Toespraak door minister Van Engelshoven bij de opening van het barbershopfestival in Den Bosch

Toespraak door minister Van Engelshoven bij de opening van het Barbershop(koren)festival, op 28 september 2019, in Den Bosch.

[Het gesproken woord geldt!]

Beste Barbershop-zangers, en andere liefhebbers,

Den Bosch zal na dit weekend nooit meer hetzelfde zijn. Want er waart een kráchtig cultureel virus in de stad rond. En dat virus heet: Barbershop. Iedereen die zich vandaag of morgen in de stad bevindt, zal erdoor worden aangestoken.

Met 25 koren beklimt u 16 podia en zal uw muziek twee dagen lang de soundtrack van deze stad vormen. Mij heeft u al gepakt met de wervelende harmonieën en de feestelijke kostuums. Ik heb echt genoten van de 2 optredens hier op dit podium.

Vandaag is mijn 1e échte kennismaking met de korensector als minister. En dat dat juist hier plaatsvindt is wel een héél gelukkig toeval. Barbershop is met zijn 2000 beoefenaars in Nederland, een relatief klein juweel in de enorme ketting van Nederlandse amateurkoren. Maar hij schittert voorbeeldig.

Bij deze muziekstijl drááit het om ontmoeting en om het plezier in samen zingen. Hoewel je er natuurlijk ook goede oren voor moet hebben en stemvast moet zijn.

En Barbershoppers brengen hun muziek ook actief naar buiten. Zo hebben de ‘Duketown Barbershop Singers’ zélf het initiatief genomen voor dit festival. En dat juich ik toe.

Daardoor brengt u niet alleen heel veel verschillende zangers samen in hun liefde voor deze aanstekelijke muziek. U zorgt er óók voor dat u die liefde met zoveel mogelijk luisteraars deelt.

Voor de meesten zal het - net als voor mij - een reis zijn naar een nog onbekende wereld. Uw muziek voert ons terug naar het Amerika van rond de vorige eeuwwisseling. Ik heb mij laten vertellen dat Barbershop invloeden kent uit de ragtime en vaudeville van de ‘roaring twenties’.

En dat hij is gevormd door zingende Europese immigranten, door zingende zwarte kappers en door blackface-zangers die hen imiteerden. Terwijl deze muziekstijl later hét symbool werd voor een krachtig, Amerikaans zelfbewustzijn.

Door ons uw aanstekelijke muziek te laten horen brengt u ons ook in contact met dat intrigerende verhaal áchter de muziek. En dat geeft nou precies aan waarom ik het zo belangrijk om in cultuur te investeren. Omdat het al die dingen tegelijk doet. Emoties aanraken, de verbeelding  prikkelen. Een verhaal vertellen. Waardoor het ons in verbinding brengt met de werelden van anderen.

Daarom wil ik die investering ook ten goede te laten komen aan zoveel mogelijk mensen. Jong of oud. Nieuwkomer of oudgediende. Ongeacht afkomst, inkomen of opleiding.

Goede, actieve amateurs zoals u, spelen in dat toegankelijk maken van kunst en cultuur een belangrijke rol. Door festivals te organiseren die ons, luisteraars in contact brengen met uw kunst. Maar ook door de drempel voor actíeve deelname te verlagen. Zoals de Skyline-sisters die workshops geven waarbij mensen met een stadspas korting krijgen.

Ik ga straks met mensen van de korensector in gesprek om te kijken hoe we dat soort initiatieven verder kunnen stimuleren. En om te kijken hoe we nog meer jongeren en nieuwe groepen kunnen bereiken. 

En dat breng mij terug bij dit festival. Bij ú.

Uw stem is opgewarmd. En u staat te popelen om naar buiten te gaan, en met uw koor de podia te bestormen.

Ik wens u heel veel plezier en succes. En laat ik eindigen met die beroemde, u welbekende zin:

Mister Jefferson my lord, pláy that Barbershop chord!’