Toespraak van minister Van Engelshoven bij de aftrap regio's cultuurbeleid

Toespraak van minister Van Engelshoven (OCW) bij de aftrap regio's cultuurbeleid op 14 juni 2018.

[Het gesproken woord geldt!]

Welkom!

Als ik rondkijk zie ik wat oude bekenden – oud-collega-wethouders - maar ook veel nieuwe gezichten.

Een bijzonder welkom voor de wethouders die onlangs de portefeuille cultuur op zich hebben genomen.

U valt met uw neus in de boter. Er zijn slechtere periodes denkbaar om deze portefeuille te hebben. Niet alleen het kabinet investeert fors in cultuur; ik heb ook gezien dat veel colleges extra budget hebben vrijgemaakt.

Dat is natuurlijk fantastisch. Maar het schept ook verwachtingen. En daarom zitten we hier. Om te bekijken hoe we dat budget nóg beter kunnen omzetten in cultuur. In diepe uitingen van zielenroerselen, van schoonheid en verfijning of juist van confrontatie en rauwheid.

Maar ook hoe we die uitingen kunnen verbinden met toerisme, en met de uitdagingen die krimp met zich meebrengt. Of hoe we cultuur nóg beter kunnen inzetten als aanjager van de lokale economie.

Ik wil daarbij graag samen met u optrekken. Zodat we elkaars kennis en ervaring kunnen gebruiken en de impact van elkaars inspanningen kunnen vergroten.

Zodat Rijksbeleid het regionale beleid versterkt en andersom.  En zodat we recht doen aan, en rekening kunnen houden met regionale verschillen:

Een 'inclusieve' sector heeft in Rotterdam mogelijk een andere betekenis dan in Enschede, net zoals internationalisering in Amsterdam iets anders betekent dan in Maastricht.

En Zeeland heeft te maken met krimp, terwijl in Flevoland de vraag speelt hoe het culturele aanbod aansluiting kan vinden bij de steeds groeiende bevolking.

Velen van u werken al samen. En hebben inmiddels ervaren dat het aanbod in schouwburgen veel beter op elkaar kan worden afgestemd, zodat gezelschappen niet voor half lege zalen spelen. Anderen zijn bezig het lokale maakklimaat te versterken, zodat talenten zich er blijvend willen vestigen. En op nog weer andere plekken leidt samenwerking door provincies en gemeenten ertoe dat kunstenaars en instellingen veel minder administratief gedoe hebben van hun subsidieaanvraag.

De cultuursector is u daarvoor dankbaar. En daarom ben ik het ook.

Het is nu zaak om die samenwerkingen te bundelen in een profiel, waardoor duidelijk wordt hoe de opgaven, behoeften en investeringen er in uw regio uitzien. Zodat daar ook rekening mee gehouden kan worden bij de samenstelling van de BIS.

U kunt deze profielen dan bijvoorbeeld ook laten landen in een propositie aan het Rijk in het kader van de regio-enveloppe.

Zo heeft Eindhoven het versterken van het culturele klimaat opgenomen in de propositie aan het Rijk. Dat betekent dat een deel van de € 130 miljoen uit de regio-enveloppe bestemd is voor cultuur!

Een andere ontwikkeling die daar dwars doorheen loopt is het veranderende cultuurlandschap.

Het publiek verandert. Nieuwe makers betreden met nieuwe kunstvormen het podium. En dat podium is niet langer exclusief een theater maar kan ook op een festival zijn of een huiskamer. Grenzen tussen disciplines vervagen en een professioneel maker is niet meer per definitie iemand met een diploma van een kunstvakopleiding.

Dit zijn ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden. Ontwikkelingen die voor mij ook een rol gaan spelen bij de nieuwe subsidieperiode 2021-2024

Door nu al in te spelen op die ontwikkelingen, kunnen we initiatieven bundelen en proberen om elke euro die we te besteden hebben meer impact te geven. Er meer cultuur mee te laten maken. Daar de economie extra mee aan te jagen. En de kunstenaars beter te belonen.

Want dat is voor mij een ander belangrijk aandachtspunt: de arbeidsmarktpositie van kunstenaars en makers.

In 1e instantie is dat aan de sector zelf: er moeten afspraken worden gemaakt zodat iedereen in de sector een eerlijke prijs krijgt voor zijn werk. Maar waar ik kan, wil ik de sector hierbij ondersteunen. Door bijvoorbeeld goed te kijken naar regelingen die dit belemmeren en door te onderzoeken op welke manier de fair practice code volledig zijn werking kan krijgen. Hierbij doe ik ook een beroep op u; eerlijke beloning betekent immers ook dat er wellicht minder geld over blijft voor producties. En dat is een afweging die wij overheden kunnen en moeten meewegen bij onze subsidieverstrekking. 

Beste mensen,

Een beter moment dan dit is er niet om vooruit te kijken en het met elkaar te hebben over samenwerking. Want voor het begin van de volgende subsidieperiode – in 2021 – hebben we nog 2 volle jaren. Om te experimenteren en ons af te vragen:

Welke samenwerkingsvormen werken wel en werken niet?

Welke onderwerpen lenen zich wel voor samenwerking tussen 3 overheidslagen en welke niet?

Wat kunnen we doen om kunstenaars een eerlijke beloning te geven?

Ik ben blij dat u hier vandaag allemaal naartoe bent gekomen om een begin te maken met het beantwoorden van die vragen, en hoop op een vruchtbare samenwerking!