Toespraak van minister Van Engelshoven bij de opening van het mbo-jaar bij het Leerhotel in Amersfoort

Toespraak van minister Van Engelshoven bij de opening van het mbo-jaar bij het Leerhotel in Amersfoort, op 9 september 2019.

[Het gesproken woord geldt!]

Beste mensen,

Dank dat ik u hier mag toespreken - in deze wel heel bijzondere  setting. Een boksring…

Normaal gesproken een podium waar men elkaar te lijf gaat, totdat de ander in de touwen hangt. Dat was ik hier niet van plan.

Maar je kunt er ook anders naar kijken. Een boksring is ook een plek waar veel kan. Er zijn regels en er zijn touwen, en daarbinnen mag alles.

In dat opzicht is het een toepasselijke setting voor wat ik u wil gaan vertellen vandaag. Als er íets tekenend is voor het onderwijs in Nederland, dan is het wel innovatiekracht. De creativiteit om een oplossing te vinden voor een probleem. Op je geheel eigen wijze. Misschien wel tegen alle conventies in. Maar wel binnen de regels en de touwen van de boksring natuurlijk.

Of het nu om het primair onderwijs gaat of om het mbo. Ons onderwijs staat er om bekend dat het creativiteit stimuleert. En zo hebben we het ook ingericht:

Scholen hebben heel veel ruimte om – in samenspraak met het bedrijfsleven - zelf te bepalen hóe ze het onderwijs inrichten. Alleen wát ze de studenten moeten leren, is voorgeschreven.

Ons onderwijs is iets om trots op te zijn. In internationale ranglijstjes doen we het uitstekend. Van heinde en verre komen delegaties naar Nederland om te leren van ons mbo.

Maar wat nóg belangrijker is: onze mbo-studies sluiten goed aan op de arbeidsmarkt, waardoor studenten snel aan het werk komen, en onze economie kan floreren. Ons mbo draagt echt bij aan een betere samenleving!

Ik zei het vorige week bij de opening van het mbo-jaar aan De Friesche Poort zo: ‘Zonder het talent dat het mbo voortbrengt wordt er geen infuus gezet en geen zonnepaneel gelegd, staan de treinen stil en blijven de koelkasten in Nederland leeg.’

En dan heb ik het alleen nog maar over de samenleving van nu. Ontwikkelingen volgen elkaar in duizelingwekkend tempo op. De techniek schrijdt voort en de digitalisering lijkt geen grenzen te kennen.

De arbeidsmarkt is continu in beweging, en de bevolking verandert van samenstelling. Het onderwijs moet daar een antwoord op bieden, en studenten opleiden voor beroepen die nog niet bestaan, of nieuwe doelgroepen bedienen, die bij- of nascholing willen. Dat vraagt om een open blik op de samenleving en nauwe samenwerking met maatschappelijke partners en het bedrijfsleven in de regio.

Ik zie dat daar grote stappen zijn gezet de afgelopen jaren. Zo is er een grote schoonmaak geweest waardoor we van 700 naar 550 kwalificaties zijn gegaan. Die operatie heeft op veel scholen geleid tot geheel nieuwe programmering en inrichting van het onderwijs.

Daarnaast heeft de regionale samenwerking dankzij het regionale investeringsfonds en de kwaliteitsafspraken een enorme impuls gekregen.

Dat geeft vertrouwen. Maar tegelijkertijd moet het onderwijs ook de vakkennis koesteren die ervoor zorgt dat infusen worden gezet, dat zonnepanelen worden gelegd, dat de treinen blijven rijden en dat koelkasten worden gevuld.

Want dat is de basis: vakkennis door goed onderwijs. En ook daar is de afgelopen jaren enorm in geïnvesteerd - met de kwaliteitsafspraken bijvoorbeeld.

De resultaten mogen er zijn. In haar jaarverslag constateert de Onderwijsinspectie dat de kwaliteit van het mbo op alle fronten sterk is verbeterd de afgelopen jaren. Of het nou om examenkwaliteit gaat, om kwaliteitscultuur of om kwaliteitsborging – de inspectie complimenteert u ervoor!

Toekomstgericht onderwijs en vakkennis gaan hand in hand. Het 1 kan niet zonder het ander.

Het is de kunst om die 2 opdrachten met elkaar te verenigen. En daarbij is elke creatieve, innovatieve ingeving meer dan welkom. Ik denk dat mijn boodschap hier onderhand wel duidelijk is:

 ‘Durf te innoveren!’

Om snel te kunnen reageren op onverwachte ontwikkelingen in de samenleving, moet u bereid zijn om zichzelf continu te blijven heruitvinden. En met u bedoel ik niet alleen de instellingen en de bestuurders, maar ook de docenten. En de studenten. Dat vraagt de samenleving nu eenmaal van ons.

Innoveren kan in het groot, door spannende samenwerkingsverbanden aan te gaan met maatschappelijke partners of bedrijven. Of door met hybride onderwijsteams te gaan werken.

Maar het kan ook in het klein. Door eens naar een inspiratiesessie te gaan van de MBO Brigade. Of naar een broedplaats. Door je studenten uit te dagen om mee te denken.

Probeer het eens. En kijk waar het toe leidt.

Het hoeft niet altijd te slagen. Maar kijk er wel op terug en probeer er lessen uit te trekken.

Want bij alle complimenten heeft de inspectie ook nog wel een verbeterpuntje. Ze constateert dat scholen best willen innoveren, maar dat de evaluatie achteraf beter kan. Er wordt kortom nog onvoldoende nagedacht over wat innovatie kan bijdragen aan onderwijskwaliteit.

Bedenk daarbij dat innovatie geen doel op zich is, maar een noodzakelijke voorwaarde om maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen bijbenen.

Beste mensen,

Begin vorig jaar sloten wij een bestuursakkoord met de titel Trots, Vertrouwen en Lef.

Ik heb al gezegd dat we trots kunnen zijn op het mbo. We hebben misschien wel het beste beroepsonderwijs van de wereld!

De stappen die u heeft gezet de afgelopen jaren geven vertrouwen. Het laat zien dat er een robuuste basis ligt waarop we verder kunnen bouwen.

En dat lef? Dat kunt u laten zien door te innoveren. Door – binnen de regels en de touwen - de ruimte in de ring te zoeken. Door snel en creatief te reageren op de stoten die op u af komen. En met doelgerichte acties de problemen te tackelen waarmee u wordt geconfronteerd.

Ik wens u daarbij heel veel succes!