Toespraak minister Kaag bij lancering CBS-rapport Nederland Handelsland

Toespraak van minister Kaag bij de lancering van het rapport 'Nederland Handelsland' van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), op 9 september 2019.

Dames en heren,

Nederland, handelsland. In die korte frase zit een belangrijke waarheid verpakt. De Nederlandse welvaart is onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse handelsgeest. Met het vermogen en de durf om voorbij de grens te kijken naar kansen voor groei. De publicatie die hier zojuist gepresenteerd is laat dit goed zien. Ik wil het CBS dan ook bedanken en complimenteren voor deze eerste editie van dit rapport: ‘Nederland handelsland’, welke voortaan jaarlijks zal verschijnen.

Ook plezierig dat we hier een toelichting over hebben gekregen van niemand minder dan de vorige Slimste Mens van Nederland. Dat schept toch vertrouwen in de statistieken.

Het zijn dan ook niet zomaar cijfers die hierin staan. De Nederlandse economie en export groeien gestaag. Een groei die positief afsteekt tegenover de stagnatie in de ons omringende landen. Een goed rapportcijfer dus, maar geen reden tot zelffelicitatie. Hoewel de zon hier nog schijnt hangen er al wolken boven de buurlanden. De wind hoeft maar een beetje te draaien en ook wij komen in de schaduw.

En er waaien momenteel nogal wat straffe winden. De wereldhandel is altijd al in beweging, maar de laatste jaren zijn de veranderingen duidelijker merkbaar dan ooit. Daarom is het des te belangrijker dat we hier een goed inzicht in hebben. Dat we scherp kunnen monitoren hoe de Nederlandse economie er voor staat. Welke markten groeien en krimpen. Welke producten en bedrijven het goed, of juist minder goed doen.

Daarom heb ik het CBS in mijn handelsagenda gevraagd om deze monitoring uit te voeren. Ik vind het van groot belang dat er betrouwbare data beschikbaar is over internationale handelsstromen. Want meten is immers weten. En weinigen weten en meten meer, en beter dan het CBS.

Dames en heren,

Net heeft u van Peter Heijn van Mulligen gehoord wat er in het rapport staat. Ik zal de cijfers niet nodeloos herhalen, maar ik benadruk wel graag drie zaken uit het rapport die indruk op mij hebben gemaakt.

Het 1e wat mij opvalt is dat het CBS met deze publicatie aantoont hoe essentieel buitenlandse handel is voor de welvaart van Nederland. De export levert ons land 2,3 miljoen voltijdbanen op. Dat aantal groeit nog altijd. De omvang van de Nederlandse economie nam over het 2e kwartaal van 2018 een half procent toe ten opzichte van het 1e kwartaal. De export maar liefst met 3 procent. In tijden waarin al weer openlijk gespeculeerd wordt over een komende Europese recessie zijn dit prachtige cijfers. Buitenlandse handel is nog altijd de motor van de Nederlandse economie.

Het 2e dat mij opvalt in deze publicatie is dat er fascinerende veranderingen gaande zijn in de exportsector. De meest in het oog springende ontwikkeling is dat de Britse investeringen in Nederland flink toenemen, maar dat Nederlandse investeringen in het VK sterk gedaald zijn. In 2016 investeerden Nederlandse bedrijven daar nog 50 miljard Euro. In 2018 was dit negatief 11 miljard. Er is dus niet slechts sprake van een sterke afname van investeringen, maar zelfs van een desinvestering. Andersom zijn Britse investeringen in Nederland gestegen van 14 miljard euro in 2016 naar 80 miljard euro in 2018. De oorzaak hiervan laat zich raden.

Ik heb gemengde gevoelens bij deze cijfers, aangezien het VK  een belangrijke bondgenoot en handelspartner is die heeft aangegeven de EU en de gemeenschappelijke Europese markt te willen verlaten. Het blijft door de lopende besprekingen in Brussel en het politieke debat in het VK onduidelijk hoe de Brexit, en de handelsrelatie post-Brexit er uit zullen zien. Die onzekerheid maakt het Nederlandse bedrijfsleven behoedzaam, en het Britse kapitaal vluchtig. Het kabinet heeft om deze reden dan ook een campagne opgezet om het bedrijfsleven bewust te maken van de mogelijke gevolgen van de komende Brexit – en uit deze cijfers maak ik op dat het bedrijfsleven zijn conclusies al getrokken heeft.

Het derde wat bij mij in het oog springt zijn de gebieden waar nog kansen liggen voor Nederland. Zo is het Nederlandse marktaandeel van de Indiase import gedaald. Dit is een gigantische – en groeiende – economie, waar op handelsgebied nog veel te bereiken is. Met het komende Staatsbezoek, en de parallelle economische missie, geven we daarvoor de toon aan. Deze CBS- publicatie laat ook zien wat er bereikt kan worden met goede regionale economische diplomatie. Daarbij denk ik aan het bijzonder aan de Nederlandse focus op de ASEAN-5, waardoor de Nederlandse export naar deze focusregio de afgelopen 9 jaar sterk gestegen is.

Ook op het gebied van vrouwelijk ondernemerschap gaan kansen onbenut. Het aantal vrouwelijke ondernemers is tussen 2012 en 2017 zelfs gedaald. Wanneer we spreken over onbenut economisch potentieel, dan is dit daar een uitgelezen en bedroevend voorbeeld van. Wat mij betreft is het CBS-rapport op dit punt dan ook een klaroenstoot voor hernieuwde actie.


Dames en heren,

Na een bespreking van de kansen, vergeeft u het mij hopelijk dat ik ook enkele risico’s wil benoemen. Het zal niemand met een krantenabonnement of twitteraccount ontgaan zijn, maar het wereldwijde handelspolitieke systeem staat onder druk. Dit heb ik vandaag ook benadrukt in mijn interview met het Financieele Dagblad. De schaduw van een Amerikaans-Chinese handelsoorlog hangt zwaar over de markt. Wereldwijd zien we een groeiende neiging naar protectionistische maatregelen. De importtarieven van de Verenigde Staten zijn hier een voorbeeld van, maar ook in Europa zien we de roep om de eigen markt meer af te schermen.

Dit is het gevolg van een reeks complexe situaties met elk een lange voorgeschiedenis, maar in de essentie ligt de kern van veel hedendaagse handelsconflicten in het – achteraf misplaatste - optimisme van eind vorige eeuw. Er was in de jaren ’90 een breed gedeelde aanname dat China’s lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie dat land niet alleen welvarender, maar ook in economische zin liberaler zouden maken. In de praktijk bleek de welvaartstoename goed te lukken, maar een liberale en open markteconomie is China niet geworden. Wel is China inmiddels vol in transitie naar een hoogontwikkelde economie, waarin met name wordt ingezet op het verwerven van een technologische voorsprong.

Een 2e ontwikkeling is dat door de digitale revolutie economie en veiligheid steeds inniger met elkaar vervlochten raken. Kansen voor innovatie zijn tegelijkertijd ook potentiële kwetsbaarheden voor onze infrastructuur en samenleving. Nieuwe technologie verlegt de grenzen van wat we dachten dat mogelijk was, maar maakt ons ook afhankelijk. De implicaties op het gebied van privacy, staatsveiligheid en de arbeidsmarkt zullen de komende jaren groot zijn. De handelsrelatie met China is gelijkwaardiger geworden, en daardoor ook complexer. Dat is een realiteit waarop ook de Chinastrategie van het kabinet gebaseerd is.

Uit die veranderende verhouding stamt ook de frictie tussen de Verenigde Staten en China. De VS hebben inmiddels hun ongenoegen kenbaar gemaakt over het onvermogen van de Wereldhandelsorganisatie om een gelijk speelveld af te dwingen. China’s wijze van opereren op het internationale toneel zet immers de basisprincipes van het open handelssysteem onder druk. Het land stelt zijn eigen markten maar zeer beperkt open voor buitenlandse bedrijven. Waarom zouden andere landen dit dan wel doen voor China? Die grondgedachte is logisch, maar door de toenemende spierballenretoriek dreigt nu wel een overgang van het bekende rules based system naar een power based system.

Ik deel al deze zorgen. Het is echter te simpel gedacht om dan maar de deuren dicht te gooien en de ophaalbrug omhoog te trekken. Ik ben niet van mening dat dit een effectieve oplossing is voor de bestaande spanningen. Daarom opper ik ook graag een tegengeluid. We moeten blijven werken aan eerlijke handelsregels, een sterk multilateraal systeem en open markten. Open waar het kan, beschermen waar het moet. Dat is het devies.

Ook als EU moeten we de gelederen gesloten houden. We moeten onze sterke positie in het mondiale economische systeem ten volste benutten om hervormingen van het multilaterale handelssysteem te bevorderen. Daarbij hebben we strategische partners nodig. Partners die handel verkiezen boven isolatie, en samenwerking boven conflict.

Dames en heren,

Het kabinet zet zich in voor coherentie tussen handelsakkoorden en internationale milieu-, arbeids- en mensenrechtenverdragen. Economische verbanden tussen de EU en derde landen moeten gekoppeld zijn aan de naleving van internationale verdragen zoals het klimaatakkoord van Parijs. Ik zou dan ook graag zien dat naleving van dit klimaatakkoord een vast onderdeel wordt van brede handelsakkoorden. Hierin zie ik dan ook als een duidelijke opdracht voor de nieuwe Europese Commissie, die ik dan ook oproep om zich actief in te blijven zetten voor een open en duurzaam handelsbeleid. Dit kan de Commissie doen door een leidende rol te nemen bij de modernisering van de Wereldhandelsorganisatie. Door in handelsakkoorden in te zetten op het naleven van internationale verdragen inzake klimaat en mensenrechten. En ook door het voortouw te nemen op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Dat is in ieder geval waar Nederland zich onder leiding van het kabinet hard voor zal maken, en waarvan ik de positieve resultaten hoop terug te kunnen lezen in de CBS-publicatie ‘Nederland Handelsland 2020’.

Dank u wel.