Toespraak van minister van Engelshoven bij het afscheid van Jan Jaap Knol als directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie

Toespraak van minister van Engelshoven bij het afscheid van Jan Jaap Knol als directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie, op 7 maart 2019 te Utrecht

[Het gesproken woord geldt!]

Beste Jan Jaap,

Ik beschouw het als puur toeval dat ik hier sta. Een speling van het lot, dat ik hier in mijn hoedanigheid als minister van OCW afscheid neem van de directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie. Want toen ik ooit begon te werken wees niets erop dat ik ooit minister van OCW zou worden.

Dat geldt zo voor verreweg de meeste mensen die ik ken. De meeste mensen beginnen hun loopbaan ergens, rollen van het een in het ander, doen een sprong opzij en belanden uiteindelijk – min of meer toevallig - waar ze terecht komen.

Jij niet. Jouw loopbaan is als zo’n tekenspelletje voor kinderen waarbij je met je potlood de cijfertjes moet volgen. Vaak weet je al heel snel ongeveer wat het wordt. Maar moet je wachten tot het laatste cijfer om te kunnen zien wat het precies voorstelt.

Je groeide op met verhalen uit de Bijbel, en schreef op school graag toneelstukken. Je wilde dominee worden maar ging uiteindelijk Nederlands studeren. En tijdens die studie kwam je in de studentenpolitiek terecht.

Je liefde voor het woord – met of zonder hoofdletter, je liefde voor het theater en je liefde voor het beleid, het tekende zich al vroeg af.

Bij OCW kreeg het vorm in verschillende functies: als speechschrijver, als beleidsmedewerker, en als hoofd van de afdeling cultuurbereik.

In die laatste hoedanigheid culmineerde dat in de totstandkoming  van iets heel groots: een nieuw fonds. Het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Als vanzelf volgde daar de volgende stap in je loopbaan op. Je werd fondsdirecteur.              

Ik wil je graag danken voor al het werk dat je daar de afgelopen jaren hebt verzet. En de bevlogenheid waarmee je dat deed. Alles ten dienste van het doel: meer mensen in contact te laten komen met cultuur. Jong en oud. Ongeacht achtergrond of niveau.

Want, zoals je eens in een podcast zei: ‘De 1ee violist van het Concertgebouworkest is ook ooit begonnen als 5- of 6-jarige amateur.’ Einde citaat.

Maar ook al die andere leeftijdsgenoten, die het niet zo ver hebben geschopt in de muziek, zij zijn wel aangeraakt door de magie van de cultuur. Zij kopen nu kaartjes voor voorstellingen. En moedigen hun eigen kinderen aan om op muziekles te gaan of dansles te nemen.

Nu trek je de lijntjes verder door. Van cijfertje naar cijfertje. Nog steeds dezelfde tekening maar weer wat rijker dan voorheen. In dezelfde sector. Maar na vorm, inhoud en uitvoering nu in het onderzoek.

Ik wens je heel veel succes bij de Boekmanstichting!