Toespraak door minister Van der Steur bij de beëdiging van Erik Akerboom als korpschef Nationale Politie

Toespraak door minister Van der Steur (VenJ) bij de beëdiging  van Erik Akerboom als korpschef Nationale Politie in de Ridderzaal in Den Haag, op 23 maart 2016.

Geachte genodigden

Mevrouw de voorzitter van de Eerste Kamer, mevrouw de minister van Defensie, meneer de voorzitter van het college van Procureurs Generaal,  waarde regioburgemeesters,

Dames en heren,

De verschrikkelijke aanslagen gisteren in Brussel, liggen ons nog vers in het geheugen. Het leed dat terroristen onschuldige mensen hebben aangedaan, is ongekend. De gebeurtenissen in Parijs en nu weer in Brussel onderstrepen het belangrijke werk van de politie. Dan doel ik niet alleen op het optreden tegen terroristen en voorkomen van aanslagen en hulp bieden aan slachtoffers. Dan heb ik het óók over de politie die geworteld in de wijken en buurten contacten onderhoudt met groepen in de samenleving. Deze terreurdaden zullen ons niet weerhouden door te gaan met ons leven en met wat wij belangrijk vinden. Zoals de installatie van de nieuwe korpschef van de nationale politie.    

Beste Erik,

Een speciaal welkom voor Heleen, jouw echtgenote en de kinderen Rolf, Xander, Nienke en Nienke ’s vriend Lars. En verdere familie.

Het is mij een eer zo dadelijk Erik Akerboom te mogen installeren als korpschef van de nationale politie.

Daaraan vooraf gaande wil ik zijn voorganger Gerard Bouman en het gehele korps complimenteren. Er wordt veel over de politie gezegd en geschreven. Daarbij wordt niet vaak genoeg een pluim uitgedeeld. Het is een prestatie van formaat, dat de politie in tijden van ingrijpende verbouwing de winkel zo goed is blijven functioneren.

Als ik kijk naar:

  • de blijvende daling van de High Impact Crimes – als overvallen, straatroven, woninginbraken;
  • de extra inspanningen bij de opvang van migranten;
  • de inzet bij het voorkomen van terrorisme;
  • al dat andere politiewerk meer dan op peil is gebleven;

dan spreek ik voor al deze prestaties, van al die politiemedewerkers, mijn diepe respect en dankbaarheid uit!

Dames en heren,

De placering in deze zaal is geen toeval. De placering geeft een prominente plaats aan het gezag: de burgemeester en het openbaar ministerie. Zoals het staat in de roemruchte Wassenaar-notitie: de minister bepaalt wat de politie kán, de gezagdragers wat de politie dóet. Gezag en beheer moet daarom optimaal met elkaar in verbinding zijn. De placering in deze zaal symboliseert dat.

Ook buiten deze zaal, is zichtbaar dat we hard aan de juiste balans werken, zoals binnen het gerevitaliseerde Landelijk Overleg Veiligheid en Politie.

Het politiebestel kent naast de balans tussen beheer en gezag, óók een balans tussen centraal en decentraal. Die zal de komende periode ook verschuiven.

Met de herijking van de realisatie van de nationale politie, zal binnen de eenheden meer ruimte komen voor lokale invulling van het politiewerk. De politie kan dan beter tegemoet komen aan de opdrachten van het gezag. Dat alles wel binnen de kaders die zijn aangegeven. We benutten de lokale kennis, kunde en kansen optimaal.

Daarnaast gaan we verder met het uitbouwen van de voordelen van één nationale politie. Zo krijgen we een beter presterende politie. En politiemedewerkers die weten dat hun capaciteiten worden ingezet en gewaardeerd. Zo maken we Nederland veiliger en rechtvaardiger. 

Er is nog en derde balans in het politiebestel, die tussen wat de samenleving van de politie vraagt en wat de politie kan bieden. Ook daar geeft de herijking richting: de politie kan niet alles, en ook niet alles tegelijk. Daarom heeft de politie meer tijd gekregen om eerst de basis van de organisatie op orde te brengen. Dat is één van de uitdagingen voor de nieuwe korpschef.

Beste Erik.

Ruim 30 jaar geleden schreef je op de Nederlandse Politie Academie de scriptie 'Struisvogelpolitiek'. Waarbij de K tussen haakjes was gezet.  

In de scriptie signaleer je dat de politiek en het bestuur aan de ene kant én de uitvoerende politie aan de andere kant staan,  twee gescheiden werelden lijken. Terwijl ze toch – weliswaar vanuit verschillende verantwoordelijkheden – hetzelfde nastreven.

Namelijk een veilig en rechtvaardig Nederland.

Dames en heren. Ook in de profielschets komt de goede samenwerking tussen deze twee werelden terug. Daar stond immers boven:

GEZOCHT: KORPSCHEF POLITIE - VERBINDER

Laat ik het mild zeggen: we hebben de lat behoorlijk hoog gelegd.  

De kandidaat dient gevoel te hebben voor de complexe verhoudingen in het politiebestel, waarbij het gezag de taakuitvoering aanstuurt en de minister politiek verantwoordelijk is voor het beheer en de kwaliteit van de organisatie.

De korpschef moet effectief en vanzelfsprekend betrouwbaar zijn. En, zoals gezegd, verbindend. Naar de partners in de keten, het OM, het lokale bestuur, de vakbonden, de medezeggenschap. En natuurlijk ook richting maatschappelijke partijen als belangengroeperingen en het bedrijfsleven.

De korpschef is capabel om (komende) maatschappelijke veiligheidsproblemen te signaleren en te tackelen en gaat voorop  in de discussie over de functie en waarden die de politie in de samenleving wil en kan uitoefenen.

Integer, betrouwbaar, benaderbaar en empathisch. En moedig binnen en buiten het korps.

Er had ook boven de schets kunnen staan:

GEZOCHT: SUPERMAN  of SCHAAP MET 27 POTEN

Erik, als geen ander weet je dat de taak die op je neemt, interessant is, uitdagend, een zware verantwoordelijkheid in zich heeft.

Ik ben er van overtuigd dat je deze taak aan kan. Je hebt bewezen in belangrijke, complexe functies voortreffelijk leiding te geven. Je bent in staat je aan te passen, authentiek te blijven en een neusje te behouden voor kwaliteit. Als bewijs hiervoor mag je jezelf inmiddels een Hollandse Friese Brabander noemen. Die weet waar je de beste Bossche Bollen, Friese Dümkes en Haagse Hopjes haalt.

Je hebt oog en oor voor je medewerkers. Of je nou de verhalen hoort vanuit je politietijd in Utrecht of Brabant-Noord, of uit de periode bij de NCTV of Defensie, je bent een leider die staat tussen zijn mensen en naar buiten toe de organisatie stevig vertegenwoordigt.

Daar heeft de politieorganisatie behoefte aan. Met de afronding van de personele reorganisaties en een nieuwe CAO moet de basis zijn gelegd voor een goede toekomst.

Je bent een politieman in hart en nieren. Die zich thuis voelt in een organisatie die optreedt waar dat moet en mensen helpt waar dat kan. Die naar voren stapt het gevaar tegemoet - waar anderen een stap terug kunnen zetten. Juist ómdat zij naar voren stappen.

De moed en professionaliteit van onze politiemensen, maakt dat wij kunnen leven, zoals wij willen leven: in vrijheid en veiligheid.

Gerard Bouman zei bij zijn afscheid: 'Iedereen bij de politie weet dat buiten op elke straathoek potentieel gevaar loert. Daarom moeten wij onszelf binnen veilig voelen. De hoogste baas hoort het boegbeeld van die geborgenheid te vormen.'

Hij vroeg je goed voor de mensen in het korps te zorgen. Dat hebben ze nodig en dat verdienen ze, zei hij. Ik zie hem knikken.

Daar sluit ik me van harte bij aan. En ik meen dat jij het belang van de individuele politiemannen en –vrouwen net zo diep in jouw hart draagt, als je voorganger.

Erik - dames en heren. We zijn bijna toe aan het officiële gedeelte van de installatie, het afleggen van de eed.     

Eerst wil ik nog dit zeggen, Erik. Iedereen in deze zaal realiseert zich dat je een taak op je hebt genomen die je op alle fronten in beslag zal nemen. Daarom zeg ik erbij: zorg ook goed voor jezelf.

Ook daar heb ik vertrouwen in, als ik kijk naar Heleen en de kinderen. Tegen hen wil ik zeggen: Fijn dat we Erik even van jullie mogen lenen.

Beste Erik. Als over een aantal jaren alle burgemeesters en officieren van justitie in dit land met nog meer trots en tevredenheid spreken over 'mijn politie', als ze het hebben over onze nationale politie. Dan ben jij in mijn ogen meer dan geslaagd in jouw opgave als korpschef van de nationale politie!

Erik mag ik je hier op het podium vragen?

(Akerboom krijgt de map met de eed aangereikt)