Inleidende spreektekst minister Grapperhaus bij het persgesprek over de kabinetsplannen voor investeringen in de politie

Toespraak van minister Grapperhaus (JenV) bij het persgesprek over de kabinetsplannen voor investeringen in de politie op 15 juni 2018.

Dames en heren,

Dank voor uw komst naar dit persgesprek.

Sinds mijn aantreden als Minister van Justitie en Veiligheid heb ik met vele vrouwen en mannen van de politie gesproken. Het belang van de politie kan niet worden overschat.

Ja, ze zijn de zwaardmacht van de Staat, handhavers van de rechtsorde; onze vrije samenleving. Maar ze zijn zo veel meer dan dat.

Het 2e deel van onze opdracht aan de politie luidt immers: hulp aan hen die dat behoeven.

Wat die eenvoudige woorden betekenen heb ik bij mijn vele bezoeken aan de politie door het hele land zelf kunnen waarnemen. Ik denk nu bijvoorbeeld aan dat team in Arnhem dat iedere uitgaansavond van 12 tot 6 uur ’s ochtends waakt over het uitgaanspubliek in het centrum van die stad.

Verrassend jonge agenten leggen daarbij een hoge mate van empathie en durf aan de dag; ze geven blijk van een levenservaring waarover velen van ons pas veel later beschikken. Als die ooit al komt.

Bij andere bezoeken kon ik de creativiteit van de politie aanschouwen. Burgers willen dat de politie zichtbaar is in onze wijken en buurten. In Den Bosch bijvoorbeeld vullen ze dat praktisch in door hun kantoor gewoon mee te nemen op de fiets.

Echt aangrijpend vind ik de bezoeken die ik heb gebracht aan agenten die gewond zijn geraakt tijdens hun werk. Indrukwekkende gesprekken zijn dat over hun ervaringen en vaak ook hun enorme veerkracht.

Ongelooflijk eigenlijk wat wij van al die vrouwen en mannen vragen.

Vandaag kondig ik, samen met de korpschef, onze plannen aan om te bouwen aan de politie van de toekomst. Dat doen we in het belang van onze samenleving. Maar dat doe we zeker ook voor al die mannen en vrouwen van de politie die dag in dag uit bereid zijn onze veiligheid voorrang te geven boven hun eigen veiligheid. 

Ik wil dat onze politie over 5 jaar nóg moderner en krachtiger is. Dat onze politie in staat is om nóg slimmer te opereren.

Om dat doel te bereiken gaan we extra investeren: structureel 291 miljoen euro per jaar, bovenop de jaarlijkse politiebegroting van 5,5 miljard. Het kabinet heeft zojuist groen licht gegeven voor mijn investeringsplannen.

Er komen 1.100 nieuwe politiemensen bovenop de bestaande formatie. Dat zullen agenten zijn die beschikken over precies die vaardigheden die morgen en overmorgen van hen gevraagd wordt. Agenten die extra worden ingezet op die plekken en thema’s waar ze het hardst nodig zijn. 

We breiden de politieacademie uit zodat we zo snel als mogelijk al die nieuwe mensen goed opgeleid aan het werk kunnen krijgen.

Ook investeren we in de techniek en innovatie om de politiemensen te ondersteunen. Want de ontwikkelingen gaan hard en we moeten voortdurend innoveren en investeren om bij te blijven.

Al die extra investeringen zijn hard nodig. Want terwijl de klassieke criminaliteit sterk is gedaald, zijn daar nieuwe vormen van criminaliteit voor teruggekomen. De georganiseerde misdaad met vertakkingen ver over onze grenzen heen. Maar ook cybercriminelen, die wereldwijd actief zijn en hier hun slachtoffers maken.

Wij zetten in op een modernere, slagvaardigere politiemacht. Een korps dat klaar is voor de strijd tegen de criminaliteit van nu en die van de toekomst. Een korps dat waakzaam en dienstbaar is in de wijk en op het web.

Gelukkig innoveert de politie al volop. In de eenheid Noord Nederland zag ik in een team hoe ze daar op een heel nieuwe manier criminele netwerken in kaart brengen. Ze doen dat grotendeels op basis van moderne data-analyse; met de nieuwste informatiesystemen brengen specialisten de misdaad letterlijk in kaart. Een game changer in de opsporing.

Maar er is meer nodig en ook dat staat in de plannen die we vandaag naar buiten brengen. Ik zag het team bestrijding kinderporno dat terecht internationaal geroemd wordt. Ze pakken over de grenzen heen daders op, weten afschuwelijke misdrijven te stoppen en slagen erin websites offline te halen om verdere verspreiding te voorkomen. Het onvoorstelbare leed dat hierachter schuil gaat motiveert iedereen tot maximale prestaties.

Juist hiervoor zijn nieuwe middelen nodig en extra mensen met bijzondere, digitale vaardigheden. Nu de stofwolken van de reorganisatie wat zijn gaan liggen, kan er organisatorisch wat meer rust komen.

Maar tegelijkertijd staan we voor een enorme vernieuwingsoperatie. Er gaan de komende jaren veel ervaren medewerkers met pensioen en we breiden de formatie uit. De politie heeft in totaal 17.000 nieuwe mensen nodig! Dat is ongeveer een kwart van de huidige politiebezetting.

Dat is een enorme uitdaging. In werving, selectie, screening en opleiding.

Ik wil hier niets mooier maken dan het is: een aspirant zit een deel van zijn tijd in opleiding en kan ook niet meteen alles wat een ervaren agent kan. Op de korte termijn staat de inzetbaarheid van de politie dus nog onder druk.

Om die tijdelijke extra druk op de politieteams zo snel mogelijk te verminderen, zal het kabinet bij de Miljoennota in totaal nog eens 58 miljoen aan extra middelen beschikbaar stellen. Bovenop de aangekondigde middelen.

Intussen zetten we alles op alles om de beste mensen bij de politie te halen. Dat is hier ook mijn oproep aan alle talentvolle mensen die werk willen doen dat echt de moeite waard is: kom bij de politie!

Dames en heren,

Ter afsluiting nog dit. Ik stuurde vandaag ook de kabinetsreactie op de evaluatie van 5 jaar Politiewet naar het parlement.

De conclusie van de commissie onder leiding van dhr. Kuijken was 'doorontwikkelen en verbeteren'. Dat gaan we ook doen.

De grote veranderingen zijn geweest, het gaat nu om scherp stellen. We gaan nu zorgen dat het korps slagvaardiger en flexibeler wordt. Dat er meer lokaal maatwerk mogelijk wordt. Dat de korpschef beter in staat zal zijn om zijn mooie organisatie aan te sturen.

U weet, leidinggeven is ruimte geven. Ik wil dus ook afsluiten met de boodschap dat er vooral meer ruimte komt voor de politiechefs en teamchefs om in te spelen op lokale omstandigheden.

Ik geef nu de korpschef dan ook de ruimte om preciezer te vertellen hoe hij de komende jaren de extra investeringen in zijn korps gaat benutten.

Dank u wel.