Toespraak van minister Dekker op het congres ‘Jurist van de toekomst’

Minister Dekker  (JenV) sprak op het congres van de 'Jurist van de Toekomst'. Dit vond plaats op 24 april 2018 in Arnhem.

Dames en heren,

Kent u deze nog? Voor de jongeren onder ons: dit is nou een GSM van Nokia. 10 jaar geleden was Nokia de grootste fabrikant van mobiele telefoons ter wereld. 4 jaar geleden was het bedrijf op sterven na dood. Dit soort telefoons wordt door niemand meer gebruikt.

Hoewel, niemand….  In het kleine koninkrijk der Nederlanden biedt nog 1 persoon dapper weerstand.  Maar ondanks de grenzeloze merktrouw van Mark Rutte heeft Nokia het in de slag om de smart phone zelfs in ons land afgelegd tegen Apple.

En dat terwijl Nokia die smart phone zélf in feite ook al op de plank had liggen. De consensus is dat Nokia te behoudend was. Het bedrijf koos ervoor zijn succesproduct met kleine stapjes te verbeteren, waar de concurrentie grotere en veel gedurfder stappen zette. En won.

Paralellen

Dames en heren,

De wereld van de rechtspraak en de juridische dienstverlening is niet de wereld van de smart phone. Maar er zijn wel parallellen. Nokia hield te lang vast aan het idee dat een telefoon er was om te bellen. Geen onlogische gedachte. Toch was hij onjuist. Het gaat bij de smart phone niet om bellen. Het gaat om communicatie. SMS’en, mailen, posten op facebook. Filmpjes kijken, liken  en doorsturen. Opzoeken of het gaat regenen en waar je naartoe moet, kleding bestellen, of een reis, enzovoort. En, oh ja: je kan met een smart phone óók nog bellen.

Ik zie een parallel met onze huidige juridische infrastructuur.  Zoals Nokia te lang teveel gericht bleef op bellen, zo is onze rechtspraak nog veel teveel gericht op de weg naar het rechterlijk vonnis.  Want heel vaak lost een rechterlijk vonnis in een zaak het onderliggende probleem niet op. En daar is het allemaal uiteindelijk wel om te doen: om het oplossen van problemen. Een rechterlijk vonnis is maar een van de vele wegen om tot dat doel te komen. Zoals, in de beeldspraak met Nokia, bellen maar een van de manieren is om te komen tot het veelomvattender doel van communicatie.

Ontevredenheid

Recent onderzoek wijst erop dat het vermogen van onze huidige juridische infrastructuur om geschillen op te lossen, afneemt. We zien lange procedures, vergaande juridisering, hoge kosten, suboptimale uitkomsten. De ontevredenheid daarover groeit . In de samenleving. Maar ook bij de beroepsgroep zelf. De kloof tussen wat de samenleving van ons juridisch systeem verlangt en wat dat systeem biedt, lijkt te groeien.

Dat is alarmerend. Als het vermogen van ons juridische systeem om geschillen op te lossen afneemt, neemt ook de maatschappelijke relevantie van dat systeem af. En dat tast het fundament van de rechtsstaat aan.

Fundamentele waarden

Die rechtsstaat, dat is voor mij het begin en eind van alles. Als Nederland iets is en altijd moet willen zijn, dan is dat een rechtsstaat.

Wij hebben de rechtsstaat zo ongeveer uitgevonden. Mare Liberum, het concept van afspraken over vrije wereldzeeën van Hugo de Groot, was ruim 400 jaar terug de basis voor onze eigen Gouden Eeuw en vervolgens voor de huidige wereldhandel. Vrijheid van godsdienst en respect voor de rechten van het individu: idem. We hebben er al 4 eeuwen welvaart en vrijheid aan te danken.  

Die rechtsstaat borgt fundamentele waarden. Rechtszekerheid. Rechtsgelijkheid. Doelmatige conflictoplossing. Zonder de daarbij horende procedures en voorzieningen zijn dat holle frasen. Het moet iedere dag in de praktijk worden gebracht. Door u – rechters, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en alle andere dienstverleners in onze huidige juridische infrastructuur. We hebben een prachtig systeem van checks and balances, hoger beroep, met machten die elkaar kritisch en uitgesproken bij de les houden en hoogopgeleide professionals die de integriteit van het proces bewaken.  De juridische beroepsgroep geniet nationaal en internationaal enorm aanzien.  Uw beroepsgroep  wordt gezien als een soort Nokia: niet kapot te krijgen en door en door betrouwbaar. Mijn beroepsgroep, de politiek, is daar weleens jaloers op.   

Kortom: U doet uw werk enorm goed. Maar doet u wel het goede werk?

Dat is vandaag de kernvraag.

Mijn korte antwoord is: steeds minder.

Veranderingen

Zoals ik eerder zei: er is een kloof tussen wat de samenleving vraagt van ons juridisch systeem en wat dat systeem biedt. Die kloof zal worden overbrugd. De vraag is alleen: door wie? Door U? Of door anderen, die we nu wellicht nog niet kennen? 30 jaar geleden zette de Hilton-hotelgroep alle kaarten op de concurrentiestrijd met Holiday Inn. Ze wisten niet beter of dat zou de belangrijkste concurrent blijven – AirBnB bestond nog niet. 20 jaar geleden had Kodak nog goede hoop de grootste te blijven in fotografie en 10 jaar geleden had de Amsterdamse taxicentrale nog nooit van Über gehoord.

Sommigen denken dat de E-Courts de Über van de juridische sector zal blijken – we zullen zien. Maar in welke vorm dan ook: het staat vast dat er enorme veranderingen op til zijn. Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zette de veranderingen in de juridische sector door digitalisering onlangs op een rijtje.

1: doe-het-zelf-platforms als JuriBlox, VraagHugo, Doehetzelfnotaris en MagOntslag.nl.

2: programma’s die vraag en aanbod bij elkaar brengen, zoals Lawspot, LegalDutch en Leggle.

3: software voor advocaten en juridisch adviseurs als Genius en Legadex. Genius kan standaard contracten genereren, Legadex kan snel zoeken  in grote hoeveelheden ongestructureerde juridische informatie.

En 4: Alternatieven voor de gang naar de rechter, zoals Digitrage, dat mensen online helpt met scheiden.

Conservatisme

Het zijn allemaal vormen van digitalisering en ze bieden enorme mogelijkheden. Robotadvocaten kunnen bewijsstukken 2.000 maal sneller doorzoeken en selecteren dan gewone advocaten dat kunnen.  Een softwareprogramma als Ross doorzoekt miljoenen pagina’s juridische literatuur per seconde. Britse onderzoekers zeggen dat hun softwareprogramma inmiddels met bijna 80 procent zekerheid de uitkomsten van rechtszaken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan voorspellen.

Maar vele juristen reageren nog traag op dergelijke ontwikkelingen. Conservatisme speelt hier zeker een rol. Juristen zien vaak op tegen veranderingen en al helemaal tegen technologische ontwikkelingen. Het zit ze in de aard om mogelijke problemen te benadrukken. De neiging is om volledige veiligheid en bedrijfszekerheid te eisen voordat zij aan vernieuwing willen meewerken.

Dames en heren,

Daarmee laten we kansen liggen. Ons rechtssysteem verandert onder onze handen – dat besef is in ons Nederlandse rechtssysteem nog onvoldoende doorgedrongen.

Er is grote winst te halen door snellere en meer doelgerichte interventie. In veel eerdere stadia van conflicten. Als deze nog op te lossen zijn in veel eenvoudiger procedures door veel minder gespecialiseerde en duurbetaalde professionals – of door mensen zelf. In New York begonnen ze al in 1993 met de zogeheten community courts. Daarin bespreken mensen zelf de problemen en kleinere conflicten in hun gemeenschap en komen ze tot oplossingen die dan als vanzelf breed gedragen worden. En passant leren ze elkaar kennen en wordt de cohesie in zo’n wijk versterkt.

Experimenten

Ook in Nederland zien we gelukkig steeds meer experimenten en nieuwe werkwijzen hun intrede doen. De spreekuurrechter, schuldenrechters en een effectievere aanpak van vechtscheidingen.

Dat is wat er nodig is. Dejuridisering. De-escalatie. Efficiënte, effectieve en duurzame conflictoplossingen, met inzet van de juiste professional van het juiste niveau, passend bij het probleem dat moet worden opgelost. Vlotter. Simpeler. Beter.

Ik weet dat velen onder u zich al de vraag stellen: welke geschillen moeten echt voor de rechter en welke niet? Wat moeten advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders echt doen en wat kunnen ze aan anderen overlaten?

Concreet: Draagt het  procesmonopolie van per definitie partijdige advocaten bij aan echte probleemoplossing? Denk aan echtscheiding, bijvoorbeeld. En is bij een E-court procedure wel een gerechtsdeurwaarder nodig? Is de eis van een fysieke handtekening bij notarissen nog wel van deze tijd? Wat voor toegevoegde waarde heeft een notaris bij een fenomeen als block chain?

Bezorgdheid

In de discussies over dergelijke veranderingen wordt vaak het argument aangevoerd dat die veranderingen afbreuk zouden doen aan de rechtsstaat. Maar daarin hoor ik dan vaak iets anders. Vaak hoor ik niet zozeer bezorgdheid over wat veranderingen zullen betekenen voor de rechtsstaat. Ik hoor vooral bezorgdheid over wat veranderingen zullen betekenen voor de manier van werken waaraan mensen gewend zijn.

Maar die manier van werken gaat veranderen, dames en heren.  

Veel traditionele taken zullen verdwijnen. En dat levert de samenleving per saldo meer op dan verloren raakt. Want voor de taken die verdwijnen komen duizenden nieuwe vormen van juridische dienstverlening in de plaats. Van de kinderen die nu op de basisschool zitten, oefent over 20 jaar ruim tweederde een beroep uit dat nu nog niet bestaat. Ik zie hier veel rechtenstudenten in de zaal zitten. Velen van u worden jurist, daar twijfel ik niet aan. Maar de vraag is: wat voor een? Dat weten we niet. Ik voorspel dat u zal heel ander werk zult doen dan de doorgewinterde juristen die hier vandaag in de zaal zitten.

De verandering zet door. Maar wordt het een evolutie of een revolutie? Gaat het geleidelijk of komt het als een klap? Veel zal afhangen van het tempo waarin u zich zal aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Hoe groter het aanpassingsvermogen, hoe kleiner de kans dat de huidige juridische sector het voorbeeld van Nokia achterna gaat.

Dames en heren,

Onlangs vroeg een rechter om een ronde tafel, in plaats van de huidige, statige rechte tafel. Dat is een mooi beeld. Ik ben geen meubelboer, maar ik begrijp wat deze rechter bedoelt. Hij wil met de mensen om tafel zitten, in plaats van tegenover hen. En op hetzelfde niveau, niet op een podium.

Vernieuwing

Het kabinet wil vernieuwing aanjagen, sturen en reguleren waar nodig. Vorige week heb ik een wetsvoorstel in consultatie gegeven dat de ruimte voor experimenten in de rechtspraak vergroot. Er wordt hard gewerkt aan de herziening van de Rechtsbijstand. 

Er zijn ook tientallen wetsvoorstellen in voorbereiding of al in behandeling die raken aan digitalisering. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Het initiatiefvoorstel Wet Open Overheid. De Wet Digitale Infrastructuur. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Om er maar enkele te noemen.

Waar mogelijk faciliteren we verandering en helpen we bij het slechten van taboes. Ik vraag u hier vandaag van elkaar te leren en te bespreken wat er nog meer nodig is. Denk erover na. En laat me weten wat ik doen kan.

Maar uiteindelijk is het aan u. U heeft de kennis. U weet wat er nodig is. U heeft als het ware de smart phone op de plank liggen. Word geen Nokia. Durf die smart phone te pakken.

Dank u wel.