Speech minister Hoekstra bij Financieel Jaarverslag van het Rijk 2018

Toespraak van minister Hoekstra (Financiën) bij de overhandiging van het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2018 in de Tweede Kamer in Den Haag op 15 mei 2019.

Voorzitter,

Het is mij een eer en genoegen u het financieel jaarverslag van 2018 te mogen overhandigen en kort te mogen toelichten.

Mijn 2e Verantwoordingsdag als minister van Financiën, maar het 1e volle jaar van dit kabinet. Een regulier jaar, maar in veel opzichten een goed jaar met stevige groei en een solide begroting.

Op Prinsjesdag vertelde ik u aan de hand van 2 poolreizigers over het belang van een degelijke voorbereiding. Ik zal die vergelijking hier vandaag niet vervolmaken, maar we hebben zonder meer een goed jaar van onze tocht achter de rug. We zien een jaar waarin de stevige groei van voorgaande jaren zich voortzette. Inmiddels hebben we 5 jaar van economische groei op rij achter de rug.

Het afgelopen jaar was dat voor een groot deel te danken aan de uitgaven van huishoudens. Die kónden ook meer uitgeven, omdat veel mensen een baan hadden en vonden. Elke dag wisten per saldo meer dan 530 mensen een baan te vinden. Dat betekende 195.000 extra banen over 2018. Nederland heeft nu de laagste werkloosheid sinds 2001.

Waar ik direct aan toevoeg dat we natuurlijk enorm geholpen zijn door de economische hoogconjunctuur. U kent mijn opvatting dat politici terughoudend zouden moeten willen zijn met het claimen van economische groei als eigen succes. De groei is in de 1e, 2e en 3e plaats te danken aan werkend en ondernemend Nederland en het feit dat we als zeer open economie altijd in grote mate meedeinen op de golven van de wereldeconomie.

Dat neemt niet weg dat al die nieuwe banen en bestedingen heel erg goed nieuws zijn. In de eerste plaats voor heel veel Nederlandse gezinnen. Waarin eerst iemand geen en nu iemand wel een baan heeft en ’s ochtends aan het werk gaat. En secundair, maar niet onbelangrijk, voor de overheidsfinanciën – en daarmee voor de hele samenleving.

We gaven fors meer uit dan in 2017, zo’n € 13 miljard. Onder andere aan onderwijs, zorg en veiligheid en tal van andere onderwerpen die we met elkaar belangrijk vinden. Wat hebben we daarmee zoal gedaan? Het antwoord op die vraag levert een behoorlijke waslijst op. Omwille van de tijd, zal ik me beperken tot 6 punten.

  • We verhoogden de salarissen van de leraren in het primair onderwijs.
  • We sloten akkoorden met de medisch-specialistische zorg, huisartsenzorg, wijkverpleging en ggz om de zorg betaalbaar te houden.
  • We werkten verder aan de verbetering van de bereikbaarheid door files te bestrijden en nieuwe wegen, fietspaden en zogenoemde snelfietsroutes aan te leggen.
  • We hebben de handhaving van de sociale zekerheidsregels en de arbeidswetten met ingang van 2018 versterkt. Vorig jaar is geïnvesteerd in de werving van inspecteurs en rechercheurs voor de Inspectie van SZW.
  • We hebben de schuldenaanpak verbeterd en de gevolgen van armoede voor kinderen willen beperken. Extra geld dus voor het professionaliseren van de schuldhulpverlening.
  • We hebben in 2018 60 belastingmaatregelen genomen voor burgers en bedrijven om werken nog lonender te maken.

Zoals ik al opmerkte is dit zeker geen uitputtende lijst. Wel geeft het de variatie van zaken aan waarin het kabinet heeft willen investeren.

Wat ook bijdroeg aan het overschot, is dat we niet op alle onderdelen onze plannen hebben kunnen verwezenlijken. Met name bij defensie en infrastructuur is dat het geval geweest. Het overgrote deel van dit niet besteedde geld blijft overigens beschikbaar voor uitgaven in latere jaren. Het overschot is bovendien een broodnodige buffer.

In het Centraal Economisch Plan van maart van dit jaar stond het ook al te lezen: het hoge groeitempo van de Nederlandse economie is zeer waarschijnlijk voorbij. De piek van de conjunctuur hebben we gehad. Het CPB voorziet dit jaar eenzelfde overschot als bij het Regeerakkoord is afgesproken. En dat is aanzienlijk lager dan over 2018. En juist daarom blijven we inzetten op gezonde overheidsfinanciën. Dat is prudent en verstandig in het licht van de vele risico’s die er internationaal zijn en de hiervoor gevoelige Nederlandse overheidsfinanciën. Bovendien is de overheidsschuld nog aanmerkelijk hoger dan voor de crisis. En willen we met elkaar cruciale collectieve voorzieningen zoals onderwijs, zorg en veiligheid blijven kunnen bieden in goede en in slechte economische tijden.

Voorzitter,

Ik heb uw Kamer in grote lijnen verteld over de staat van de overheidsfinanciën. Volgens de Auditdienst van het Rijk levert de financiële bedrijfsvoering een zogenaamd stabiel beeld op.

Maar de bevindingen van de ADR geven ook aan dat er ruimte voor verbetering is. Zo vragen de ICT en informatiebeveiliging nog altijd onze aandacht. Die zijn simpelweg onvoldoende op peil. Het zijn hardnekkige problemen die veel tijd en capaciteit kosten. Een gedetailleerd oordeel over de kwaliteit van ons financieel beheer laat ik graag over aan de president van de Algemene Rekenkamer.

Heel goed dat de rekenkamer daar zo secuur op meekijkt, want het gaat hier om heel veel geld dat niet van ons is, maar van de burger. Ik zou toch wel willen markeren dat het een groot goed is dat een onafhankelijke instantie met veel expertise de vingers op de zere plekken legt. En hoe meer je in het buitenland komt hoe duidelijker wordt hoe goed en secuur we dit soort zaken hebben geregeld in Nederland.

En als ik het dan over checks and balances heb, kan en wil ik niet om de vaste Kamercommissie Financiën heen. Haar aandacht voor het programma Inzicht in Kwaliteit waardeer ik zeer. Doel van dat programma is om meer inzicht te krijgen in de resultaten van beleid. Met als strekking: geven we het geld van de burger ook op een verstandige manier uit? Dat is belangrijk want het is geld van de burger en die moet er elke keer op vertrouwen dat we dit op een verstandige, doelmatige en doeltreffende manier besteden. Het is niet bepaald een sexy onderwerp; niet iets waar je snel mee kan scoren in de media, maar wel iets wat van groot belang is. Bijzondere waardering heb ik voor uw leden Sneller en Snels als rapporteurs van deze operatie.

Voorzitter,

Bij deze korte samenvatting hoort een uitgebreide beschrijving en, uiteraard, een grondige cijfermatige onderbouwing. Die zou ik u heel graag bij deze namens het kabinet willen aanbieden. Het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2018. Ik kijk uit naar het debat met uw Kamer.

Dank u wel!