar modale werknemers en werknemers aan de onderkant zouden de dupe zijn. In de concurrentie met robots, zien zij hun lonen dalen en biedt geen werkgever ze nog een vast contract. Naarmate de robots beter en goedkoper worden, zakt hun loonwaarde tot onder het minimumloon.
Op dat moment zijn we op het punt waar Keynes al in 1930 voor waarschuwde. Er heerst technologische werkloosheid.
Maar zover is het nog niet. Die technologische werkloosheid is er nog niet. Al komen de uitkomsten uit dit gedachte-experimenten angstaanjagend overeen met dingen die we ook nu al in ontwikkelde economieën zien gebeuren.

Bron: OECD Employment Outlook 2012 

De afgelopen 20 jaar is het arbeidsinkomen als percentage van de welvaart bijvoorbeeld afgenomen, ten gunste van de kapitaalbeloning. In ontwikkelde economieën daalde de arbeidsinkomensquote, oftewel het deel van het nationaal inkomen dat bestaat uit beloning voor werk, van 66% tot 62%.3
Tegelijk nam het loonaandeel van de 1% best betaalden toe met 20%, vooral door gestegen beloningen voor CEO's en andere topmanagers.4 Zelfs in egalitaire landen als Duitsland, Denemarken en Zweden neemt de kloof tussen de rijkste 10% en de armste 10% toe.5

Bron: ILO, 2013, Global Wage Report 2012/2013 

Het loon van een modale werknemer bleef als gevolg van deze ontwikkelingen achter. De productiviteit groeide tussen 1999 en 2011 twee keer zo hard als het modale loon.6
Ook de inkomenszekerheid van werknemers neemt af. In vrijwel alle ontwikkelde landen neemt de flexibele schil toe, ten koste van het aantal vaste werknemers. 7

Bron: CPB, 2012, CPB Policy Brief 2012/06, Loonongelijkheid in Nederland stijgt 

Het loonverschil tussen onderwijsniveaus is toegenomen. In 1995 verdiende een Nederlandse academicus 37% meer dan een mbo-er. In 2009 was dit gestegen tot ruim 50%. 8

Bron: CPB, 2012, CPB Policy Brief 2012/06, Loonongelijkheid in Nederland stijgt 

Opvallend genoeg zijn de werkgelegenheid en de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt nog relatief op peil gebleven. De verklaring hiervoor is dat een aanzienlijk deel van het werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt tot voor kort niet zo makkelijk kon worden geautomatiseerd of verplaatst naar het buitenland. Denk bijvoorbeeld aan persoonlijke diensten. De schoonmaker, de taxichauffeur, de serveerster, de zuster, de kapper, de pakketbezorger zijn niet makkelijk te vervangen. Maar mijn eerdere voorbeelden - die twintig jaar geleden nog als op hol geslagen science fiction fantasieën klonken - maken duidelijk dat ook dit werk in de toekomst zeker niet vanzelfsprekend is.
De technologische ontwikkeling uit zich vooralsnog niet in een hogere werkloosheid, maar al wel in een geringere beloning van werknemers, een schevere inkomensverdeling en minder inkomenszekerheid.
In Europa en de VS groeit het bewustzijn dat een scheve inkomensverdeling schadelijk is voor het draagvlak voor economische ontwikkeling en op lange termijn negatief kan uitpakken voor de economische groei.
Een recente studie van het IMF stelt dat inkomensgelijkheid hand in hand gaat met een snelle en meer duurzame economische groei, en dat herverdeling niet negatief uitpakt voor groei.9 In de VS leidt ongelijkheid ertoe dat er te weinig geïnvesteerd wordt in het onderwijs van armere kinderen. Hierdoor blijven talenten en kansen onbenut.

De sociale mobiliteit tussen generaties is in landen met een gelijkere verdeling, zoals in Scandinavië en Nederland, dan ook hoger dan landen met een schevere verdeling, zoals de VS. Vanuit dit perspectief wordt er in de VS gediscussieerd over verhoging van het wettelijk minimumloon. In Duitsland heeft de nieuwe Grosse Koalition besloten per 1 januari 2015 een minimumloon te introduceren van €8,50 per uur, ruwweg het niveau van het Nederlandse minimumloon.
Technologie leidt tot groei, maar kan op termijn ook groei vernietigen als een scheve herverdeling mensen belet om hun talenten volledig te ontwikkelen.
Als je de verworvenheden van ons mooie land ook voor de toekomst wilt behouden, dan is het dus zaak om er voor te zorgen dat technologie hand in hand blijft gaan met een eerlijke verdeling van de resulterende welvaart.
Extreme ongelijkheid is niet alleen economisch schadelijk, maar ook maatschappelijk ongewenst. John Rawls definieert de optimale samenleving als de samenleving die je zou kiezen, als je vooraf niet weet op welke plek binnen die samenleving je terechtkomt. En dat is wat mij betreft geen samenleving waar de helft van de rijkdom terecht komt bij een kleine elite van kapitaalbezitters, financiers en supermanagers. Op lange termijn is een fatsoenlijke verdeling een randvoorwaarde voor een inclusieve maatschappij en een goed werkende democratie. Het WRR concludeert in ‘Hoe ongelijk is Nederland’ dat inkomensongelijkheid een negatieve invloed heeft op gezondheid, politieke participatie en het vertrouwen in de politiek.10
Dames en Heren, ik kom tot de vraag wat dit betekent voor het Nederlandse beleid. Wat kunnen we in het hier en nu doen om ons voor te bereiden op de onzekerheden van de toekomst?
We hebben gezien dat technologische ontwikkelingen in een stroomversnelling zitten en dat dit gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt. Dit is internationaal al duidelijk zichtbaar geworden in de inkomensverdeling. Maar onder dit algemene internationale beeld bestaan grote verschillen tussen landen.

Bron: OECD Employment Database 

In Nederland is de inkomensverdeling in de afgelopen jaren veel minder scheefgegroeid dan in andere landen. En dat is geen natuurwet, maar een sociale prestatie waar we trots op mogen zijn.
Hier hoort overigens wel de kanttekening bij dat de flexibele schil in Nederland juist veel harder is gegroeid dan in andere landen.11 Kort gezegd hebben de lager betaalden internationaal vooral ingeleverd in termen van inkomen, en in Nederland vooral in termen van werkzekerheid. Dat is voor mij een belangrijke motivatie geweest de groei van de flexibele schil in te dammen door de Wet Werk en Zekerheid en door het bestrijden van schijnconstructies.
Ondanks onze gunstige uitgangspositie is er werk aan de winkel. Nederland is een open en ontwikkelde economie, die altijd heeft weten te profiteren van technologische vooruitgang. En dat moet ook zo blijven. We kunnen geen robotvrij eiland worden in Europa. Technologische vooruitgang zorgt voor meer welvaart, meer veiligheid en een hogere levensverwachting. Niet alleen voor ontwikkelde landen als Nederland, maar ook voor de wereld.

Een 20-jarige student van onze eigen Universiteit Delft heeft bijvoorbeeld een systeem bedacht, dat in vijf jaar tijd zeven ton plastic afval uit de oceanen kan vissen. En wie weet wat de toekomst nog meer brengt…
We moeten er voor zorgen dat Nederland een broeikas is voor dergelijke nieuwe ideeën. En dat we daarmee een aantrekkelijke vestigingsplaats blijven voor bedrijven in de groeisectoren van de nieuwe economie. Robotisering biedt wat dat betreft ook kansen. Veel van het werk dat in de afgelopen jaren verplaatst is naar het buitenland is overwegend routinematig van aard en leent zich er dus goed voor om in de toekomst overgenomen te worden door robots. Daardoor kunnen activiteiten in Nederland blijven behouden.
Nederland moet het hebben van kwaliteit. We moeten dus geen internationaal marktaandeel willen behouden door werknemers steeds minder te betalen en steeds minder zekerheden te bieden. Dat geldt voor de concurrentie met lagelonenlanden, en dat geldt evengoed voor de concurrentie met robots.

Kwaliteit van arbeid begint bij kwaliteit van onderwijs. Jan Tinbergen realiseerde zich als eerste dat ongelijkheid de uitkomst is van de race tussen onderwijs en technologie. Als het onderwijs achterblijft bij het tempo van de technologische ontwikkeling, dan neemt de ongelijkheid toe. Schoolgaande jongeren moeten daarom worden gestimuleerd om een zo hoog mogelijk opleidingsniveau te halen. In het bijzonder is een kwaliteitssprong in het middelbaar beroepsonderwijs noodzakelijk.
Het voorkomen van schooluitval en onderwijsachterstanden moet er voor zorgen dat mensen goed gekwalificeerd zijn. Dat voorkomt dat er groepen achterblijven en werkloos worden, met alle kosten van dien. Van Redistribution naar Predistribution, in de woorden van Jacob Hacker.
De toepassing van nieuwe technologie in het onderwijs biedt nieuwe kansen. Het onderwijs is vaak nog traditioneel ingericht. De leraar of meester staat voor de klas en geeft les, waarbij slechts beperkt ruimte is voor maatwerk. Digitale technologie biedt de ruimte voor meer maatwerk, waardoor elke leerling zijn eigen tempo kan volgen. De docent krijgt dan meer de rol van een begeleider en bewaker van dit individuele leerproces. Flipping te classroom: het leerproces kan zelfs in zijn geheel worden gekanteld, door leerlingen thuis op de computer lessen te laten volgen en ze op school te begeleiden bij het maken van opdrachten.
Minstens zo belangrijk is dat het onderwijs de vaardigheden aanleert waaraan behoefte is in het tweede machinetijdperk. Het basisonderwijs is bijvoorbeeld nog sterk gericht op lezen, schrijven en rekenen. Deze vaardigheden blijven van belang, maar in de digitale economie komt het steeds meer aan op conceptueel denken, brede patroonherkenning en complexe communicatie.
We kunnen niet exact voorspellen welke methoden zullen worden uitgevonden en aan zullen slaan, maar er is veel ruimte voor vooruitgang. Het feit dat steeds meer Nederlandse scholen experimenteren met technische mogelijkheden zoals Tablets, is een positieve ontwikkeling.
De technologisch ontwikkeling staat niet stil als je studietijd ten einde is. Over 20 jaar hebben werknemers al weer andere kennis en vaardigheden nodig dan nu. Dus werkgevers moeten blijven investeren in zijn werknemers; ook werknemers met een flexibel arbeidscontract. Maar we moeten ook meer verwachten van werknemers zelf. Zij moeten de bereidheid en inzet hebben om te leren, om zich aan te passen en te ontwikkelen. Alleen dan kunnen werknemers en bedrijven goed reageren op de snelle veranderingen.
Voor mensen die met ontslag worden bedreigd, is scholing van extreem groot belang. En juist hier schieten we nog vaak te kort. Vooral omdat het beleid te sterk gericht is op het vinden van nieuw werk binnen je eigen sector. Terwijl de grenzen tussen sectoren onder invloed van de digitale revolutie juist steeds meer vervagen. We kunnen op dit vlak veel leren van het buitenland. In Oostenrijk is het Weense “Employment Promotion Fund” een voorbeeld van succesvolle van-werk-naar-werk-begeleiding. Dit fonds zorgt ervoor dat groeisectoren met personeel-tekorten worden gekoppeld aan gemotiveerd personeel dat elders dreigt te worden ontslagen. Daarbij zijn middelen beschikbaar om een opleiding te volgen die het mogelijk maakt om deze overstap mogelijk te maken. Met de recent aangekondigde brug-WW, die het vergemakkelijkt om je om te scholen, neemt Nederland stappen in de goede richting. In overleg met werkgevers en werknemers wil ik onderzoeken welke verdere stappen nodig zijn.
Beter onderwijs, life long learning en een goede van-werk-naar-werk begeleiding zijn essentiële ingrediënten voor de kenniseconomie.
Maar voor sommige groepen is dit nog niet voldoende, omdat hun productiviteit lager is dan de loonkosten van het wettelijk minimumloon. Deels is dit het gevolg van te hoge belastingen. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt maakt de wig veel potentiële banen ontoegankelijk. Een tuinman, die netto € 7 per uur in handen krijgt kost de werkgever bijvoorbeeld bijna € 11 per uur. Iemand met een middeninkomen moet daardoor twee uur extra werken om alleen al één uur de loonkosten van die tuinman op te brengen.12
In de toekomst zal dit probleem verergeren. Daarom moet er worden nagedacht over manieren om de kansen van deze mensen te verhogen, zonder te tornen aan de hoogte van het minimumloon. De belastingherziening zoals aangekondigd door de staatssecretaris van Financiën hebben dan ook als doel om de belastingen aan de onderkant te verlagen. Zodat lagere loonkosten bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt waarop iedereen mee kan komen. Een ongewenste maatschappelijke tweedeling wordt hiermee voorkomen.
Daarnaast heeft het kabinet de quotumregeling voor arbeidsgehandicapten ingevoerd en premiekortingen voor werkloze en arbeidsongeschikte jongeren en ouderen in het leven geroepen. Ook deze maatregelen dragen bij aan betere kansen voor de onderkant van de arbeidsmarkt.
Een beleid dat zich richt op het ondersteunen van de onderkant van de arbeidsmarkt kan alleen succesvol zijn als ondermijnende krachten worden bestreden. En die ondermijnende krachten zijn er.

Denk aan de illegale constructies waardoor buitenlanders in Nederland voor 1 of 2 jaar te werk worden gesteld tegen arbeidsvoorwaarden die ver onder de CAO liggen en vaak zelfs onder het Wettelijk Minimumloon. Dit leidt op korte termijn tot gewin van de werkgever, maar gaat ten koste van de kansen op de arbeidsmarkt van Nederlandse werklozen. Bovendien ondermijnt het de solidariteit en de ruimte om te investeren in de vaardigheden en kwaliteiten van de werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Ook op het terrein van de internationale verhouding tussen kapitaal en arbeid is werk aan de winkel. De afgelopen decennia lijken vooral kapitaalverschaffers te hebben geprofiteerd van de wereldwijde welvaartsgroei. De balans tussen arbeid en kapitaal staat door onder druk. Dit maakt het belangrijk de zeggenschap van werknemer goed te borgen, met name in multinationals. Het blijft zaak om werknemers, zowel op de werkvloer als in georganiseerd verband, optimaal te betrekken bij beslissingen. Bijvoorbeeld over de topbeloningen binnen een bedrijf.
Daarnaast is een goede balans nodig in de belasting van arbeid en kapitaal. Internationale ondernemingen betalen echter vaak niet of nauwelijks vennootschapsbelasting. Dit ondermijnt het draagvlak voor sociale voorzieningen, gaat ten koste van de ruimte voor investeringen in menselijk kapitaal en zorgt er voor dat de productiefactor arbeid zwaarder belast wordt. Een gezamenlijke aanpak tegen belastingontwijking en ontduiking binnen Europa moet voor een eerlijkere belasting van bedrijfswinsten zorgen.
In discussies over robotisering wordt vaak op verwijtende toon gezegd dat de overheid zich er niet op voorbereidt.  Dat is ook niet gemakkelijk, zeg ik even terug, omdat het over een lange termijn gaat die bovendien nog heel onzeker is. Maar toch liggen er een aantal huiswerkopdrachten voor Nederland klaar.
Als robotisering Nederland kansen biedt, dan moeten we die omarmen. Lely uit Maassluis is marktleider in melkrobots. Mijn collega Schultz zet in op experimenten met zelfrijdende auto’s in Nederland. De provincie Limburg pioniert met zorgrobots.
Als robotisering de balans tussen arbeid en kapitaal verstoort, dan moet deze balans worden hersteld. Door hernieuwing van de internationale medezeggenschap van werknemers. Door internationaal te zorgen voor effectieve winstbelastingen.
Als robotisering leidt tot meer dynamiek op de arbeidsmarkt, dan moeten we dat mogelijk maken. Niet door een steeds grotere flexibele schil, maar door investeringen in levenslang leren en van-werk-naar-werk begeleiding over de grenzen van sectoren heen.
Als robotisering leidt tot verdringing van laagbetaald werk en een scheve inkomensverdeling, dan moeten we dat pareren om de economie en samenleving gezond te houden. Door het fiscale stelsel te richten op werkgelegenheid aan de onderkant. Door een herwaardering van een evenwichtige herverdeling, gemotiveerd vanuit het behoud van groeipotentie en sociale mobiliteit.

Als robots laaggeschoold en routinematig werk gaan overnemen moeten we onze jeugd opleiden voor het andere werk. Niet trainen op routine, maar op het onverwachte. Niet op feiten, maar op creatief analyseren en nieuwe wegen zoeken. En uiteraard op een goede omgang met een geautomatiseerde wereld.
Door ons huiswerk goed te doen kunnen we nog lange tijd voorkomen dat mensen zonder werk komen te zitten. Dit neemt niet weg dat er op lange termijn een scenario denkbaar is waarin Keynes, meer dan 100 jaar na dato, alsnog zijn gelijk haalt. Dat zou de maatschappij voor nog fundamentelere uitdagingen stellen.
Als robots ertoe zouden leiden dat er voor veel mensen geen betaald werk meer is, moeten we ervoor zorgen dat er voor die mensen wel een inkomen is, zodat ze wel kunnen profiteren van de welvaartsgroei. Daar moeten we nieuwe instrumenten voor verzinnen, dat gaat niet met ons huidige stelsel.
En als dat zo gaat, gaan ook de fiscale grondslagen enorm schuiven. Bijvoorbeeld, wat gebeurt er met de loonbelasting als veel minder mensen werken? Dan moeten we ook ons fiscaal stelsel helemaal opnieuw op de helling zetten.
Dus, voor de lange termijn, grote beleidsvragen. En niet alleen voor de overheid. Voor de hele samenleving, en voor werkgevers en werknemers, liggen er enorme veranderingen in het verschiet. Zowel de politiek, als alle andere maatschappelijke partijen, kunnen daarbij niet blijven lopen in uitgesleten paden. De toekomst met robots vraagt om een frisse blik, en oplossingen die we nu misschien nog bizar zouden vinden.
Zolang we de verantwoordelijkheid voelen en nemen om vooruit te kijken en onze verworvenheden te bevechten zie ik ook heel veel kansen. Kansen om oplossingen voor problemen te vinden. Oplossingen waar we ons nu nog niets bij voor kunnen stellen. Maar die wellicht in de nabije toekomst vanzelfsprekend worden.
We moeten het inktzwarte scenario kennen om een beter scenario te realiseren. Ik blijf optimist en blijf werken aan zinvol werk voor iedereen en een eerlijke verdeling van de welvaart. Dan moeten we niet blijven hangen bij de zorgen van vandaag maar moeten we de kansen van morgen pakken.

Ik dank u wel.

Voetnoten:

1 Keynes, 1930, Economic Possibilities for our Grandchildren

2 Brynjolfsson and McAfee, 2013, ‘The Second Machine Age’

3 OECD Employment Outlook 2012, p110

4 OECD, 2011, Divided We Stand: Why Inequality Keeps Rising

5 OECD, 2011, Divided We Stand: Why Inequality Keeps Rising

6 ILO, 2013, Global Wage Report 2012/2013

7 OECD Employment Database, data on incidence on temporary employment

8 CPB, 2012, CPB Policy Brief 2012/06, Loonongelijkheid in Nederland stijgt

9 IMF, 2014, Redistribution, Inequality, and Growth

10 WRR, 2014, Hoe ongelijk is Nederland?

11 OECD Employment Database, data on incidence on temporary employment

12 Kamerbrief ‘Keuzes voor een beter belastingstelsel’, 16/9/2014

De Rijksoverheid. Voor Nederland