Toespraak van minister Schouten bij het 25-jarig bestaan van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond

Toespraak van minister Schouten (LNV) bij het 25-jarig bestaan van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, op 2 juni 2018 in Apeldoorn.

Goedemiddag.

Allereerst feliciteer ik u met uw 25-jarig bestaan.

Een kwart eeuw geleden besloot een groep akkerbouwers: wij gaan zelf onze belangen behartigen en scheiden ons af van de reguliere standsorganisaties.

De NAV was geboren. Intussen heeft u een volwaardige plaats binnen de Branche Organisatie Akkerbouw, de opvolger van het Productschap Akkerbouw. Ook daar feliciteer ik u mee.

In de tussentijd is er veel veranderd. Er wordt minder graan geteeld en er zijn nu minder en grotere bedrijven die meer gespecialiseerd zijn.

En er gebeuren dingen op de akker die we vroeger alleen in science fiction-films zagen. Drones die het welzijn van de gewassen monitoren. Machines waarmee met behulp van GPS gewasbeschermingsmiddelen of mest kan worden toegediend. Dat is goed voor de portemonnee, het milieu en het klimaat.

En het GLB gaat ook met de tijd mee.

Het werd opgericht in de jaren '50 van de vorige eeuw om het voedseltekort tegen te gaan en de landbouw te versterken. Dat is gelukt, of eigenlijk: te goed gelukt.

In de jaren ’90 van die eeuw moest de EU zich op het tegengaan van overproductie richten.

En in hetzelfde jaar van de oprichting van de NAV besloot  toenmalig landbouwcommissaris Ray MacSharry, dat er een belangrijke omslag nodig was van prijssteun naar  inkomenssteun.

De komende jaren gaan we aan de slag met een volgende hervorming van het GLB. Pas gisteren werden de  wetgevingsvoorstellen voor het toekomstige GLB bekend gemaakt. Dat is een belangrijke gebeurtenis, alsof er rekening is gehouden met uw 25-jarig jubileum.

Ik ga de voorstellen bestuderen en met een duidelijke wensenlijst bij de onderhandelingstafel aanschuiven. Ook met uw input.

U zult begrijpen dat ik vandaag niet in detail treden over de inhoud, dat is te kort dag. Maar wat ik vandaag wel kan doen is mijn inzet schetsen.

Ik zal me aan die tafel hard maken voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid dat economie, mens en leefomgeving verbindt.  Het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet kunnen bijdragen aan het duurzamer worden van onze productie en onze economie, het moet maatschappelijke opgaven helpen verwezenlijken, eerlijke prijsvorming bevorderen en de positie van de boer in de keten zekeren en sterken. Voor die positie kijk ik naar belemmerende mededingingsregels. Naar hoe we oneerlijke handelspraktijken kunnen stoppen. En naar de consument. Die vraagt van u duurzaamheid, maar wil of kan daar zelf lang niet altijd een duit voor in het zakje doen – letterlijk.

Verduurzaming en commercieel sterk blijven moeten elkaar niet in de weg te staan. Ik wil dat het toekomstige GLB zich meer erop richt om via prestatiegerichte betalingen bij te dragen aan de milieu-, natuur- en klimaatdoelen van de EU.

Betalingen voor duurzaamheid en maatschappelijke diensten zullen daarmee bijdragen aan een verdienmodel voor de landbouw.

De gemaakte kosten en inkomstenderving moet worden gecompenseerd met een voldoende ruime marge om ook aantrekkelijk te zijn voor u.

Nederland is voorloper is met deze benadering, die sinds enkele jaren wordt toegepast bij agrarische collectieven voor natuur- en landschapsbeheer.

Uiteraard blijft het bij dit alles cruciaal dat het GLB waarborgen biedt voor een gelijk speelveld voor boeren op de interne Europese binnenmarkt.

En een goed inkomen voor uw harde werk staat bovenaan mijn prioriteitenlijstje. U zorgt voor dagelijks brood bij zoveel mensen, dan moet dat ook zorgen voor brood op de plank bij u.

U moet worden beloond voor de zorg die u draagt voor de bodem, de leefomgeving, de biodiversiteit, etcetera.

Over die bodem heb ik vorige week een brief naar de Kamer gestuurd. Die gaat onder meer over het belang van een evenwichtig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en (kunst)mest, uitgekiende bouwplannen en bewerking met machines die afgestemd zijn op de draagkracht van de bodem. Gelukkig zijn er al vele voorbeelden van duurzaam bodembeheer in de praktijk. Maar ik zie ook nog veel mogelijkheden voor verbetering.
Bijvoorbeeld in de keten. Soms vraagt een verwerker aan u om uw gewassen op een bepaald moment te oogsten, terwijl dat niet goed is voor de bodem. Hiervoor moeten goede ketenoplossingen worden bedacht.

U hebt ook grote invloed op de biodiversiteit.

Het huidige GLB stelt via de vergroeningsmaatregelen dat u minimaal 5% van uw land als ecologische aandachtsgebied aan moet wijzen. Concreter gezegd, dat u bijvoorbeeld een akkerrand creëert. Over de invulling van de vergroening, de gewassen die ervoor in aanmerking komen, voeren we vele discussies binnen de EU, met organisaties zoals die van u als en ook met de Tweede Kamer.

Gewasbescherming heeft natuurlijk ook veel invloed op de biodiversiteit. Ik hoop dat we wat dat betreft richting een geïntegreerde aanpak gaan, met het accent op preventie. En als er dan toch chemische gewasbeschermingsmiddelen moeten worden gebruikt, dan liefst laagrisico-middelen.

En ook wat betreft klimaat komt er veel op u af. Maar u kunt ook veel. Een innovatieve sector, waar in kansen en oplossingen wordt gedacht. Zo kan het organische stofgehalte in de bodem worden verbeterd, bijvoorbeeld met gewasrotatie, en duurzamere energie wordt opgewekt, bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken.

Op een hoger niveau kunnen we ons afvragen: kunnen we met collega’s uit andere sectoren de kringloop nauwer sluiten? Niet alleen door de mest van de veehouder te gebruiken maar ook door data uit te wisselen en te kijken naar de eiwittransitie.

U bent in 2016 begonnen met een onderzoek naar kansrijke eiwitgewassen zoals soja, lupine en veldbonen. Daar ben ik blij mee, omdat het de kringloop verder sluit.Hoe meer eiwitgewassen we hier telen, hoe minder we dat hoeven te importeren voor veevoer.

En natuurlijk als voedingsmiddel voor mensen. Er zijn er steeds meer plantaardige producten in de supermarkt die vegetariërs én vleeseters graag kopen. Die trend is in het verleden al opgepikt door de eerste NAV-voorzitter Jaap Korteweg – nu bij een breed publiek bekend als de vegetarische slager.

U hoort het: dit is best een lijst aan ambities, maar ook mogelijkheden. Ik wil daar graag samen met u aan werken. De NAV is 25 jaar geleden opgericht om de akkerbouwer uit de crisis te halen, en uit teleurstelling in de politiek. Ik zie het daarom als een eer dat ik hier mag staan en mijn visie met u mag delen. En ik hoop met u samen te werken, als luisterend oor in Den Haag maar ook als vuist op tafel in Brussel.

Dank u wel.