Toespraak van minister Hoekstra bij de Finanzmarktklausur van de Wirtschaftrat Deutschland

Op 14 maart 2018 sprak minister Hoekstra van Financiën bij de de Finanzmarktklausur van de Wirtschaftrat Deutschland. Toespraak is in het Duits uitgesproken, hieronder staat de Nederlandse vertaling.

Dames en heren!

Of misschien beter, mijn Duitse vrienden!

Ik ben blij weer bij u te zijn.

Ik ben blij weer in Duitsland te zijn.

En ik ben erg blij weer terug in Berlijn te zijn.

15 jaar geleden woonde ik in de Fehrbelliner Straße. Daar waar de Invalidenstraße overgaat in de Veteranenstraße, 2 jaar lang.

2 jaar lang heb ik de Duitse hartelijkheid ervaren. De Duitse vriendelijkheid blijft mij altijd bij.

Kom sporten!

Kom eten!

Wees welkom!

Toen al had Baustelle Berlin een enorme energie. Al meer dan 25 jaren bouwt u als bezetenen aan uw mooie hoofdstad aan het hart van uw land.  Zo overbrugt u oude verschillen zonder de keuzes van weleer [keuzes van weleer?] te verbloemen.

Wandel anderhalf uur vanaf hier en de geschiedenis trekt aan je voorbij. Loop via Topographie des Terrors en Checkpoint Charlie naar het Deutsche Technikmuseum en eindig via KadeWe bij de Gedächtniskirche.

Een route door een stad in beweging. Een route langs oude wonden en symbolen van de deling. Een route langs grote prestaties en nieuwe hoop zonder het verleden te vergeten.

Hoe is het nu?

In Berlijn, in Duitsland zijn grote stappen gezet. Door moed te tonen en over de eigen schaduw heen te kijken.

Uw stad is één, uw land verenigd en daarmee tenslotte ook Europa.

Behalve in Nederland en Duitsland heb ik ook in Italië en Frankrijk gewoond. Maar nergens heb ik het grote belang van Europa zo sterk gevoeld als hier in Berlijn.

Deze stad heeft geleden onder vurige ideologieën. Deze stad heeft botsende belangen verenigd. Deze stad belichaamt de succesvolle Europese samenwerking waarover ik met u wil spreken.

Uw naoorlogse generatie heeft het fundament gelegd voor veiligheid en vrede in het huidige Europa. In samenwerking. In overleg. Met geduld en kalmte.

Op die manier moeten wij samen verdergaan om de Europese beloftes na te komen. De belofte van vrede. De belofte van welvaart. De belofte van vooruitgang.

Ik zeg u: als de Europese samenwerking nog niet zou bestaan, moesten we die vandaag uitvinden. Ze is het antwoord op de geopolitieke instabiliteit rondom ons Europa. Ze is het antwoord op de roep om daadkracht en duidelijke doelen. Ze is op zijn minst ten dele ook het antwoord op onze financiële-economische uitdagingen.

In de eurogroep gebruikte ik eerder 3 C’s: Commitment, Concerns, Conditions.

In het Duits kun je spreken over 3 B’s: Bindung, Besorgnisse, Bedingungen.

Ik neem u graag mee in mijn denken. Nog niet zo lang geleden waren Europese grenzen vaak lastig te nemen hobbels. Sommige waren van ijzer en hier in uw stad zelfs van beton.

Wij Europeanen komen van ver. En ongetwijfeld hebben we nog een lange weg te gaan. Maar 1 ding is zeker:

Wij Europeanen hebben een gedeeld verleden. Wij hebben gedeelde wortels en gedeelde waarden: de klassieke Oudheid, het Christendom en de Verlichting.

En vanuit een gedeeld heden treden wij een gedeelde toekomst tegemoet. Een toekomst waarin Europeanen onverminderd geloven in: een robuuste rechtstaat waarin onder het dak van de democratie vrijheid het fundament is voor vooruitgang.

Daarom is de 1e van mijn B’s voor Nederland glashelder.

Onze Bindung [commitment] is een volledig commitment. Wij waren, zijn en blijven volledig gecommitteerd: aan Europa, aan de Europese Unie en aan de euro.

Mag ik hier complimenteus zijn over wat we al bereikt hebben?

Bijna nergens ter wereld hebben zo velen het zo goed als hier.

Bijna nergens ter wereld zijn de democratie en de rechtstaat zo sterk verankerd als hier.

Bijna nergens ter wereld zijn zo velen zo vrij: om te zeggen wat ze willen, om te houden van wie ze willen, om te kiezen voor het leven dat ze leiden willen .

Bijna nergens ter wereld mogen zo velen zijn wie ze zijn. Wij zijn het onszelf verplicht en onze kinderen en hun nageslacht dat we deze rijkdom beschermen, dat we deze rijkdom doorgeven, dat we deze rijkdom gebruiken om een maatschappelijk, maar ook om een financieel fundament te leggen.

Voor vandaag, voor morgen en voor overmorgen.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Niet voor niets sprak ik over mijn 2e B. De B van Besorgnisse [zorgen].

Ons bouwwerk, waartoe zo zorgvuldig en bedachtzaam is besloten, vereist aandacht en onderhoud. En hoewel ik minister van Financiën ben, is mijn grootste zorg niet eens wie dat onderhoud betaalt.

Mijn grootste zorg,  Mijn meest fundamentele zorg is, Dat we de verkeerde keuzes maken en daarmee het vertrouwen van onze burgers stilaan verliezen en zo de weg van desintegratie inslaan.

Over een week kiezen Nederlanders hun nieuwe gemeenteraad. Als ik als politicus op straat campagne voer, krijg ik vragen over Europa.Hoe kan het dat landen die veel steun ontvangen, geen migranten willen opvangen?

Hoe kan het dat landen die graag bij de Unie willen horen openlijk het nut en de noodzaak van de rechtstaat ter discussie stellen?

Hoe het kan dat we behoefte hebben aan innovatie, migratiebeleid en effectieve grensbewaking, maar dat Europa daarin niet in investeert?

Mijn zorgen hebben ook betrekking op mijn eigen terrein. Het ontbreekt ons niet aan duidelijke afspraken. Die duidelijke regels hebben we gemaakt, over onze begrotingen en over onze schulden.

Die duidelijke regels hebben we gemaakt, over wat er moet gebeuren als een land de regels breekt.

Die duidelijke regels hebben we gemaakt, over wat er moet gebeuren als een bank failliet dreigt te gaan. Noemt u mij een calvinist uit een calvinistisch land. Want inderdaad, voor mij geldt: afspraak is afspraak.

In Maastricht hebben we duidelijke afspraken gemaakt: overheidsschulden mogen niet hoger zijn dan 60 procent van het bbp.

De realiteit is anders.

Feit is dat de gemiddelde overheidsschuld in de eurozone dit jaar bijna 90 procent zal zijn. Feit is dat sommige landen slechts met moeite met hun tekort onder de 3-procentsgrens kunnen blijven. Zelfs in goede tijden als deze.

Dames en heren,

Het huis moet op orde. Mijn huis, uw huis en het huis van onze buren.

Het gezamenlijke huis is dus nog niet op orde.

Sommige EU-landen willen al nieuwe verdiepingen bouwen op dat fundament. Ik vraag me af of dat verstandig is.

We moeten eerst het fundament versterken. En ja, ondertussen bedenken hoe en op welke voorwaarden wij nieuwe etages op het Europese huis willen bouwen.

Maar om zo maar te beginnen met bouwen, dat voelt misschien als daadkracht, maar daar komt later ellende van.

Een belangrijke heipaal onder het Europese project is het Stabiliteits- en Groeipact. Dit pakt is ons niet opgedrongen. Het is toch geen Brussels instrument?

Nee, deze afspraken hebben wij 25 jaar geleden gemaakt voor onze burgers. Het is de steunpilaar van ons gezamenlijke bolwerk.Want als 19 eurolanden hun begroting op orde hebben, hebben we 19 nationale buffers. 19 economieën die zware stormen kunnen doorstaan. Dat is veel verstandiger dan 1 instrument dat schokken gezamenlijk moet opvangen.

Gezonde overheidsfinanciën en verstandige hervormingen maken onze economieën robuuster. Dat vergt politieke moed, maar loont.

De woorden 'politieke moed' brengen mij bij de B van Bedingungen.

Ik wil u nog 3 punten noemen, die wij met politieke moed moeten aanpakken, die wij voor onze burgers moeten oplossen, die wij in Europa goed moeten regelen.

Ten 1e:

Is de bankenunie een goed idee?

Mijn antwoord luidt volmondig, ja!

Resolutie is een goed idee. Toezicht is een goed idee. En ook een Europees depositogarantiestelsel is een goed idee. Maar alleen onder de juiste voorwaarden. De bankenunie is eigenlijk zoiets als een brandverzekering. U weet hoe het werkt: hoe meer verzekerden, hoe lager de verzekeringspremie.

Hoewel, er is een grote maar. De risico’s die deelnemers lopen moet goed vergelijkbaar zijn. Als u allemaal in een stenen huis woont en ik in een hooiberg, is uw interesse in een verzekering met mij een stuk minder groot. Hier en nu, maar ook in de toekomst.

Daarom hebben banken meer buffers nodig voor bail-in. Banken moeten hun probleemleningen aanpakken. Staatsobligaties moeten beter gewogen op de bankenbalansen belanden.

Kortom: eerst risico’s verlagen, voordat we meer risico’s gaan delen. Risico’s verlagen moet en zal stap 1 zijn. En risico’s delen kan alleen stap 2 zijn.

Een 2e punt waarover ik positief ben: het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Wij moeten het ESM omvormen tot een Europees Monetair Fonds (EMF). Het ESM moet een zelfstandige rol krijgen. Juist bij een gevoelig onderwerp als dit, juist als het om zulke grote bedragen gaat, dan moeten lidstaten en nationale parlementen de route bepalen.

Voor toegang tot het EMF geldt voor mij 1 strenge voorwaarde: als een lidstaat met onhoudbare schulden om hulp vraagt, moeten eerst beleggers meebetalen aan de redding. Ik wil namelijk voorkomen dat winsten privaat en verliezen collectief gedeeld worden. Belastingbetalers moeten niet als 1e betalen voor verliezen van banken. Net zoals belastingbetalers niet als 1e aan de lat staan  voor onhoudbare overheidschulden.

Als de problemen te groot zijn, dan helpen wij elkaar. Dan steken Europese landen elkaar de helpende hand toe. Als goede partners. Als goede buren.

Onder de juiste voorwaarden. Want solidariteit vergt wederkerigheid. Solidariteit en wederkerigheid gaan hand in hand.

Ten 3e wil ik duidelijk zijn over de begroting van de Unie: een 21e-eeuwse begroting bevat geld en doelen voor 21e-eeuwse thema’s :

Innovatie;

immigratie;

intensieve gemeenschappelijke grensbewaking;

duurzaamheid;

en mogelijk defensie.

Maar er is nog iets:

Tot mijn spijt gaat Groot-Britannië ons ontvallen. Ik betreur dat zeer. Want ik ben ervan overtuigd dat dat slecht is voor Nederland. Slecht is voor Duitsland. Slecht is voor Europa. En zeker ook slecht is voor Groot-Britannië zelf.

Maar het cynische is: uiteindelijk betaalt het doorsnee Britse gezin de rekening. En niet Boris Johnson.

Maar de realiteit is dat wij het Britse vertrek moeten accepteren. We gaan verder met een kleinere Europese Unie. Een kleinere Europese Unie betekent ook een kleinere begroting.

Zoals Goethe schreef:

In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.

Bovendien mogen wij betere prestaties verwachten. Gelijke welvaart betekent gelijke kosten. Wij moeten ook prioriteiten stellen.

Voor mij betekent dat ook lagere uitgaven: minder inkomenssteun voor boeren, minder Europees geld voor projecten in regio’s die dat prima zelf kunnen betalen en minder wegen naar nergens.

Zo ontstaat speelruimte voor uitgaven met toegevoegde waarde.

In de geest te handelen zijn wij verplicht aan alle Europeanen. Aan de Duitse dakdekker, aan de Nederlandse nachtzuster, en ook aan de Slowaakse sociaalwerker, de Portugese politieagent en de Cypriotische timmerman.

Zij mogen eisen dat wij hun geld verstandig uitgeven. Dat wij landen alleen onder strikte voorwaarden helpen: als zij corruptie bestrijden, als zij zich houden aan de regels, als landen zelf hervormen om sterker te worden

Dames en heren,

Zoals de Nachkriegsgeneration deze stad steen na steen opbouwde, tot de mooie stad die het nu is, tot de verenigde stad die het nu is, tot het fundament van een sterke rechtstaat, zo is het aan u en mij, om het Europese fundament te versterken. Om ons Europees huis stevigheid te bieden. Om onze kinderen een huis van overleg en vrede door te kunnen geven. Om aan hun kinderen de keuze te laten extra verdiepingen op ons huis te bouwen.

Zo ver zijn wij nog niet. Als we nu de juiste beslissingen nemen, vermijden wij dwaallichten en dwaalsporen. Dat doen we stap voor stap. En soms met kleine stapjes.

Maar die strategie past bij het Europees project. Want inhoud gaat boven snelheid. Ik denk, en ik hoop, dat die aanpak ook het beste past bij uw volksaard. Die aanpak ligt aan de basis van deze herrezen stad en van het succes van dit fantastische buurland, van het succes van Duitsland.

En die aanpak moet ook aan de basis liggen van het succes van Europa.

Dank u wel.