Toespraak van minister Hoekstra bij de ledenbijeenkomst van de NVB, 18 januari 2018

Op 18 januari 2018 sprak minister Hoekstra van Financiën bij de ledenbijeenkomst van de NVB.

Dames en heren,

Het is een genoegen om hier te zijn. Ik zie een hoop bekenden en ik zie ook veel nieuwe gezichten. Laat ik u het een en ander vertellen waar ik vandaan kom en waar ik naartoe wil.

Daarna zal ik het beleid van het kabinet schetsen en mijn kijk op de bankensector geven.

Maar laat ik u eerst meenemen naar langer geleden.

Naar 2002, 16 jaar geleden. Ik was net teruggekomen van een lange reis naar Azië na mijn studie. En ik ging voor Shell werken in Berlijn. In die stad, die een beetje dronken was van hoop en verwachting. De Muur was al een tijdje gevallen, maar die stad was een grote bouwput. ‘Baustelle Berlin’.

De stad was een schril contrast met Nederland. Het was de periode na de moord op Pim Fortuyn. Veel nieuwe vrienden en collega’s daar vroegen: Hoe kan het nou dat Nederland, een welvarend en gelukkig land, een land dat alles heeft om tevreden over te zijn, toch zo ontevreden lijkt en zo met zichzelf overhoop ligt? Dat vond ik een heel logische en interessante vraag.

Hoe zeer ik voor die tijd geïnteresseerd was in politiek en de maatschappij, die vraag gaf mij te denken. En ik nam me voor dat als ik terug zou gaan naar Nederland, dat ik ergens over wilde meedenken, hoe klein ook. En dat ik niet alleen zou gaan somberen en klagen.

Ik was totaal niet van plan om fulltime de politiek te gaan.

Ik ben bewezen slecht in carrièreplanning. Ooit was ik van plan boer te worden, daarna profvoetballer en daarna advocaat.

Dat is alle drie mislukt en nu ben ik hier bij u.

Dames en heren,

Het is een grote eer, een grote verantwoordelijkheid en ontzettend leuk om deze nieuwe rol te vervullen. En daarmee ook Nederland te dienen. Want laten we eerlijk zijn. Wat een mooi, bijzonder, welvarend, innovatief, egalitair, eigengereid, ondernemend, onorthodox en ook sympathiek land is dit!

Stel je nou eens voor dat je bij je geboorte 2 lootjes mag trekken. Met het eerste lootje trek je de 21e eeuw. Dan heb je behoorlijk geboft. En met het 2e lootje trek je Nederland.

Dan heb je opnieuw enorm veel mazzel gehad, zou je denken.

Je vooruitzichten zijn dan buitengewoon goed.

Toch is er wel iets aan de hand in ons land. Hoe mooi en hoe aangeharkt het er ook bij ligt. De zorgen die Fortuyn aan de oppervlakte bracht. Die zijn lang niet allemaal weggenomen. Sommige zorgen zijn verergerd en sommige zijn erbij gekomen. En er is nog altijd onderhuids onbehagen.

Er zijn veel mensen in de samenleving die zich afvragen of Nederland nog wel Nederland blijft. Of hun kinderen het net zo goed zullen hebben als zijzelf. Of zij de rekening van de dokter nog wel kunnen betalen. Of er in Nederland nog zoiets als ‘wij’ overblijft.

We weten tegelijkertijd - en dat is de paradox - dat de meeste mensen vinden dat het met hen zelf goed gaat. Maar dat ze minder tevreden zijn over het geheel. 'Met mij gaat het goed en met ons gaat het slecht.' Daaronder ligt een vertrouwensprobleem.

Weinig vertrouwen in de toekomst. Weinig vertrouwen in de samenleving. Erg weinig vertrouwen in de politiek. En ook erg weinig vertrouwen in de banken.

Er is weinig vertrouwen in de elite als geheel. Dat is bepaald geen vrolijke boodschap. Wat betekent dat nou? Voor u? Voor mij? Voor ons allemaal? Want in dat mooie land, met die lootjes die we getrokken hebben en waar zorgen over de toekomst bestaan, wat moeten we daar nou aan doen?

Ik moest denken aan de hoogste baas van McKinsey, Dominique Barton. Hij vertelde mij ooit het volgende verhaal. Hij was een hooggeplaatste figuur tegengekomen. Ik meen bij de Verenigde Naties in New York. Die had 3 vragen voor hem. De eerste vraag was: 'Hoeveel mensen werken er bij jou van Harvard, Stanford, Yale en Princeton?' Zonder op antwoord te wachten was zijn 2e vraag:  'Realiseer jij je dat je disproportioneel veel talent van onze planeet naar je toe hebt getrokken?

Betekent dat dan ook dat je een disproportioneel aandeel bijdraagt aan het oplossen van wereldproblemen als armoede, honger en vrouwenrechten en een heleboel meer?’ En zo niet, Shame on you!' En toen liep deze meneer weg.

Barton kreeg er een ongemakkelijk gevoel van. En ik ook.

En u misschien ook wel. De onderliggende, wellicht calvinistische vraag, is: wat doe ik er eigenlijk zelf aan, wat doen wij eraan?

Laat ik daarmee de sprong maken naar het nieuwe kabinet. Kan het kabinet al die zorgen wegnemen? Nee, dat kan natuurlijk niet. Was er maar een knop om dat snel op te lossen. Zo simpel gaat dat helaas niet. Als kabinet hebben we niet voor niets als het motto van het regeerakkoord gekozen:

Vertrouwen in de toekomst. Vertrouwen in de toekomst betekent investeren in sectoren die Nederlanders belangrijk vinden.

Dat betekent ook om de kloof die er echt is in de samenleving te dichten. Dat betekent investeren in veiligheid, in zorg en in vergroening. En dat betekent dat wij, soms met een passer en een liniaal in de hand, iedereen erop vooruit hebben willen laten gaan.

Ondernemers en particulieren. Stad en platteland. Mensen met een baan en mensen die nog een baan hopen te krijgen. Hoog en laag opgeleiden. Ouderen en jongeren.

In die kabinetsploeg heb ik mijn specifieke verantwoordelijkheid. Het is aan mij om te zorgen voor degelijke overheidsfinanciën

Op de korte en op de lange termijn. En ik ben verantwoordelijk voor de bankensector.

Wat kunt u van mij verwachten?

U kunt van mij verwachten dat ik herken en erken dat uw sector de afgelopen jaren veel heeft gedaan. En ook dat ik scherp zal blijven op wat naar de stellige overtuiging van het kabinet in de bankensector nog moet gebeuren.

U kunt van mij verwachten dat ik niet zal prijsschieten op de banken voor politiek gewin.

En u kunt van mij verwachten dat ik u zal aanspreken op de dingen die wat mij betreft niet goed genoeg gaan.

U kunt van mij verwachten dat ik me zal inzetten voor de bankenunie, omdat het mijn overtuiging is dat Nederland, dat Europa, de banken en vooral de burgers daar baat bij hebben.

En u kunt van mij verwachten dat ik pas akkoord ga met een Europees depositogarantiestelsel, niet alleen als u, want daar heb ik in dit verband de minste zorgen over, maar vooral als de andere Europese banken daar ook klaar voor zijn; als alle banken voldoende hebben gedaan om hun zaken op orde te brengen en de risico’s te verminderen.

U kunt van mij verwachten dat ik, zowel in eigen land als in Europa, me inzet om nieuwkomers op de markt om die te laten toetreden.

En u kunt van mij verwachten dat ik me zal inzetten en hard maken voor een gelijk speelveld.

Meer in zijn algemeenheid kunt u van mij verwachten dat ik mij inzet voor innovatie. In heel veel sectoren heb ik gezien hoe belangrijk dat is. Het is aardig om te memoreren hoe revolutionair de pinautomaat ooit was. Ik kan me nog goed herinneren dat ik met mijn moeder in de supermarkt met de boodschappen aankwam bij de kassa. De caissière keek dan altijd heel ingewikkeld naar de cheque. En bij die cheque kwam dan nog een pasje. En dan moest ze de handtekening controleren. En je moest daarvoor ook nog een half uur in de rij staan om überhaupt cheques te bemachtigen. Tegenwoordig heeft 99 procent van uw klanten toegang tot mobiel betalen.

Dat is vooruitgang.

Wat verwacht ik dan van u? U hebt de moeilijke maar onvermijdelijke taak om de fouten uit het verleden te herstellen

En tegelijkertijd de blik vooruit richten. Uw reputatie is de afgelopen jaren beschadigd. En die schade is niet hersteld.

Ik weet dat u daar veel aan gedaan hebt. Ik zie de bankierseed,

ik zie de bankenbelasting en ik zie de aflossing van alle staatssteun.

En ik zal altijd vertellen, juist ook aan degene die daaraan twijfelen, dat dit een prestatie is geweest. Maar u bent er duidelijk nog niet. U legt mij uit dat u al veel gedaan heeft. Maar niet voor niets dat het parlement mij bij herhaling uitlegt dat er nog veel moet gebeuren.

Ik stel vast dat de politieke boosheid niet is geluwd en het publieke vertrouwen nog niet is hersteld.

Dat betekent wel dat u verder moet reiken dan u tot nu hebt gedaan. Kom uw klanten nog beter tegemoet. Geef openheid van zaken. Wees ruimhartig. Kom afspraken na.

Als voorbeeld noem ik de rentederivaten. Een zorgelijk dossier, waarover ik met velen van u contact heb. Zet meer stappen dan strikt genomen noodzakelijk is. Doe dat op tijd en communiceer erover. Met name dat laatste is vaak de sleutel tot toekomstig succes. Juist ook om uw reputatie te herstellen.

Ik roep u dan ook nadrukkelijk op gevoelige zaken op tijd en expliciet te melden. Geen verrassingen achteraf. Juist ook omdat ik politiek niet gedwongen wil worden om hard in te grijpen.

Liever denk ik aan de voorkant met u mee.

Dames en heren,

Laat ik nog een keer abstraheren. En dan heb ik het niet over de bankensector. Dan heb ik het over de politiek en het bedrijfsleven. Ik ben de afgelopen jaren lid geweest van de Eerste Kamer en heb bij McKinsey gewerkt. Het is mij daar vaak opgevallen dat de politiek en het bedrijfsleven weinig van elkaar begrijpen en best veel van elkaar kunnen leren. Veel mensen in de bestuurskamers van grote bedrijven die ik sprak hadden weinig gevoel voor de complexiteit van de besluitvorming in het politieke proces. Het is heel veel moeilijker om in het meerpartijenstelsel dat wij met elkaar hebben om zaken te doen, dan als je baas bent van een koekjesfabriek.

Tegelijkertijd heb ik vaak aan politici uitgelegd wat mij aan het bedrijfsleven beviel. Daar draait het om het oplossen van problemen, terwijl een deel van de politiek soms ook lijkt te bestaan bij het extrapoleren van problemen. Hoe prettig het is om te praten over cijfers en feiten, in plaats van over het proces.

Er is veel dat die 2 groepen van elkaar kunnen leren.

Dames en heren,

Laten we afspreken elkaar op te zoeken. Niet alleen als het goed gaat, maar juist ook als er reden is om elkaar te spreken. Ik realiseer me zeer dat we daarin allemaal onze eigen verantwoordelijkheid hebben. We zullen het niet altijd eens zijn.

En volgens mij hoeft dat ook niet. Wat ons bindt is, is dit geweldige land. Ik wens u een heel goed jaar en alle succes toe.

Dank u wel!