Toespraak minister Ollongren bij Symposium Openbaar Bestuur

Toespraak van minister Ollongren (BZK) bij het Symposium Openbaar Bestuur, op 28 maart 2019 in Nieuwegein.

Hoe staat met het openbaar bestuur in Nederland? Deze vraag brengt ons hier vandaag samen bijeen.

De Staat van Bestuur. Een flink boekwerk inmiddels, vol cijfers en staatjes. Zonder inzicht, geen uitzicht, zei Kim Putters al.

U heeft zojuist – als het goed is – een brochure ontvangen met de belangrijkste inzichten. Ik ben zelf ook al wat door de Staat gebladerd, en dan stuit je op genoeg cijfers die reden tot optimisme geven. Niet alleen als minister, maar ook als inwoner van dit land.

Veel mensen zijn gemiddeld genomen gelukkig.

80% is tevreden met het inkomen en ervaart de eigen gezondheid als goed.

65% van de Nederlanders prijst de Nederlandse manier van samenleven, en ze noemen daarbij:

  • het leven in een vrij en democratisch land;
  • de hoge welvaart;
  • de kwaliteit van de gezondheidszorg;
  • ons goede onderwijs.

Wat mij als minister van BZK goed doet, is dat de tevredenheid over het functioneren van de democratie onverminderd hoog blijft. Die staat op 78% en ligt daarmee zelfs hoger dan 5 jaar geleden. Bij zowel gemeenteraadsverkiezingen als Provinciale Statenverkiezingen zijn óók meer mensen gaan stemmen.

Ik zie in de zaal veel bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen. Dit rapport bevat ook veel goed nieuws voor u. Het vertrouwen in lokale instituties is groter dan in nationale - vaak speelt daarin mee dat mensen de kandidaat waarop ze stemmen kennen.

Lokale partijen hebben minder moeite om kandidaten te vinden dan een jaar of 10 geleden. Lokale partijen dringen beter door in de colleges.

Er is meer aandacht voor het thema integriteit. Gemeenten doen ook meer moeite om de betrokkenheid van inwoners te vergroten. Met betere voorlichting, met meer inspraakavonden en innovaties als de Right to Challenge.

Kortom: uit de Staat doemt het beeld op van een levendig bestuur. Ons land wordt door de bank genomen fatsoenlijk bestuurd, en de mensen die daarvoor verantwoordelijk zijn – bestuurders, politici en ambtenaren – mogen daarvoor ook weleens de waardering horen. U bent de reden achter deze mooie cijfers!

[…]

Maar dat niet alles rozengeur en maneschijn is, dat weten we omdat kranten, journalisten en de televisie ons die spiegel voorhouden. Het is bijvoorbeeld heel mooi dat 78% van de mensen positief is over het functioneren van de democratie, maar omdat de hoger opgeleiden dit gemiddelde flink opkrikken verhult dat de ontevredenheid van een aanzienlijk deel van de lager opgeleiden.

En dat de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen steeg tot 56%, betekent ook dat 44% nog steeds thuis is gebleven. En dat gemeenten moeite doen om burgers te betrekken, wil nog niet zeggen dat ze daar altijd in slagen.

We weten uit de analyses van de commissie-Remkes en uit die van het Sociaal-Cultureel Planbureau dat er een groep Nederlanders is die zich niet vertegenwoordigd voelt en zich onvoldoende in de besluitvorming herkent. Dat is iets wat we ons allemaal moeten aantrekken. Daar moeten we iets aan doen. Er valt nog genoeg te leren en te verbeteren.

[…]

Dames en heren.

Terecht hebben burgers hoge verwachtingen van politici en bestuurders. Niet alleen moreel gezien, maar ook als het aankomt op hun kundigheid, verbindend vermogen en het zetten van een stip op de horizon. Van politici en bestuurders mag visie verwacht worden.

Veel mensen voelen zich onzeker over hun toekomst: over werk, over klimaat, over of we nog kunnen samenleven met veel verschillende mensen op deze kleine oppervlakte.

Inwoners willen dat politici hun belangen vertegenwoordigen, maar wel vanuit een visie op de manier waarop de samenleving samen verder kan. Dus niet alleen opkomen voor of alleen ouderen, of juist jongeren, of wat zij, maar opkomen voor verschillende groepen vanuit het perspectief op de samenleving als geheel.

Een 2e punt is kundigheid. Als je gekozen of benoemd bent, mag kennis van zaken worden verwacht. Zeker in een tijd waarin vraagstukken complexer zijn en zich op verschillende schaalniveaus afspelen.

Bij die verwachtingen en complexiteit hoort dat we moeten zorgen voor betere opleiding, training en coaching bij, en daar draagt de overheid aan bij. We hebben een breed - en groeiend -  ondersteuningsaanbod.

Zo is voor Statenleden en AB-leden van waterschappen vandaag een digitaal leerplatform beschikbaar. Tot de Statenleden in de zaal zeg ik: maar daar gebruik van!

Een 3e punt is van onbesproken gedrag zijn.

Gelukkig leven wij in een land waarin we corruptie verwerpelijk vinden. Maar de overheid is een dienende en kwetsbare instantie waaraan veel macht wordt toevertrouwd. Het gaat om vertrouwen – vertrouwen van de burger in de overheid. En daarvoor geldt dat het te voet komt en te paard gaat.

Van gezagsdragers en ambtenaren mag worden verwacht  dat zij elke keer weer kritisch reflecteren op de vraag wat werken voor deze kwetsbare en dienende instantie betekent. Want elke integriteitsschending – hoe klein die soms ook kan zijn – is een directe aantasting van de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur. Ik herinner in dit verband graag aan het gezegde: het zijn niet de hekken waar men over struikelt, maar de drempeltjes.

Tot slot, het 4e punt, verbinding. Als ik in spiegel kijk, en ik nodig u uit dat ook te doen, zie ik een profiel dat meer aansluit bij het ene deel van de bevolking dan bij het andere. We zijn toch wat ouder, bijna allemaal hoog opgeleid – het leeuwendeel van u is man. Dat hoeft de verbinding met andere groepen en perspectieven natuurlijk niet in de weg te staan, maar je moet er wel wat voor doen.

En het doet een beroep op ons vermogen om ons in te leven in andere posities en om actief de verbinding te zoeken met degenen die we niet vanzelfsprekend tegenkomen. Mensen kijken naar ons, ze projecten hun verlangens en idealen op ons en verwachten dat wij kunnen helpen hun dagelijkse problemen op te lossen. Als mensen met de rug naar elkaar toestaan, dan helpt het niet als wij dat ook doen.

Dames en heren.

Ik kom tot een slot. Als ik ons zo allen hier bijeen zie zitten, bekruipt me een gevoel van trots.

Als er iets is wat Nederland kenmerkt, dan is het wél dat we een sterk gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het onderhouden van een sterke publieke sector. 

We staan er vaak niet bij stil, maar in veel landen in de wereld -  ik denk de meeste landen in de wereld - is het niet zo dat je ongeacht je inkomen in het geval van een medische urgentie door dezelfde chirurg geopereerd wordt. Om maar iets te noemen.

Weet dat ik groot vertrouwen heb in uw inzet en capaciteiten. Er is veel te doen. We staan er samen voor.  En we gaan ook de volgende uitdagingen tot een goed einde brengen. Daarvoor is het verantwoordelijkheidsbesef bij ons allen veel te groot.

Ik dank jullie wel.