Toespraak minister Asscher op conferentie Arbeid en Zorg

Toespraak van  minister Asscher (SZW) op de conferentie Arbeid en Zorg op 31 oktober 2016 in Madurodam, Den Haag.

Hartelijk welkom op deze Arbeid- en Zorgbijeenkomst.

Ik wil het met u hebben over een absurd dilemma. De vraag. Waar kies je voor? Je gezin of je werk?

Voor mij zou dat een onmogelijke keuze zijn. Ik ben namelijk vader én minister. En het is mijn ambitie om tegelijk het beste voor dit land te doen en het beste voor mijn gezin. Ik vind beide ongelooflijk belangrijk. En ik word van beiden gelukkig.

Toen ik minister werd, heb ik dan ook de keuze gemaakt om niet te kiezen: tussen de verhalen die ik hoor op mijn werkbezoeken of thuis aan de keukentafel. Tussen de Kamervragen van de oppositie of de levensvragen van mijn zoons. Tussen de koopkrachtcijfers van Nederland of de cijfers op hun schoolrapport. Beide overigens ruim voldoende dit jaar!

De vraag waar ik elke dag mee geconfronteerd word is niet of, maar hoe ik het ga bolwerken. Ik besef heel goed dat ik makkelijk praten heb. Ik heb de vrijheid om zelf te bepalen hoe ik mijn dagen vul.

Soms laten mensen me merken dat ze het maar niks vinden, maar ik hoef me daar niks van aan te trekken, ik ben mijn eigen baas. En ik weet heel goed dat niet iedereen de luxe heeft om niet te hoeven kiezen.  

Veel Nederlanders zitten dan ook in een spagaat tussen werk en privé. Onze verantwoordelijkheden zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Vrouwen zijn een stuk méér gaan werken, maar mannen niet mínder. En daarnaast is er ook nog de zorg voor anderen en vrijwilligerswerk.

Een beetje druk zijn is prima, maar het loopt soms echt de spuigaten uit. 1 op de 6 werknemers combineert werk al met langdurige mantelzorg en dat wordt meer. De helft voelt zich zwaar- tot zelfs overbelast. En te vaak komt die mantelzorg terecht op de schouders van vrouwen.

Sommige mensen worden letterlijk ziek van hun verantwoordelijkheden op werk en hun zorgtaken thuis. Je ziet dat terug in de verzuimcijfers. Het zorgt ervoor dat mensen minder gaan werken of zelf helemaal stoppen. Het zijn weer vooral vrouwen die het niet volhouden en afknappen. 

En dat is toch juist wat we niet willen bereiken. Een samenleving waarin je ziek wordt als je zieke mensen helpt.

Dames en heren,

Waar kies je voor? Je gezin of je werk?

In een moderne samenleving zou dit absurde dilemma tot het verleden moeten behoren. De realiteit is helaas anders. Onze behoefte om te zorgen én te werken wordt tegengewerkt door de onwennigheid en het onbegrip van anderen. Door een hokjesgeest die ons dwingt om te kiezen voor het gangbare. Dat wat anderen van ons verwachten en wat we altijd al hebben gedaan.

Niet alleen werkgevers moeten zich aangesproken voelen. Ook de samenleving. En ja, ook de overheid, die vaak een kei is in het kortwieken van bevlogenheid, als je niet binnen een bepaald hokje past [hier bedoel ik mee: mensen die buiten de boot vallen omdat regelgeving in hun situatie niet van toepassing is of averechts werkt].  

Als we vooruit willen, dan zullen we echt af moeten van zulke 'ouderwetsigheid'.

Vanaf het moment dat ik minister werd, heb ik me ingezet om hier wat aan te doen. Ik wilde het niet alleen voor mezelf goed regelen, ik wilde dat het voor iedereen veel vanzelfsprekender zou worden om werk en privé op een ontspannen manier te kunnen combineren.

Daarom wilde ik de weerstand en obstakels zoveel mogelijk weg nemen. Zowel binnen als buiten de overheid.  

De afgelopen jaren hebben we stapje voor stapje vooruitgang geboekt. Zo is er flink geïnvesteerd in de kinderopvang. Niet alleen in de betaalbaarheid, maar ook in de kwaliteit. Want het is belangrijk dat als je aan het werk bent je weet dat je kind in goede handen is.

Je hebt nu ook recht op verlof als je wilt zorgen voor zieke familieleden, maar ook bijvoorbeeld voor een goede vriend of je buurvrouw. Daarnaast zijn we begonnen met een proef voor het vrijwillig delen van verlof. En we zijn met verschillende programma’s gestart om bedrijven 'mantelzorgvriendelijker' te maken.

Ook de uitbreiding van het kraamverlof van 2 dagen naar een week, was een kleine, maar belangrijke stap in de goede richting. Toch laat juist dat kraamverlof zien dat we er nog lang niet zijn. Want we zijn echt de hekkensluiter vergeleken met andere landen.

De enorme aarzelingen van werkgevers hierbij vind ik dan ook onbegrijpelijk. Het getuigt van een prikklokmentaliteit die écht achterhaald is, maar telkens weer opduikt. Ook bijvoorbeeld als vrouwen hun zwangerschap aankondigen.

Een zwangerschap zou voor veel vrouwen een feestje moeten zijn. En het zou vooral geen stress moeten opleveren of ze hun baan misschien kwijtraken. En of ze in de toekomst nog wel promotie kunnen maken.

Helaas is het tegendeel vaak nog de werkelijkheid. Juist werkgevers zouden moeten weten dat goedkoop duurkoop is. Dat je geen flexibiliteit kunt vragen zonder het te geven. En dat de aspiraties van hun meest ambitieuze werknemers misschien wel eens verder kunnen reiken dan alleen die promotie of bonus. Klaarstaan voor je familie is óók ambitie!

Bijna 9 op de 10 jonge vaders neemt de mogelijkheid tot het opnemen van verlof mee bij het kiezen van een werkgever. Toch blijven de meeste werkgevers enorm terughoudend. Alleen in sommige sectoren zie je een cultuuromslag. Bij ICT-bedrijven en adviesbureaus, bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk heel mooi.

Maar de combinatie van werk en gezin zou veel meer moeten zijn dan een hip hebbeding voor coole consultancy-bureaus. Want alle vaders willen er kunnen zijn voor hun kinderen, en alle moeders hebben baat bij een betrokken partner. En alle kinderen gedijen het beste bij ouders die aandacht kunnen schenken.

Ik ben bang dat er een groeiende maatschappelijke ongelijkheid ontstaat als het gaat om arbeid en zorg. In hogere functies is er vaak wel wat te regelen bij een ziek kind of zieke ouder. Maar als je in een lagere functie zit, moet je geregeld opboksen tegen een baas die er niks van begrijpt of niks wil.

Natuurlijk zijn er werkgevers die arbeid en zorg bloedserieus nemen. Een aantal is hier vandaag ook aanwezig. Maar er zijn er nog meer die zich er niet aan wagen. Die willen dat alles maar in een hokje past.   

Dames en heren,

Ik vind dat we in een modern land als Nederland soms nog best bekrompen doen als het gaat om de combinatie werk en gezin en veranderende rolpatronen. Ik heb het over de hokjesgeest die dicteert dat een minister geen Sint Maarten mag vieren. Dat er alleen luizenmoeders mogen zijn en geen luizenvaders. En dat het normaal is dat vrouwen een stapje terug doen voor de kinderen, maar mannen niet.

Onderzoek laat zien dat wanneer mannen uit zichzelf zorgtaken op zich nemen, ze toch nog steeds als sukkels worden gezien. 1 op de 3 vrouwen gaat minder werken als ze kinderen krijgt. Maar 1 op de 20 mannen neemt dat besluit.

Terwijl we weten dat ze van te voren vaak denken dat ze het eerlijker gaan verdelen. Dat ook willen, maar in de praktijk is het resultaat toch scheef.

Door het werken in deeltijd verdienen vrouwen een stuk minder dan mannen in dezelfde functie. Ook is slechts 1op de 4 managers vrouw.

In een moderne samenleving moeten vrouwen kunnen doorstomen naar de top en mannen kunnen zorgen voor hun kinderen. En vanzelfsprekend moeten ze evenveel kunnen verdienen in dezelfde functie. Het is gelijkheid die we moeten bevechten en in de wet moeten verankeren. Bijvoorbeeld door het ouderschapsverlof uit te breiden. En door een quotum in te stellen dat het aantal vrouwen in de top garandeert.

Dames en heren,

In mijn ideale wereld gaan werkplezier, waardering en persoonlijk geluk als ideale partners samen. En daarvoor moeten we samen een ideaal partnerschap vormen. Tussen werkgevers en werknemers. Maar ook tussen gezinspartners.

In een goede relatie gaat het er niet om wie er gelijk heeft, maar hoe je er samen uit komt. Dat je niet alleen neemt, maar ook geeft. En dat je met elkaar in gesprek blijft. Alleen dan weet je van elkaar wat je wilt en waar je aan toe bent.

Dat klinkt heel simpel, maar het vergt een flinke cultuuromslag. Naar een partnerschap waarin je zorgtaken bespreekt en in goed overleg verdeelt. Waarin je met z’n allen nadenkt over hoe je de arbeid-en-zorg puzzel kunt oplossen.

Dan heb ik het niet alleen over de zorg van je kinderen. Mantelzorg wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. We worden met z’n allen ouder. En we zullen met z’n allen ook langer thuis willen wonen. Dat vraagt om goede afspraken tussen werkgever en werknemer. En ook om begrip voor elkaars verantwoordelijkheden!

Dames en heren,

Bij elke stap voorwaarts op de weg van arbeid en zorg krijgen we er gratis een aantal stappen bij. Voor de man die de ruimte krijgt om zijn verantwoordelijkheid thuis te nemen. Voor de vrouw die de kans krijgt haar carrière te ontplooien. Voor het kind dat de aandacht en zorg krijgt die het verdient. Voor de samenleving die minder dwingt en meer mogelijk maakt.

Ik ben blij met de stappen die we vandaag zetten. Allereerst starten we een campagne waarin we goede voorbeelden laten zien van mensen die hun zorgtaken goed geregeld hebben. Hiermee willen we vooral aanzetten tot nadenken en mensen prikkelen. Als het anderen lukt, waarom zou het jou dan niet lukken? 

Ook lanceren we een verlofregelaar. Dit is een website waarmee je eenvoudig kunt zien wanneer je recht hebt op verlof en waar je moet zijn voor je aanvraag.

Daarnaast gaan we ook een online zelfscan aanbieden voor bedrijven. Werkgevers kunnen op deze website  in één oogopslag  zien hoe zorgvriendelijk hun bedrijf of organisatie is. Ik zal hier straks meer over vertellen.

Ook ben ik benieuwd naar de 10 vernieuwende ideeën die vandaag gepresenteerd worden. De combinatie arbeid en zorg is namelijk een doorlopend gesprek over wat we willen en hoe we het gaan regelen. Dat doe je niet door in het verleden te blijven hangen, maar door vooruit te kijken.

Ik ben daarom erg blij met het heldere SER-advies dat zo meteen door Mariëtte Hamer zal worden toegelicht. Na haar presentatie zal ik uitvoeriger reageren op dit advies.

Maar om af te sluiten met alvast een tipje van de sluier: het advies laat heel goed zien dat arbeid en zorg iedereen raakt. En ook niet een beetje… de impact is enorm. Het raakt ons in de kern van ons bestaan. We zullen er daarom ook samen vol voor moeten gaan om tot goede oplossingen te komen.  

Dank u.