Toespraak door minister Dekker bij het congres ‘Slachtoffer in het strafproces’

Toespraak door minister Dekker (Rechtsbescherming) bij het congres ‘Slachtoffer in het strafproces’. Het congres vond plaats op 21 februari 2019 in De Fabrique in Utrecht/Maarssen.

Ladies and gentlemen,

I wish to start off by thanking our guests from abroad for their presence here today. Thank you Mrs Newlove, Mrs Heisserer and Mr Lindemann for your time and effort. And for your willingness to share your personal experiences and expertise with us. I also thank your colleagues for joining us today.

I have no doubt that your perspectives will be of great value to us when discussing the future role of the victim in the criminal procedure. Please allow me to continue in Dutch.

Dames en heren,

In mijn ministerschap voer ik veel gesprekken met slachtoffers en nabestaanden. Hun ervaringen raken me zeer.

Hoe een potige kerel een paar rake klappen krijgt tijdens een avondje uit met vrienden. Belandt in het ziekenhuis en sindsdien nooit meer dezelfde is.

Of neem de ouders van een in het verkeer omgekomen kind; aangereden door een beschonken automobilist. Hoe de bodem onder hun voeten is weggeslagen en ze beide doet wankelen.

Of hoe een verkrachte vrouw jaren, op oude leeftijd, nog steeds met regelmaat nachtmerries heeft.

De verhalen van slachtoffers laten je niet los! …

Nu hoef ik u dat eigenlijk niet te vertellen. U weet hoe erg het is, of kan zijn. U bent allemaal betrokken bij het lot van slachtoffers.  Anders was u hier vandaag niet. We hechten allemaal aan de rol van het slachtoffer in het strafproces. Dat is helder. Maar waarom doen we dat? Waarom vinden u en ik dat zo belangrijk? Daar staan we naar mijn idee nog te weinig bij stil.

Ik wil de komende minuten met u delen waarom ik juist de aandacht voor slachtoffers van zo’n groot belang vind.

En daarvoor neem ik een stap terug. Laten we het strafproces eens bekijken in een groter geheel, namelijk in dat van onze rechtsstaat. Onze rechtstaat wordt vaak gekenschetst als een huis met vele kamers. Een huis waarin voortdurend met het meubilair wordt geschoven. Waar continu onderhoud plaatsvindt. En waar af en toe iets wordt aangebouwd. Een extra verdieping of een dakkapel.

De democratische rechtsstaat als principieel onvoltooid bouwproject. Zoiets als de Sagrada Familia in Barcelona – nog altijd niet af, maar wat een indrukwekkend bouwwerk! Het beeld van onze rechtstaat als huis spreekt mij aan. Het veronderstelt dat er ook regels zijn. Wie het huis betreedt – erin wil wonen – stemt in met die regels. De rechten en de plichten. Dat is de afspraak. En wie zich aan de regels houdt, krijgt onderdak. Je vindt dan geborgenheid en genegenheid in dat huis. Net als thuis: je wordt dan onderdeel van de familie.

Het is 1 van de meest  primaire taken van de overheid: zorgen voor veiligheid en bescherming.

Helaas wonen we niet in een perfecte samenleving. Slagen we er niet altijd in om bescherming te bieden. Worden mensen soms toch slachtoffer van een ernstig misdrijf. Als dat gebeurt, moeten we de schade herstellen. Dat doen we door daders op te sporen, te vervolgen en te bestraffen. Door letterlijk iets recht te zetten.

Maar dat is niet genoeg. Slachtoffers hebben vaak meer nodig. Zijn willen zich gehoord voelen. Schade kunnen verhalen. Hulp bij praktische zaken. Het gevoel dat ze niet in de steek worden gelaten. Dat het niet alleen draait om de dader, maar ook om hen. Beschadigd vertrouwen moet worden hersteld. Het gevoel dat je in het huis van de rechtsstaat op de overheid kunt rekenen. Want als we dat niet doen, volgt na het eerste geschonden vertrouwen – namelijk dat we geen bescherming hebben kunnen bieden – een 2e teleurstelling – namelijk dat je als slachtoffer aan je lot wordt overgelaten. En dat moeten we voorkomen.

Onze rechtsstaat is gestoeld op vertrouwen. Dat regels en afspraken er niet voor niets zijn. En dat ze voor iedereen gelden. Het vertrouwen dat er een overheid is die die regels handhaaft als het nodig is. Die zorgt voor veiligheid en rechtvaardigheid. Én het vertrouwen dat we mensen – slachtoffers – nooit in de kou zullen laten staan. Zonder dit vertrouwen kan onze rechtsstaat niet bestaan. Daarom zijn slachtofferrechten niet zo maar een bijkomstigheid! Zij zijn niet de aangebouwde bijkeuken of dakkapel van het huis van de rechtsstaat. Nee, zij vormen het fundament waarop het huis is gebouwd!

Dames en heren,

Gelukkig is de positie van het slachtoffer de afgelopen kwart eeuw steeds sterker geworden. Mijn voorgangers hebben daar hard voor geknokt. Er zitten hier vandaag ook mensen in de zaal die hier een grote bijdrage aan hebben geleverd.

  • Vanuit de wetenschap
  • Vanuit Slachtofferhulp Nederland
  • Vanuit de Federatie Nabestaanden Geweldsslachtoffers.

Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet. Het slachtoffer is al lang niet meer een blinde vlek in ons strafrecht.

De invoering van het spreekrecht voor slachtoffers in 2005 – n al weer 14 jaar geleden -  was een mijlpaal. Sindsdien is dat spreekrecht uitgebreid. Daarnaast hebben slachtoffers het recht om hun schade vergoed te krijgen. Wanneer de dader niet op tijd betaalt, schiet de overheid voor. Ik vind dit goede ontwikkelingen.

En ook vanuit mijn Meerjarenagenda Slachtoffers liggen er nog verdere verbeteringen in het verschiet. De verschijningsplicht, betere bejegening voor slachtoffers in de rechtszaal, het vergroten van de mogelijkheden tot het verhalen van schade.

Maar het werk is nooit klaar. Om met de in 2014 overleden rechtsfilosoof en senator Willem Witteveen te spreken:

'De rechtsstaat is geen rustig bezit, geen huis waarin we onbezorgd kunnen gaan slapen.'

We moeten het huis van de rechtsstaat goed blijven onderhouden. En soms ook verbouwen, om het te laten voldoen aan de maatstaven van de moderne tijd. Daarom is het goed dat u hier vandaag allemaal bijeen bent. Niet alleen om te luisteren, maar ook om met elkaar in gesprek te gaan. Deel ervaringen, inzichten en vergezichten. Wat vindt u belangrijk voor de positie van het slachtoffer in het strafproces? Die gesprekken helpen ons verder in het vormgeven van wetgeving en beleid. Ik begrijp ook dat er soms zorgen zijn. Wordt het slachtoffer niet een soort tweede aanklager? En ja, ook de rechtsbescherming van verdachten is een belangrijke pijler in onze rechtsstaat. Daar sta ik ook voor.

Maar laten we met z’n allen de gesprekken voeren vanuit het oogpunt dat het slachtoffer centraal staat. Dat hún vertrouwen cruciaal is voor het fundament van onze rechtsstaat. En dat we alleen met een stevig fundament kunnen zorgen voor datgene waar we allemaal naar streven:

Een veilig huis. Een rechtvaardig Nederland.

Ik dank u wel.