Documenten

Lezing van minister Schippers 'De paradox van de vrijheid'

De Elsevier/HJ Schoo-lezing door minister Schippers (VWS) op 5 september 2016 in Amsterdam  onder de titel 'De paradox van de vrijheid'.

De paradox van de vrijheid

Beste mensen,

Een paar maanden geleden kreeg ik een telefoontje met de vraag om deze lezing te houden. Ik kan u vertellen… dan gaat er van alles door je heen.

De Hendrik Jan Schoolezing! Wat een geweldige kans! Dat was mijn 1e gedachte.

Wat een geweldige kans om nou eens te laten zien hoe de Nederlandse gezondheidszorg in ons eigen land stelselmatig wordt onderschat.

Hoe we ten onrechte het verleden idealiseren. Hoe vrouwen met borstkanker vroeger kansloos waren en je in de slaapzaal van het verpleeghuis alleen een gordijntje had voor je privacy. Nu is 86 procent van de vrouwen met borstkanker na 5 jaar nog in leven. Nu is in het verpleeghuis een eigen kamer heel normaal.

Wat slecht was vergeten we, wat goed gaat, went heel snel.

Wat een kans om te vertellen hoe we er na jaren, waarin de uitgaven alleen maar opliepen, nu in slagen de kosten te beheersen. En dat de kosten met verstandig beleid ook in de toekomst geen probleem meer hoeven te zijn.

Om te vertellen over de enorme kloof.

Tussen de mooie dingen die ik zie en die ik hoor tijdens werkbezoeken. En het verharde debat in Den Haag.

Wat een kans. Om de mythes te ontkrachten. Door de feiten te laten spreken. En dat voor een gehoor van mensen die meestal niet naar de lezingen over de zorg gaan, voor u.

Een geweldige kans. Héél aanlokkelijk.

En toch heb ik er niet voor gekozen.

Juist in nagedachtenis van Hendrik Jan Schoo heb ik daar niet voor gekozen. Want het zijn de grote problemen en de grote zorgen van deze tijd die in deze lezing, die zijn naam draagt, moeten worden geadresseerd.

Deze lezing moet gaan over de dingen die mij ‘s nachts wakker houden. Over de zorgen die ik heb voor de toekomst van mijn kind.

En die zorgen die gaan niet over onze uitstekende gezondheidszorg.

Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken.

Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven.

Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.

Mijn dochter is een kind van haar tijd, met een grote vrijheidsdrang. Ze heeft laten weten later geen man te nemen, ze neemt een hond (ik bedoel, ze is 11 hè).

Ze weet niet beter dan dat ze zelf nadenkt en beslist. Over wat ze wil worden bijvoorbeeld. Dat wisselt nogal, van dierenoppas tot ontwerpster. Maar ze mag zelf kiezen. En ik wil dat dat zo blijft. Niet alleen voor haar. Voor alle meisjes in Nederland.

Ik wil het vandaag hebben over de paradox van de vrijheid. Een paradox die misschien niet is op te lossen. Ik heb ook niet de illusie dat ik dat vanavond even zou kunnen doen Maar ik wil op die paradox wel een antwoord geven. En een besluit nemen.

Vrijheid – dat vinden wij in deze zaal allemaal heel vanzelfsprekend. Wij kennen niet anders. We hebben bijvoorbeeld economische vrijheid, die ons welvaart heeft gebracht. En dat komt vooral omdat wij alle potentie in onze samenleving hebben benut.

Van mannen, vrouwen, van homo’s, van mensen die gelovig zijn of die dat niet zijn – iedereen die wil en kan meedoen, mag een bedrijfje beginnen, heeft dezelfde rechten.

In landen waar dat niet zo is, in landen waar vrouwen niet mee mogen doen bijvoorbeeld, zie je daarvan ook de economische gevolgen. Armoede is de zichtbare kant van onvrijheid.

In een vrije economie zijn wel regels nodig: mededingingsregels, regels die werknemers beschermen.

De paradox van de vrije markt is dat zonder regels diezelfde vrije markt zichzelf opblaast.

Maatschappelijk contract

Maar hoe zit dat met onze vrije samenleving? Hoe zit dat met onze persoonlijke vrijheid?

In een vrije samenleving is volop ruimte voor verschillen tussen mensen. Nederland is al heel lang een land waar uiteenlopende opvattingen en religies naast elkaar kunnen bestaan.

Er is veel onderzoek gedaan naar de vraag waarom de verzuiling uiteindelijk niet heeft geleid tot het uiteenvallen van de samenleving. En dan zie je dat een aantal dingen cruciaal is.

Eén is dat al die mensen natuurlijk wel eenzelfde geschiedenis deelden;

en twee is dat ze elkaar bleven tegenkomen. Arm en rijk kwamen elkaar vroeger tegen in de kerk. Katholiek en protestant kwamen elkaar tegen op het werk.

Mensen deelden elkaars gedachtengoed niet, maar ze kenden elkaars gedachtegoed wel; wisten ook wat ze ongeveer van elkaar konden verwachten.

Vanaf de jaren ’60 is Nederland enorm veranderd. Onder de invloed van de hippiebeweging, braken de jongeren uit de gebaande paden van hun ouders. Ze stelden alles ter discussie en veroverden de machtsposities in de samenleving.

Het gaat tegenwoordig vaak over polarisatie. Maar is dat nou echt iets nieuws?

Was die polarisatie er de achterliggende decennia niet ook volop? De Communistische Partij Nederland, Provo, nieuw links, de boerenpartij, de ouderenpartij…

Toch was er een verschil. Polarisatie ging gepaard met wrijving. Kerkgangers rebelleerden tegen het kerkbestuur, kinderen rebelleerden tegen hun ouders, en nu deze kinderen een paar decennia later ouderen zijn, rebelleren zij weer tegen hun kinderen…

Onder die polarisatie zaten verbanden en een gedeeld verleden.

Polarisatie tussen groepen die dat niet delen, die elkaar niet of nauwelijks ontmoeten geeft geen wrijving, maar een kloof.

Een kloof waardoor je elkaar dus niet ontmoet, je niet met elkaar in gesprek gaat, je geen empathie of begrip hebt voor de ander.

Voor wrijving heb je elkaar nodig. Je botst met elkaar, discussieert. Dat is wrijving. Wrijving geeft glans.

Door wrijving hebben wij in deze samenleving iets bereikt. En dat is dat onder al onze verschillen, die uiteenlopende opvattingen en religies toch een gemeenschappelijke basis ligt.

Gemeenschappelijke normen en waarden.

Het bezielende verband.

Onze bakens.

Een maatschappelijk contract.

Dat contract is over de decennia heen bevochten, geconsolideerd en geschreven. Dat contract zit in onze genen, en natuurlijk kan het ook door nieuwkomers worden onderschreven.

Dat je vrij bent om te leven zoals je wilt maar dat die vrijheid wordt begrensd door de vrijheid van een ander. Dat mensen gelijkwaardig zijn, ongeacht hun geloof, hun ras, geslacht of seksuele geaardheid. Dat het gaat om je toekomst en niet om je afkomst.

Dat je uit een gemeenschap kan treden als je dat wilt. Omdat het gaat om je eigen leven.

Vindt u dat een open deur? Vindt u het al saai worden?

Ik denk dat er hier in deze zaal niet veel mensen zijn die het hiermee oneens zijn…

Tòtdat we het concreet gaan vertalen…

Rita Verdonk accepteerde niet dat een Islamitische man weigerde om haar de hand te schudden. Zij maakte daar terecht een punt van. Ze verdient daarvoor alle lof, maar kreeg ook veel, onverwachte kritiek uit progressieve hoek.

Want

“Als handen schudden met vrouwen nou niet geaccepteerd wordt in de cultuur van deze groep, dan moeten we daarvoor alle begrip hebben. Alle culturen zijn gelijkwaardig”.

Ik vind dat een verschrikkelijke misvatting. Frits Bolkestein zei het al in de 90'er jaren: Alle culturen zijn helemaal niet gelijkwaardig. En ik zeg het hem na: De onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken. In ieder geval voor de vrouw. In ieder geval voor de homo of de transseksueel. In ieder geval voor mensen die niet behoren tot de groep van de machthebbers.

Voor mensen die de overheersende religie niet aanhangen.

Voor al deze mensen is onze cultuur zoveel beter, dat zij hun leven op het spel zetten om hier naartoe te vluchten. Om de vrijheden, de veiligheid en de economische kansen die onze cultuur hen biedt.

Er komen ook veel mensen hier naartoe die wél de economische kansen zien die wij hen bieden, maar die de vrijheid die daaraan vooraf gaat en die daar onlosmakelijk onderdeel van is, afwijzen.

Moeten wij ons ten behoeve van deze mensen als samenleving niet ook een beetje aanpassen?

Natuurlijk. Dat gebeurt ook.

In heel veel zaken ontstaan nieuwe vormen, nieuwe muziek, nieuwe keukens, mode, nieuwe straattaal. Dat is mooi en voegt veel toe aan de samenleving.

Moeten wij dan ook niet een compromis sluiten met de mensen die onze normen en waarden afwijzen. Een beetje water bij de wijn doen? Waarom zou je nou zo moeilijk doen als iemand weigert om jou een hand te geven omdat je een vrouw bent?

Mijn antwoord daarop is heel helder: nee! Wij schudden niet zomaar elkaars hand in dit land. Dat staat ergens voor. Dat staat voor gelijkwaardigheid. Wie mij niet de hand wil schudden omdat ik een vrouw ben, trekt mijn gelijkwaardigheid in twijfel.

Natuurlijk weet ik dat het in de jaren '50 in Nederland ook anders ging. Vrouwen moesten zich zedig gedragen, scheiden was een taboe en je werd geacht alleen voor het huis en de kinderen te zorgen.

Homoseksualiteit stond in de jaren '70 nog officieel te boek als psychiatrische stoornis.

Ik hoor dat ook vaak als tegenargument. En dat is een gek argument, want wij hebben ons daar toch niet voor niks uitgevochten? Wij willen daar toch niet naar terug? Vroeger was in vele opzichten helemaal niet beter!

Het zijn vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden. Mijn vraag is: ten koste van wie gaat dat compromis?

Niet ten koste van de man. Niet ten koste van de moskee.

Dat compromis gaat ook niet ten koste van hoogopgeleide globalisten. Die altijd hun eigen weg kunnen gaan.

Die over het algemeen omgaan met andere hoogopgeleide mensen. Wie van u heeft eigenlijk een buurman die moslim is? Een teamgenoot op de sportclub? Een zwager of een vriend?

Wie van de vrouwen in de zaal heeft eigenlijk met deze dilemma’s daadwerkelijk te maken in het dagelijkse leven?

Ik denk niet veel.

Hoger opgeleide mensen kunnen verhuizen als het moet, en doen dat ook. Zij kunnen overal werken.

Nee, dat compromis gaat ten koste van mensen die geen keuze hebben in te zijn wie ze zijn. Homo’s, transgenders, vrouwen.

Het gaat ook ten koste van mensen die kiezen anders te zijn.

Het gaat ten koste van de moslimvrouwen die proberen wat meer vrijheid te veroveren,

De moslims die gewoon meedoen in deze samenleving en die als allereerste last krijgen van oprukkend fundamentalisme.

Het gaat ten koste van de moslims die worden belasterd als zij met u en met mij omgaan. Die worden uitgemaakt voor hypocriet of nep-moslim.

Het gaat ten koste van de meisjes die op straat worden aangesproken als ze geen hoofddoek dragen.

Het gaat ten koste van de kwetsbaren in onze samenleving, van de ouderen met weinig geld en mogelijkheden, die niet kunnen vertrekken uit hun oude buurtje. Ook al kennen ze daar niemand meer, is er niemand meer die hun taal spreekt – geen bakker of slager om even een praatje mee te maken - en voelen zij zich niet meer thuis, maar in het buitenland.

Zij zijn degenen voor wie we moeten knokken. Voor wie we de vrijheden die dit land biedt, moeten verdedigen. Voor wie wij never nooit niet onze vrijheden moeten inleveren.

En ik vind dat wij daarin compromisloos moeten zijn.

Vrijheid gaat niet alleen over onszelf. We moeten het ook hebben over de vrijheid van anderen. Over de vrijheid van vrouwen in migrantengemeenschappen bijvoorbeeld.

En die discussie gaat wat mij betreft niet over wel of geen hoofddoekje. Het gaat wat mij betreft niet eens over de boerkini.

Het is zó gemakkelijk om ideologische gevechten te voeren over het uiterlijk van vrouwen.

Ik weet niet hoe het komt, maar overal waar culturen botsen moeten vrouwen ofwel iets uittrekken ofwel iets áántrekken.

In beide gevallen leidt het in de praktijk tot pijnlijke, vernederende situaties. En worden vrouwen de dupe.

Laten we daarom deze vrouwen met rust laten en onze energie liever richten op wat echt belangrijk is:

De vrijheid van meisjes in de Haagse wijk Transvaal om zónder hoofddoek de straat op te gaan. De vrijheid van meisjes om in bikini te kunnen zwemmen - ook moslimmeisjes - die daarvoor kiezen, zonder sociale druk en zonder dat ze worden lastig gevallen.

Mijn ouders konden scheiden. De vraag is: kunnen moslima’s dat ook? Mijn zus kon uit de kast komen. De vraag is: kan Mohammed dat ook?

Er zijn genoeg mensen in de migrantengemeenschappen die snakken naar vrijheid, met of zonder hoofddoekje. Die vooruit willen. Mijn vraag is: kúnnen ze dat ook?

Gelden onze vrijheden, onze Grondwet, onze kernwaarden ook voor hen? Of accepteren wij het bestaan van parallelle werelden in Nederland, met parallelle werkelijkheden. Vrijheid voor de één, onvrijheid voor de ander.

Een paar jaar geleden leerde ik Shirin Musa kennen. Zij heeft een stichting opgericht om vrouwen met een islamitische achtergrond juridisch bij te staan als ze tegen hun wil getrouwd zijn of wanneer een man weigert te scheiden.

Situaties waarbij de dubbele standaard in ons land aan het licht komt. De Grondwet is er blijkbaar materieel niet voor iedereen.

Er zijn Nederlandse migrantenvrouwen met een islamitische achtergrond die zijn opgesloten in hun gemeenschap, soms zelfs letterlijk opgesloten in hun huis.

Zij zijn Nederlandse vrouwen maar zij hebben in de praktijk niet de rechten van Nederlandse vrouwen.

Zoiets simpels als het recht om verliefd te worden, een vriendje te hebben, je eigen partner te kiezen, te scheiden van je partner… weet u nog die opsomming die ik zojuist deed? De open deuren. Die we allemaal zò vanzelfsprekend vinden?

Die kernwaarden gelden niet voor deze vrouwen. Als het gaat om vrouwenrechten in de islamitische gemeenschap in Nederland blijft het opvallend stil.

Dappere vrouwen lopen niet alleen tegen de grenzen aan van conservatieve krachten in hun eigen gemeenschap. Ze lopen ook keihard aan tegen de grenzen van onze solidariteit. En waarom?

Wij maken ons druk om het glazen plafond, dat is ons feminisme. Maar we negeren dat in ons eigen land vrouwen opgesloten zitten en niet mogen werken.

Zoals de hoogopgeleide vrouw die hier al jaren woont en alleen getrouwd was door de Imam. Zij sleepte haar man voor de rechter omdat hij weigerde hun religieuze huwelijk te ontbinden.

Waardoor zij niet verder kon met haar leven, zelfs het risico liep om opgepakt te worden voor overspel als ze op vakantie zou gaan naar het land waar ze is geboren.

Dat die vrouw van een Nederlandse rechter het advies kreeg om het eens te proberen bij een Sharia-rechtbank in Londen.

Terwijl er vergelijkbare zaken zijn, waarbij de man op straffe van een dwangsom moest meewerken aan de scheiding.

Deze vrouw was perplex en terecht.

Het probleem is: een religieus huwelijk is in Nederland zo gesloten, je hoeft er niet eens voor naar een moskee. En ook al is dat onwettig, vrouwen die in Nederland zo’n religieus huwelijk sluiten, kunnen er niet meer uitstappen. Zij zijn rechteloos. Vogelvrij. En onze wetten beschermen hen niet.

Wij, die zelf zo relativerend doen over onze eigen cultuur, zien de cultuur van anderen als iets absoluuts.

Wij, die als geen ander weten dat verandering in gezinnen begint bij de vrouwen, bij de moeders, zijn niet solidair met de dappere vrouwen die hun cultuur ter discussie durven te stellen.

Wij, die ons hebben losgemaakt van de kerk, bespreken de rechten van moslimvrouwen niet met deze vrouwen, maar met mannen. Met het patriarchaat.

Met de gebruikelijke, altijd religieuze belangenclubs. Met het moskeebestuur, dat in de regel alleen zichzelf vertegenwoordigt. De mannen die belijden dat ze tegen dwanghuwelijken en eerwraak zijn. Maar die zich niet expliciet willen uitspreken voor het recht van vrouwen op seksuele zelfbeschikking.

Wij, die alle heilige huisjes omver hebben geschopt, vinden dat anderen zich maar in hun cultuur moeten schikken. En wij laten degenen die vooruit willen, vallen. Dat is niet progressief. Dat is het tegenovergestelde van progressief. Het is mensen terugduwen naar een feodaal verleden.

En waarom? Vinden we de werkelijkheid te ongemakkelijk?

Ayaan Hirsi Ali is een vrouw die tegen alle conventies in haar eigen weg koos. En dat is een heel moeilijke weg. Zij sprak zich uit tegen de onderdrukking van vrouwen in haar cultuur, tegen gedwongen huwelijken, tegen meisjesbesnijdenis, tegen het patriarchaat. Ik heb als fractiegenoot van dichtbij kunnen zien hoe zwaar die strijd is. Het Nederlandse feminisme heeft haar wonderlijk genoeg maar zeer summier omarmd. Ze werd bekritiseerd om haar toon.

De inhoud was te ongemakkelijk…

Dat is een beproeft concept dat steeds weer terug komt.

Maarten Zeegers schreef het boek ‘ Ik was een van hen’. Het gaat over een periode waarin hij zich undercover begaf onder orthodoxe moslims in de Haagse wijk Transvaal.

Het gaat over de bonte werkelijkheid van moslimgroepen, van religieuze afsplitsingen en afsplitsingen van afsplitsingen – wat dat betreft lijkt het de protestantse gemeenschap in Nederland wel – het gaat over het razendsnelle religieuzer worden van de migrantengemeenschap. Over jongeren die zich geen Nederlander voelen, Nederland zelfs haten.

En het gaat nog verder dan dat.

Zegers vertelt over jongeren die geloven dat de eindtijd is aangebroken. De gelovigen zullen naar het paradijs gaan. Maar eerst moet er in Syrië een veldslag tussen moslims en ongelovigen worden uitgevochten. Dat is voorbestemd. Een burgeroorlog dus. Een belangrijke gebeurtenis, daar moet je bij zijn. Het is maar één voorbeeld uit de vele verontrustende voorbeelden in zijn boek.

Wat denkt u?

Is de discussie losgebarsten over hoe we dit tij gaan keren? Waren mensen geschokt dat dit gebeurt in onze steden?

Ik wel!

Maar opvallend genoeg ging het daar niet over. Het ging over de toon van Maarten Zeegers. En hoe hij te werk was gegaan. Want dat was achterbaks en onethisch.

Kennelijk was de inhoud van zijn boek te ongemakkelijk.

Afgelopen juni, 12 juni, hadden we die vreselijke aanslag op een homobar in Orlando. Het nieuws was net bekend toen een raadslid haastig een tweet verstuurde, dat er in de Verenigde Staten toch nog steeds meer doden vielen door ongelukken met wapens dan door moslimgeweld. Een onbegrijpelijke relativering, die ontkent dat dit een aanval is op onze manier van leven, op onze cultuur, op onze vrijheden.

Die realiteit is kennelijk te ongemakkelijk.

Misschien lijkt negeren de makkelijkste weg. Omdat we denken dat de langzaam oprukkende onvrijheid ons, in onze buurt, in onze stad, in ons leven, niet zal raken. Maar het raakt ons al, dieper dan we denken.

De sluipend toenemende intolerantie, maar ook de toenemende zelfcensuur: Gerard van het Reve en Jan Wolkers rekenden in hun boeken plastisch en soms zelfs ruw af met christelijke taboes.

De cartoonisten, columnisten en cabaretiers beschimpen de paus en de kerk en alles wat daar in symboliek uit voortkomt al decennia lang.

Natuurlijk niet altijd smaakvol, of zelfs fatsoenlijk. Soms kwetsend voor christenen.

Die christenen hebben de vrijheid om dat onfatsoen aan de kaak te stellen en daarover de polemiek aan te gaan en dat doen ze ook.

Wie durft na de Deense cartoonist Kurt Westergaard, na submission van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali, na Charlie Hebdo nog islamkritische boeken te schrijven, cartoons te tekenen of films te maken?

En is dat gek?

De straf op het schrijven van een boek dat afrekent met je christelijke opvoeding leidde hoogstens tot het verbreken van het contact met de personen uit je jeugd.

Het tekenen van een cartoon dat afrekent met je islamitische opvoeding komt te staan op bedreiging, beveiliging en het inleveren van je vrijheid en veiligheid.

Juist dat wat je wilt bereiken, wordt je daarmee afgepakt.

De sluipende zelfcensuur op scholen.

Er zijn homoseksuele leraren die terug de kast in zijn gegaan, althans onder schooltijd. Er zijn klassen waar niet over de Holocaust kan worden gesproken.

Deze dingen gebeuren in 2016 in Nederland.

Dit zijn geen incidenten. Hier botsen culturen. Hier worden sluipenderwijs de kernwaarden van onze samenleving aangetast.

Daarom vind ik het ook van een enorm onbenul getuigen om mensen die zich over deze ontwikkelingen zorgen maken, te beschuldigen van racisme.

Dit gaat niet alleen over jezelf.

Dit gaat ook over de Syrische vrouw die hier jaren geleden al kwam, en die zo blij was dat ze eindelijk zichzelf kon zijn. Zonder druk van anderen haar eigen keuzes kon maken. En die nu merkt dat ze de ellende die ze daar achter zich kon laten, weer tegenkomt in Nederland: de sociale druk om je aan te passen aan datgene dat ze is ontvlucht.

Wij hebben laten gebeuren dat in sommige wijken een generatie jongens opgroeit die conservatiever is dan hun ouders. Jongens die de baas spelen over hun zusjes. Die hun zusje verbieden om mee te gaan op werkweek, mee te doen op school met zwemles, het vieren van feestjes of het luisteren naar muziek, om uit te gaan, of een vriendje te hebben.

We hebben laten gebeuren dat in Nederland geboren ouders hun in Nederland geboren kinderen de Nederlandse taal niet leren, thuis geen Nederlands spreken, geen Nederlandse tv kijken: de Nederlandse zenders zijn allang vervangen door de Turkse of Marokkaanse zenders. Waardoor deze kinderen al met 10-0 achterstaan als ze op school komen. Daar kan natuurlijk geen ochtendje voorschoolse opvang of cursusje tegenop!

We hebben tolerantie verward met onverschilligheid. En met die onverschilligheid hebben we niet alleen onszelf, maar ook onze nieuwkomers gedupeerd.

Hoeveel talent en kansen zijn verloren gegaan doordat mensen onze taal niet hoefden te leren? Doordat ze niet zelf hun pad hebben kunnen kiezen? Doordat mensen die energie die zij hadden bij binnenkomst, niet mochten benutten. Doordat mensen de power die zij hadden om de stap naar Nederland te maken, snel kwijtraakten omdat ze niks mochten. Behalve de dagen in ledigheid slijten.

Wat is de toekomst van de kinderen die op dit moment leren dat ze Nederland moeten haten? Hoe vinden zij straks hun weg in deze samenleving? Hoe vinden ze werk? Hoe gaan deze kinderen straks met hun vrouwen om? Hoe voeden zij straks hun kinderen op?

De paradox van de vrijheid is dat we ons met elkaar moeten bemoeien.

De paradox van de vrijheid is dat er grenzen zijn die moeten worden gehandhaafd.

Het besluit om dat actief en intensief de doen is van levensbelang. Deze keuze vergt ook geen uitstel!

Wij kunnen de aanvallen op onze vrijheid niet negeren. De stille, sluipende niet en de gewelddadige niet. De aanslagen in Frankrijk, België en Duitsland zijn aanslagen op onze vrijheid en onze waarden.

Het gewelddadige gif dat niet alleen binnenkomt in het kielzog van de echte vluchtelingen, maar ook wordt gerecruteerd in onze wijken. Onder ónze moslimjongeren.

Wij moeten daarop een antwoord formuleren dat intelligenter is dan de eigen grenzen dicht. Grenzen dicht speelt radicale groepen die uit zijn op ontwrichting en chaos eerder in de kaart.

De grenzen dicht heeft zulke gigantische economische en maatschappelijke gevolgen, leidt tot werkeloosheid, en daarmee tot armoede en onvrede, en zo tot onrust.

Prachtig toch vanuit het perspectief van de fundamentalist? Mooie voedingsbodem voor de islamitische heilstaat.

Om in de geest van Schoo te blijven die over dit thema zoveel wijze woorden heeft geschreven die nog steeds relevant zijn: het is dubbel bedrog.

Eerst de illusie dat de multiculturele samenleving geen consequenties zou hebben. En vervolgens de illusie van een schijnoplossing.  Alsof dichte grenzen het probleem zouden oplossen en verder ook geen consequenties zouden hebben.

Wij moeten een antwoord formuleren dat intelligenter is dan het verdacht maken van alle moslims. Waarmee je goedwillende, vrijheidslievende Nederlandse moslims groot onrecht aandoet. En waarmee je de haatzaaiers en de ronselaars die jongeren vertellen dat Nederland hen haat, dat zij er niet bij horen – nu niet en nooit niet – in de kaart speelt.

Het antwoord moet intelligenter zijn dan de deal met Turkije opzeggen en de vluchtelingenstromen maar laten komen, waarmee we onze veiligheid en onze verzorgingsstaat nog verder onder druk zetten.

En natuurlijk moeten we de buitengrenzen van de Europese Unie controleren.

Rutte heeft daar als Nederlands voorzitter van de EU een ommekeer geforceerd. De buitengrenzen worden bewaakt. Dat is een cruciale eerste stap.

De tweede stap is om te zorgen dat we controle hebben over hoeveel mensen en wie er binnen komen.

We kennen allemaal de dramatische, hartverscheurende beelden van veel te veel mensen op gammele bootjes die door rücksichtslose mensensmokkelaars in de ellende worden gestort. Het succes van de één is een aansporing voor de ander om het ook te proberen. Dat houdt deze mensonterende toestanden in stand.

De enige manier om dat te beëindigen, is de mensen direct al aan de kust waarvan ze vertrekken uit de bootjes te halen en terug te brengen naar diezelfde kust. En als dat te onveilig is, naar een veilige plek in de regio. Hoe verschrikkelijk moeilijk dat ook is.

De noodzakelijke stap is om hierover met de landen die het betreft keiharde afspraken te maken. Dat moet, omdat het de enige manier is om dit menselijke drama te stoppen. Dat moet – in het belang van de balans en stabiliteit van onze samenleving.

En dat moet absolute prioriteit hebben voor ons land.

Paradox van de vrijheid

We zullen grenzen moeten trekken. Heldere prioriteiten moeten stellen.

Maar dat gaat niet vanzelf. Wij moeten dit actief doen. Actief onze democratie beschermen. De paradox van de vrijheid is dat we regels en beperkingen hebben om de vrije markt en daarmee onze welvaart te beschermen. En dat geldt evenzeer voor de democratie. Ook de democratie moet worden beschermd.

Democratie is de minst slechte vorm van besturing. Democratie geeft ons allen een stem. Maar democratie gaat niet over de macht van het getal.

Ooit zei de toenmalige minister van justitie, Piet Hein Donner dat als twee derde de sharia wil in Nederland, de sharia er zal komen.

Ik zou willen zeggen: dus niet zonder dat wij onze vrijheid verdedigen, dus nooit zonder strijd, dus over my dead body.

Maar waar liggen die grenzen van de vrijheid?

Hoe ligt dat bij mensen die actief zieltjes werven voor de politieke islam? De politieke islam, zoals het salafisme. Dat uiteraard maar één doel heeft en dat is hier in Nederland de democratie de nek om te draaien en de islamitische heilstaat te stichten.

Ze verkondigen dat ook openlijk. Er is geen ruimte voor andersdenkenden, voor andere religies en al helemaal niet voor atheïsten.

Onderwijs? Dat is leren over de Koran.

De scheiding tussen kerk en staat? Vervalt.

De sharia moet worden ingevoerd.

Mag dat? Mag je hiervoor actief en openlijk zieltjes winnen? Mag je hierover preken?

Hoeveel ruimte krijgt een beweging die anderen geen enkele ruimte wil bieden?

De beweging Hizb ut-tahrir is zo’n fundamentalistische, radicale anti-Westerse, anti-Nederland beweging. Zij verwerpen het Nederlandse maatschappelijk contract.

Deze beweging is in heel veel landen verboden. In Duitsland, maar ook in grote delen van het Midden Oosten. De organisatie wordt in heel veel landen vervolgd.

Niet in Nederland.

Aanhangers van deze organisatie zeggen zelf: Het leger denkt dat het gevaar voor Nederland van buitenaf komt, maar het komt van binnenuit.

Want Hizb ut-tahrir praat jongeren in Nederland, het land met zo veel kansen, aan dat ze slachtoffer zijn van een anti-islamitisch complot. Leert jongeren zich af te keren van het land waarin ze wonen. En maakt zo de toekomst van jongeren kapot.

Bij ons kunnen ze gewoon legaal hun boodschap verspreiden. En dat doen ze met toenemend succes.

Is de paradox van de vrijheid dat je die vrijheid moet beschermen tegen z’n eigen ondermijning?

Ja, uiteraard is dat aan de orde.

Betekent dat dat je een beweging als Hizb ut-tahrir moet verbieden?

Ik vind dat een levensgroot dilemma. Over deze vraag heb ik lang nagedacht.

Wordt het niet eens tijd om een helder signaal af te geven? Een heldere norm te stellen? Wij accepteren deze aanval op onze vrijheid niet en daarom verbieden wij deze intolerantie, deze vijandige denkbeelden. Is verbieden niet het meest heldere signaal dat wij deze bewegingen, niet willen, niet moeten en zullen bestrijden? Dan weet iedereen waar hij aan toe is.

Maar…

Heeft verbieden zin? Dat vind ik een belangrijke vraag.

Nog belangrijker is of je de vrijheid van gedachten en overtuigingen mag inperken om diezelfde vrijheid te beschermen? En waar ligt dan de grens?

Een beweging die oproept tot geweld, dat is simpel: verbieden! Oproepen tot haat? Onze huidige wetten zijn over beide helder. Aanpakken!

Staatsondermijnende activiteiten? Keihard aanpakken.

En staatsondermijnende meningen dan? Een mening kun je niet verbieden. We hebben geen gedachtepolitie. Maar je kunt een mening wel bestrijden.

Mensen ronselen om te vechten voor de jihad in Syrië? Ja, direct oppakken zou ik zeggen.

Tegelijkertijd weet iedereen dat de grootste ronselaars voor de jihad Facebook, Twitter en Youtube zijn. Moeten we die ook verbieden? Kan dat?

Ik heb er lang over nagedacht en ik ben tot de conclusie gekomen dat een verbod op organisaties - die alles waar wij voor staan, verwerpen – wel een hele aanlokkelijke gedachte is, maar uiteindelijk niet werkt. Dat zien we ook in landen waar dat verbod wel geldt.

De vrijheid waarvoor we strijden is juist de vrijheid van gedachten, van je eigen wereldbeschouwing. Ook als we het daarmee hartgrondig oneens zijn. Ook als we die gedachten verafschuwen.

Ik heb besloten dat ik niet defensief wil zijn, maar offensief.

Mijn antwoord op de paradox van de vrijheid is dat onze ideeën sterker zijn. Dáár ligt onze kracht. Maar dan moeten wij die ideeën wel uitdragen. Dan moeten wij wel het zelfvertrouwen hebben om te staan voor onze ideeën.

Dat zijn we verleerd. Het is ook heel lang niet nodig geweest. Wij waren net als een groot bedrijf dat al heel lang zo goed verkoopt, dat het z’n afdelingen pr en sales de deur heeft uitgedaan.

Toen vrijheid van keuze en vrijheid van leven moest worden bevochten werd de discussie gevoerd, gingen we de straat op, werden films en protestsongs gemaakt en probeerden we op allerlei manieren zieltjes te winnen.

Maar toen we zo’n beetje alles netjes geregeld en voor elkaar hadden in het dagelijkse leven voor onszelf is dat logischerwijze ingezakt. Die verkoop was minder nodig. Iedereen wilde de vrijheid toch wel.

Tot er ineens een disruptieve start-up op het toneel verschijnt, die heel veel mensen weet te trekken.

En wij dachten: onvrijheid dat spreekt niemand meer aan, dat waait vanzelf over. Religie is achterhaald. In ieder geval in de vorm van een voorgeschreven leven volgens de lijnen van de Bijbel of de Koran.

De schok is groot dat het tegendeel waar is. We zijn wakker geschud. Wij moeten ons verhaal weer op orde krijgen. Wij moeten weten waar we voor staan. En dat moeten we voor het voetlicht brengen. De vanzelfsprekendheid is weg.

Mijn antwoord op de paradox van de vrijheid is ook dat onze propositie voor deze jongeren beter is dan die van de fundamentalistische Islam.

Kijk: als je door een gehoorzaam en vroom leven nu, straks de vrijheid en de maagden in het vooruitzicht hebt… Als je wordt omarmd door een gemeenschap, waartoe je behoort en waarvan je een gewaardeerd en gerespecteerd lid bent… Als je serieus wordt genomen… Als je om je heen geen beter aanbod ziet… Niet in de wijk, niet thuis, niet op tv…

Als de keuze voor de Hizb ut-tahrir de gemakkelijkste keuze is…

Dan is die op een gegeven moment gemaakt.

Maar laten we eerlijk zijn: onze propositie is beter!

Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.

Als we een echte keuze bieden, is de onze zoveel beter. Maar dan moeten we onze afdeling sales wel weer optuigen en opengooien.

En dan moeten we hen wel toelaten. Dan moeten we hen wel kansen bieden en moet Mohammed aangenomen worden voor een stageplek, en Fadim in haar klas een Sharon tegenkomen.

Wij kunnen niet verwachten dat mensen bij ons willen horen, als wij mensen vervolgens buitensluiten.

Pas dan gelden al onze vrijheden overal in Nederland voor iedereen!

Kortom:

Ik ben zo ongelooflijk blij dat ik in Nederland ben geboren. Dat ik alle kansen heb gehad om te leren en te studeren, ook al vond ik daarin niet direct m’n weg. Dat ik daarin mijn fouten heb kunnen maken, mij heb kunnen ontplooien en ontwikkelen zoals ik dat wilde. Het is voor mij 25 jaar geleden zelfs reden geweest om mij aan te sluiten bij de VVD. Het is waarom ik nu van mening ben dat dit het belangrijkste thema is.

Ik wil dat mijn dochter diezelfde kansen krijgt. En ik wil dat de vier dochters van Samira -  Samira die ik al zo lang ken, die moslima is maar die ook een roze kerstboom in haar woonkamer zet, die aan de Ramadan doet, maar ook ongehuwd samenwoont -  dat de 4 dochters van de o zo geëmancipeerde Samira die kansen ook krijgen.

Daarvoor moeten we heldere normen willen stellen over wat we accepteren en wat niet. Helder zijn over waar onze grenzen liggen.

En dat moeten we actief en intensief communiceren. Laten we zorgen dat mensen die ons land binnenkomen, vanaf dag één weten wat er van hen verwacht wordt.

Niet alleen de geschreven regels, ook de ongeschreven regels.

Ik stel dan ook voor dat we nieuwkomers meteen een filmpje laten zien:

Kijk, u bent niet alleen in het land van Cruijff, het land van tulpen en molens. U bent in het land waar iedereen gelijkwaardig is. Waar een vrouw uw baas kan zijn en zij daarbij luchtig gekleed mag gaan als zij zelf wil. Net als uw dochter, als zij daarvoor kiest. Als u er zelf voor kiest en niemand u dwingt, kunt u een hoofddoek dragen. Maar een Niqaab is hier geen gebruik en niet toegestaan in het publieke leven, we willen elkaar graag ontmoeten, leren kennen, kunnen aankijken en weten met wie we spreken.

We geven elkaar een hand. U bent in het land van het homo-huwelijk. En kijk: dit is onze Gayparade. Het land waar jouw vrijheid de vrijheid van een ander niet mag beperken. Bent u homo? Dat maakt voor ons niet uit, uw vrijheid om daarvoor uit te komen, is hier in het AZC al gegarandeerd.

Ik begrijp best dat dit voor u misschien een grote stap is, onwennig. Maar u moet hem wel maken. Dit is waar wij voor staan, en wie dat niet kan accepteren, hoort hier niet thuis. Kies een ander land, niet het onze.

Ik pleit er niet voor om de politieke islam te verbieden, tenzij ze onze wetten overschrijden.

Maar we kunnen meer doen dan we nu doen. We hoeven het deze clubs ook niet gemakkelijk te maken.

Zij verwerpen ons en alles waar wij voor staan, zij zijn onze tegenstander! Niet verbieden is niet hetzelfde als niet bestrijden!

Je tegenstander geef je geen subsidie. En die laat je niet met rust! Daar bemoei je je mee tot vervelens toe. Die maak je het lastig, heel lastig, op alle fronten.

Een beweging als Hizb ut-tahrir moet onze hete adem in de nek voelen. Wij moeten hen nauwlettend en hinderlijk in de gaten houden. En als zij zich ook maar een millimeter buiten de grenzen van onze rechtstaat begeven, bijvoorbeeld als zij jongeren leren om Nederland te haten, dan zullen ze daar de gevolgen van ondervinden.

We moeten de wetten die we hebben veel actiever toepassen. Lik op stuk geven. Niet wegkijken. Ons ermee bemoeien.

Ook de stromen geld die vanuit landen als Saoedi Arabië, Turkije of Iran in koranscholen en moskeeën worden gepompt om deze vijandige gedachten te verspreiden zijn een doorn in het oog. Ook daarin moeten we niet naïef zijn.

Wij moeten van deze landen - waarmee we diplomatieke betrekkingen onderhouden - eisen dat ze hiermee stoppen. Wij hebben deze geldstromen steeds beter in beeld.

Nu moeten we alles uit de kast trekken om ze te blokkeren en onmogelijk te maken.

Het wordt tijd dat wij - alle Nederlanders die onze cultuur, onze vrijheden, ons maatschappelijk contract liefhebben - opstaan om onze verworvenheden actief te verdedigen.

We moeten een vrijheidscoalitie vormen.

En daar hebben we iedereen ontzettend hard bij nodig. Iedereen is welkom in die coalitie: allochtonen en autochtonen, moslims, christenen en atheïsten, homo’s en transseksuelen, links en rechts, man en vrouw, jong en oud, conservatief en progressief.

Het gaat om onze gezamenlijke toekomst en die van onze kinderen.

We zullen samen onze stem moeten laten horen. Voordat het te laat is.

Rechtse heilige huisjes – dat je niet mag leren en werken, totdat helder is dat je mag blijven - en linkse heilige huisjes – dat alle culturen gelijkwaardig zijn – moeten sneuvelen.

We moeten niet de verschillen zoeken maar de overeenkomsten. De krachten bundelen. En iedereen die vooruit wil, die vrijheid wil, onze steun geven.

Met wetten en regels, ja.

Maar we maken pas écht het verschil als we de rijen sluiten, als we de gelatenheid en de relativering achter ons laten en overgaan tot actie. Geen tolerantie meer opbrengen voor intolerantie.

Ik stel voor dat we solidair zijn met de dappere vrouwen, bij wie de verandering begint. De moeders en dochters.

We beschermen hen tegen een ongewild religieus gevangenschap, onder het mom van een huwelijk, waar ze niet vanaf kunnen.

Als we daarvoor de wet aan moeten passen, dan moeten we dat doen.

Ik stel voor dat we geen subsidies meer stoppen in al die religieuze groepjes, Laten we onze steun verleggen naar de vechters voor de vrijheid. Zij zijn onze gesprekspartners.

Want

Als wij onze vrijheid zo ver doorvoeren dat we accepteren dat anderen die ondermijnen, kunnen we haar in een oogwenk verliezen.

En dát beste mensen, is iets om over wakker te liggen.

Minister Schippers

Minister Schippers tijdens de Schoolezing

De Rijksoverheid. Voor Nederland