Spreektekst staatssecretaris Van Veldhoven bij ABP-bijeenkomst ‘Transitie naar een circulaire economie’

Toespraak van staatssecretaris Van Veldhoven maandag 7 oktober 2019 in Amsterdam bij een bijeenkomst van het ABP over de circulaire economie.

Goedemiddag,

Allereerst dank voor de uitnodiging. Goed om hier te zijn en veelbelovend dat een organisatie als het ABP de circulaire economie op de agenda zet. Het signaal dat u daarmee afgeeft is enorm belangrijk.

U bent bij uitstek een lange termijnorganisatie met lange termijndoelen. We hebben het over onze pensioenen. Een van de meest waardevolle, collectieve voorzieningen.

En dus moeten we niet te makkelijk zeggen: laat de pensioenfondsen maar investeren dan komt het vanzelf goed. Want om het toekomstig pensioen goed te bewaken is steeds een oriëntatie op de lange termijn nodig, hoe kunnen we risico’s vermijden, zekerheden inbouwen, waar moeten we rekening mee houden?

En laat dit nou precies die kernbegrippen zijn waar de circulaire economie op drijft. De circulaire economie gáát over zekerheid op de lange termijn. Het is een onderwerp waar ik me al lang mee bezig hou, zeker van 2010 toen ik Tweede Kamerlid werd.

Ik heb het zien groeien, van moties tot stevige passages in een Regeerakkoord, van losse initiatieven bij start-ups tot nieuwe strategieën van multinationals. Kort gezegd zien steeds meer organisaties in dat een ‘take-make-waste’-economie een doodlopende weg is en dat onze economie zeer inefficiënt is.

We verspillen nog heel veel waardevolle grondstoffen terwijl de voorraad niet onuitputtelijk is, simpelweg omdat de aarde maar zo groot is als ze is. Met de wetenschap dat er steeds meer mensen bijkomen. Het inzicht groeit maar er zijn nog forse prikkels nodig om tot een echte trendbreuk te komen.

U bent daarin een sleutelpartij. U heeft enorme invloed. Als pensioenmaatschappijen duurzaamheid hanteren als 1 van de criteria voor beleggingen, dan heeft dit een enorm hefboomeffect. En dat effect is nodig. Ik zeg het maar meteen duidelijk.

Waarom is dit belangrijk? Ik geef u een actueel voorbeeld.

Ik kom net van de ZuidAs waar ik een groot congres over duurzame mode mocht toespreken over het belang van circulair ondernemen. De textielsector is bezig een slag te maken naar duurzamer textiel.

Vraag: Weet u hoeveel stuks kleding we gemiddeld per jaar kopen? (20-40 stuks).

En hoeveel schoenen gemiddeld per jaar? (6 paar).
 
En hoeveel water er nodig is voor het produceren van een spijkerbroek? (circa 7.000 liter)?

We hebben het wel ergens over: na voedsel neemt textiel het grootste beslag op het milieu. Het is dan ook heel goed nieuws dat CEO’s van grote kledingmerken dit nu inzien en ermee aan de slag gaan.

Hun actiebereidheid staat niet op zichzelf. Grote bedrijven maken nieuwe keuzes.

Unilever wil in de Benelux zijn plastic verpakkingen kunnen zoveel mogelijk reduceren en anders recyclen. Ikea wil zijn businessmodel de komende jaren ombouwen naar circulair, Auping heeft een compleet nieuwe productielijn ingericht om alle gebruikte matrassen in te zamelen en te hergebruiken voor nieuwe, rioolwaterzuiveringsinstallaties worden energie- en grondstoffenleveranciers.

Of kijk naar het recent geopende nieuwe hoofdkantoor van Triodus dat volledig duurzaam en circulair is.

We zien ook het politieke spectrum veranderen. De nieuwe Europese Commissie komt met een ambitieuze nieuwe strategie om verspilling in de economie tegen te gaan, bijvoorbeeld door richtlijnen in te voeren die verplichten om recyclaat toe te passen in producten.

Binnen Europese landen en wereldwijd neemt de belangstelling voor de noodzaak en economische kansen van een circulaire economie snel toe.
Dat hoor en zie ik zelf van buitenlandse collega’s en vertegenwoordigers van bedrijven. Of kijk bijvoorbeeld naar de activiteiten van het Platform for Accelerating the Circular Economy, afgekort PACE.

Dit platform is opgericht door onder andere het World Economic Forum in Davos en de VN.

Het platform met ruim 40 circulaire koplopers, met landen waaronder Nederland uiteraard, bedrijven en NGO’s, is deze zomer naar ons land verhuisd en zetelt bij het World Resources Institute.

Daar ben ik trots op. En het zegt veel, zo niet alles, dat ze hier zijn gevestigd. Het mes snijdt namelijk aan 2 kanten.

Binnen het platform leren we van elkaar wat we al weten en kunnen op weg naar een economie zonder afval. Bovendien zit ons bedrijfsleven met z’n neus bovenop wereldwijde duurzame initiatieven op het terrein van financiering, publiek private samenwerking en het stimuleren van internationaal beleid voor de transitie naar de circulaire economie.

Waarom deze toenemende aandacht en vooral concrete acties? Is het maatschappelijk bewustzijn alleen? Zijn ze collectief onder de indruk van Greta Thunberg? Wat denkt u zelf?

Ik zie 3 dominante motieven.

Ten 1e neemt maatschappelijk bewustzijn wel degelijk toe. Ook de boardrooms zijn begaan met milieu en klimaat, en oké, daarbij worden ze wellicht ook wat opgejaagd door klanten, aandeelhouders, sollicitanten, media en misschien zelfs de politiek ;).

De 2e reden is meer pragmatisch en heeft alles te maken met bedrijfszekerheid op de lange termijn. Strategieën hangen vaak samen met vragen als:

Hebben we over 30-40 jaar nog voldoende grondstof voor onze producten?

Waar halen we straks de schaarse aardmetalen voor elektrische auto’s en mobieltjes op een duurzame en sociaal aanvaarbare manier vandaan.
Worden we tegen die tijd niet enorm belast door bijvoorbeeld een CO2-heffing?

Is het niet veel zekerder en goedkoper als we reststoffen kunnen hergebruiken? Levert dat niet een veel betere businesscase op?

Dat is een grote wending in het denken. En ere wie ere toekomt: dat gebeurt vooral dankzij de wetenschap, klimaatactivisten, andere maatschappelijke partijen en koploperbedrijven!  

Als laatste motief ga ik even terug naar Parijs 2015.
 
Het Klimaatakkoord.

Ik was erbij en voelde de magie van het moment. Heel begrijpelijk is dat Parijs nog wordt gedomineerd door de energietransitie. Steeds duidelijker wordt dat we onze klimaatdoelen niet halen zonder een slimmer grondstoffen beleid.

Er is net een nieuw rapport verschenen van de Ellen MacArthur Foundation. Daaruit blijkt dat we met hernieuwbare energie 55% van de CO2 doelen halen.

Maar hoe zit het dan met de andere 45%: die heeft alles te maken met de manier waarop we produceren en onze grondstoffen verbruiken.
Een meer circulaire economie maakt de puzzel compleet. Goed dus dat we beweging zien. Een verschuivende economische agenda. Nationaal en internationaal.

Van fixatie op groei tegen elke prijs naar duurzame groei. Van nu en ons, naar later en volgende generaties. Van lineair naar circulair.

Ook de financiële sector raakt steeds meer geïnteresseerd. Zoals Frank Elderson van de Nederlandse Bank zelf kernachtig zegt: All finance shall be sustainable – or there shall be no finance.

De Nederlandse Bank heeft in haar missie opgenomen dat ze zich sterk maakt voor financiële stabiliteit om daarmee bij te dragen aan een duurzame welvaart. Het kwartje is gevallen…of zoals Elderson zelf zegt: de goudstaaf. 13,5 kilo instant inzicht.

Dat geeft een flinke klap, en dat zie je terug. Het inzicht dat ze een lange-termijn-organisatie zijn en dat dit niet zonder duurzaamheid kan.
Niet alleen 2-zijdig printen en duurzaam katoen in bankbiljetten. Maar ze doen onderzoek naar duurzaam beleggen, onderzoek naar de klimaatbestendigheid van de financiële sector, onderzoek naar de duurzaamheid van de banken en agenderen dit internationaal.

Uit een stress test blijkt bijvoorbeeld dat een abrupte energietransitie tot stevige verliezen zou leiden voor de Nederlandse financiële sector. Financiële instellingen moeten deze risico’s inzien en beter beheersen.

Eigenlijk roept De Nederlandse Bank op duurzaamheid serieus te nemen. Dus niet alleen te kijken of er een trackrecord is met rendement uit het verleden, maar kijk ook waar het beleid en de maatschappij naar toe gaat.

Waar gaat het naar toe? Over die richting kan ik heel helder zijn.

Nederland is de weg ingeslagen naar een economie zonder verspilling en meer hergebruik van schaarse grondstoffen. Stap voor stap werken we toe naar volledig circulaire economie in 2050. In 2030 willen we al 50% minder grondstoffen gebruiken. Als 1 van de 1e landen hebben we kwantitatieve criteria opgenomen. De 5 belangrijkste sectoren van onze economie hebben zelf Transitieagenda’s opgesteld. Kunststofketen; Biomassa & voedsel; Consumptiegoederen; Maakindustrie; en de Bouw.  

Deze agenda’s markeren de fase van denken naar doen. Ze staan vol actiepunten.  

Wij willen bijvoorbeeld producenten meer verantwoordelijk maken voor het afval van hun product. Voor autowrakken is dit al ingeburgerd. Waarom niet voor kleding, meubels, wegwerpartikelen?

We willen toe naar een nieuwe norm voor design. Nederland is koploper in recycling van afval. Maar we kunnen nog veel winst halen door bij het design al na te denken over herbruikbaarheid van producten. Daarom wordt hergebruik dé norm voor het ontwerp. In het onderwijs komt meer aandacht voor circulaire economie.

De overheid gaat het inkoopbeleid veranderen. Uniformen van Defensie bijvoorbeeld worden na gebruik niet verbrand maar hergebruikt.

We werken aan regelgeving om ervoor te zorgen dat afval als grondstof kan dienen en niet de oven in moet, simpelweg omdat het in de regelgeving zo staat.

Bedrijven staan niet stil. We zien heel veel nieuwe kennis en combinaties opkomen.

Een start-up als Ioniqa heeft nieuwe technologie ontwikkeld om plastic te recyclen, niet tot bermpaaltjes, maar tot hoogwaardige grondstoffen. Het bedrijf is daarmee vorige maand uitgeroepen tot nationaal icoon! Ik ben er trots op dat ik in het kabinet benoemd ben tot ‘ambassadeur’ die dit bedrijf bijvoorbeeld in het buitenland verder op weg kan helpen.

Een ander voorbeeld uit de duizenden initiatieven. Er is nieuwe technologie om van oud beton nieuw beton te maken. Heel belangrijk want beton is het meest toegepaste materiaal met een grote CO2 impact.  

Er gebeurt veel.
Er zijn veel initiatieven en we kunnen dit ook uitdrukken in cijfers:

  • 85 .000 activiteiten.
  • Half miljoen banen
  • 1500 echt nieuwe initiatieven.

Waar het nu om gaat is dat we meer structuur en focus brengen in al die losse initiatieven. Daarom hebben we begin dit jaar een nieuw nationaal uitvoeringsprogramma vastgesteld met alle partijen, overheid, bedrijfsleven en wetenschap. En we willen meten hoe circulair onze economie is.

We zijn nu bezig om op de bestaande basis zoals het European Monitoring Framework en de Sustainable Development Goals een gloednieuw systeem te ontwikkelen met heldere criteria.

Waar mogelijk geven we bij dit alles een duw in de rug. Zo hebben we bijvoorbeeld met onder andere VNO-NCW, MKB Nederland, MVO Nederland en Nederland Circulair begin dit jaar een Versnellingshuis opgericht om bedrijven te helpen met hun businesscase en het ‘bankable’ maken van hun initiatieven.

Een divers team helpt bedrijven met vragen over kennis, netwerken, wet en regelgeving, en financiering. Ook start het versnellingshuis grote doorbraakprojecten, zoals chemische recycling en de zogeheten Dutch Circular Textile Valley, waarbij we door publiek private samenwerking de grote vraagstukken in de sector aanpakken. Kent u bedrijven die tegen vragen aanlopen bij het circulair maken van hun businesscase? Stuur ze door naar het Versnellingshuis!


Een ander voorbeeld is het plastic pact dat ik begin dit jaar heb afgesloten met 70 grote bedrijven, waaronder grote supermarktketens.

Met scherpe ambities:

  • In 2025 zijn bijvoorbeeld alle eenmalige plastic producten en verpakkingen van deze groep 100% recyclebaar.  
  • En minimaal 35% van hun producten is dan gerecycled plastic.

Het is een pact als een hefboom. Als iedereen naar elkaar kijkt dan gebeurt er niets. Er is nieuwe vraag nodig naar deze nieuwe producten van gerecyclede grondstoffen.

De overheid kan dit faciliteren door partijen bij elkaar te brengen en gezamenlijk ambities af te spreken en alle partijen hier ook aan houden!
Hefboomfunctie: met die term kom ik weer bij u terecht.

De pensioenfondsen kunnen het verschil maken. U heeft een enorm effect door duurzaamheid in uw strategie op te nemen. U trekt veel andere partijen mee. Graag hoor ik waar uw twijfels zitten.

We kunnen helpen met criteria voor wat circulair is, we kunnen helpen met contacten bij bedrijven met circulaire ambities. Maar ik wil de financiële sector ook graag uitdagen. Ik kan mij bijvoorbeeld heel goed voorstellen dat de sector zélf duurzame eisen gaat stellen aan investeringen, leningen aan of beleggingen in bepaalde bedrijven. Het momentum is nu!

Media-uitingen van met name grote banken over het belang dat zij hechten aan een circulaire economie geven aan dat de sector hier open voor staat. Ik roep de sector dan ook op het niet bij woorden te laten en deze om te zetten in daden.

Denk bijvoorbeeld aan een grondstoffenstrategie die investeerders aan bedrijven zouden kunnen vragen als voorwaarde voor investeringen. Ik nodig de sector uit daar verder over te praten!

Dames en heren,

Waar het om gaat is dat we een bepaalde richting in gaan. Dat we zekerheden inbouwen in onze economie op de lange termijn. Dat we ons minder afhankelijk maken van grondstoffen die we uit onze ene aardbol halen en dat we de waarde ervan zo lang mogelijk vasthouden.

Dat we ook toekomstige generaties in voldoende welvaart kunnen laten leven. Hoeveel meer urgentie wilt u hebben?

Er ligt een hele stevige basis. Een stabiele structuur. Het politiek draagvlak is er, er ligt een ambitieus programma, het urgentiegevoel is breed.

Ik kijk er zeer naar uit om met jullie grotere stappen te zetten naar een circulaire economie. Een economie die zekerheid biedt op de langere termijn.

Dat moet u toch aanspreken!

Kortom, ik reken op U!