Toespraak minister Kaag op de Bedrijvendag van de ambassadeursconferentie 2018

Minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) sprak op de Bedrijvendag, onderdeel van de Ambassadeursconferentie 2018. De Bedrijvendag vond plaats in de Van Nelle fabriek in Rotterdam op 31 januari 2018.

Burgemeester (Ahmed) Aboutaleb,

Voorzitter (Hans) de Boer,

Heren en gelukkig ook dames,

Mijn verhaal vandaag gaat over ondernemingszin, over kansen pakken op verre markten en over innovatie. Een geschiktere plek dan deze zou ik daarvoor zo gauw niet weten.

De Van Nelle Fabriek is een monument voor de visie, de moed en het doorzettingsvermogen van ondernemers die de hele wereld afstruinden op zoek naar producten en zakelijk succes. Cees van der Leeuw hád in de jaren '20 gewoon een gebouw kunnen laten neerzetten waarin je efficiënt koffie kon branden en thee en tabak verwerken. In plaats daarvan liet hij dít bouwen. Dit is zoveel meer dan een fabriek! Toen dit gebouw zijn oorspronkelijke functie verloor, transformeerde het in een vergadercentrum en onderkomen voor startups. En sinds 2014 is deze plek Unesco Werelderfgoed. Een mooi voorbeeld van succesvolle transformatie en innovatie.  

Zo ziet Nederland zichzelf graag: handelsland, ondernemersland, een land van bouwers en vernieuwers, met wereldwijd een uitstekende reputatie. U kent de cijfers: een derde van ons inkomen verdienen we in het buitenland, export is goed voor 2 miljoen banen. Weinig landen investeren wereldwijd zo veel als Nederland.

Maar mijn boodschap vandaag is dat het beter kan en beter moet. De wereld om ons heen verandert sneller dan ooit, met iedere dag nieuwe uitdagingen en nieuwe kansen. De duurzame ontwikkelingsdoelen, de SDG’s, zijn voor mij de leidraad om die uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en die kansen te pakken. Maar dat vergt een nieuwe aanpak, van de overheid en van kennisinstellingen, maar ook van u, ondernemers. Wij allen. Samen. 

Daarom 3 punten die ik graag met u wil delen.

1. Onze ambitie moet zijn om in 2030 niet minder dan 40% van ons inkomen in het buitenland te verdienen. Daarvoor is een strategische, meerjarige handelsagenda nodig met een nog veel grotere rol voor handelsmissies, ambassades en handelsbevordering.

En vooral: een veel grotere rol van het Midden- en Kleinbedrijf. Het recente Jaarbericht – Staat van het MKB (opgesteld door het comité waarin Koningin Maxima zitting heeft) gaat in op het dreigende groeiplafond van het MKB. Want het MKB is dé motor achter de Nederlandse economie en juist voor die sector liggen óók in het buitenland de grootste groeikansen.

Maar nog steeds weten het MKB en het ministerie elkaar onvoldoende te vinden. Dit kan dus beter.

Voor een klein land hebben we een groot postennetwerk. U kunt ambassadeurs altijd bellen. En economische afdelingen kunt u altijd appen. De app NL exporteert kan u helpen om snel de wereld te verkennen. Ik wil samen met de publieke en private partners de informatievoorziening op een nog hoger plan krijgen. Door nog beter informatie, kansen en netwerken te delen.

Dat alles is er voor juist voor u, het Midden- en Kleinbedrijf. U heeft de internationale markten nodig en Nederland heeft u nodig.

De 1e contacten heeft u natuurlijk nu, ik weet dat er speeddates zijn. Ik hoop dat dat uitgroeit tot duurzame relaties!

2. Ruim anderhalve eeuw geleden bouwde Jacobus Johannes van der Leeuw het merk Van Nelle uit tot een wereldspeler; hij legde wereldwijde handelscontacten en stichtte eigen plantages in Nederlands-Indië. Hij zocht en vond nieuwe markten en mogelijkheden.

Ik weet dat ook velen van u heel veel over de grens ondernemen: in Duitsland, België, Frankrijk, het VK (nog net deel van de EU). We zullen bij de Brexit natuurlijk goed opletten dat de positie van Nederlandse burgers en bedrijven niet in het geding komt.

Bijna driekwart van onze exportwinsten worden geboekt in EU-landen, de nabije markten. Dat is geweldig.

Maar ik dring er bij u op aan: laat u inspireren door Van der Leeuw en zet ook die volgende stap!

Niet alleen naar München, ook naar Mumbai; naast Brussel ook Bangkok; van Düsseldorf naar Dubai en van Rome naar Rio.

Want dat is waar de grootste groeimarkten liggen; op de verre markten. Niet in, maar buiten Europa. In de ASEAN-regio (Zuid Oost Azië) ligt het gemiddeld groeipercentage rond de 5%. In Vietnam wordt voor de komende jaren een groei van ruim 6% verwacht. De middenklasse groeit in Azië van zo’n 1,4 miljard mensen in 2015 naar 3,5 miljard in 2030. Dáár zitten de kansen voor samenwerking en het aangaan van nieuwe handelsrelaties voor u, ondernemers.

Mijn 1e handelsmissie gaat volgende week dan ook naar Maleisië en Vietnam. Niet helemaal naast de deur, maar de markten en mogelijkheden rechtvaardigen zo’n missie. Onze waterbouwsector heeft in die hele regio al een uitstekende naam. Royal Haskoning DHV bijvoorbeeld is er al dertig jaar succesvol.

En op dit moment helpen Nederlandse bedrijven met ervaring in de binnenvaart hun Vietnamese counterparts om hun kosten voor logistiek naar beneden te brengen; wereldwijd ligt dat rond de zes procent, in Vietnam rond de 18% . Betrokken bedrijven zijn onder meer STC - scholing en advies voor de binnenvaart - Vopak, Van Oord, Boskalis en Damen.

Om de kansen in zulke landen nog beter te benutten moeten we ook in Nederland beter samenwerken. Publiek en privaat. Gelukkig zijn we daar al een eind mee op weg. Aan private zijde worden de krachten gebundeld en ook aan de publieke kant is steeds meer synergie tussen Rijk, grote steden en regio’s. Minder versnippering en meer strategie om nieuwe markten en nieuwe kansen aan te boren.

3. Ik sprak in het begin al over de duurzame ontwikkelingsdoelen, de SDGs. Het gaat hierbij om heel veel tegelijk, alles hangt immers samen.

Maar een van de belangrijkste thema’s is ecologische verantwoordelijkheid: de zorg voor het klimaat en om duurzaamheid.

Dat is een opgave die veel te groot is voor 1 land. Het is een opgave die zelfs te groot is voor alle landen samen. Juist hier hebben overheden bedrijven nodig, en andersom. Innovatie, creativiteit en handelsgeest zijn vereist.

Publiek-private samenwerking is ook hier echt het parool. We hebben hiervoor regels en kaders nodig, dogma’s kunnen we missen als kiespijn. Want je kunt én geld verdienen én een positieve bijdrage leveren aan mens, milieu en ontwikkeling.

Dames en heren,

We gaan we dit samen doen. Economisch heeft Nederland wereldwijd een toppositie. Dit kabinet wil ook ecologisch naar de top. Tussen die twee zaken zit geen tegenstelling, ze liggen juist heel logisch in elkaars verlengde.

Want een bijdrage aan duurzaamheid krijgt steeds meer ook een economische waarde. In die ontwikkeling moet Nederland voorop willen lopen, in het economische belang van Nederland en in het belang van duurzaamheid wereldwijd.

Om deze posities te behalen en te behouden hebben we elkaar hard nodig. Ik zie uit naar onze samenwerking!

Dank u wel.