Statement staatssecretaris Snel voorafgaand aan het aanbieden van zijn ontslag in de Tweede Kamer

Voorzitter,

Het debat van vandaag

2 weken geleden stonden we hier, ook in een ook voor mij, emotioneel debat over de kinderopvangtoeslag. In dat debat werd nog eens benoemd wat we inmiddels al wisten: dat veel niet goed is gegaan en dat gewone burgers, de dupe zijn geworden van een toeslagensysteem met op hol geslagen fraude aanpak zonder menselijke maat in de uitvoering. De commissie Donner noemde het terecht “institutionele vooringenomenheid” waarbij onschuldige ouders werden platgewalst door hun eigen overheid. Ik heb mij daar als staatssecretaris al paar keer vanuit mijn hart excuses voor aangeboden. 

De aanleiding waarom we hier vandaag staan zo kort na het vorige debat is het toezenden van zwartgelakte dossiers aan ouders door de Belastingdienst. Ik heb in de brief die ik gisteren aan u heb gestuurd aangegeven dat ik er met even veel ongemak naar heb gekeken als uw Kamer. Voordat de dossiers werden verstuurd had ingezien moeten worden dat het sturen van ordners vol met deels gelakte dossiers zonder verdere begeleiding niet behulpzaam is als je juist wil beginnen met openheid van zaken te geven. 
Ook heb ik al uw vragen nog beantwoord, inclusief uw vragen over de rappelbrief die vanochtend naar uw kamer is verstuurd.

Al met al, helaas een typisch voorbeeld van een situatie waarin de Belastingdienst weer veel te legalistisch handelt. Daar moeten we nu echt van af!

Erkenning caf 11 ouders is het begin

In korte tijd terugdraaien van 10 jaar toeslagenpraktijk kan ik niet. En de ellende die ouders is overkomen dus ook niet. Wel kan ik proberen met diverse acties en maatregelen proberen om de fouten uit het verleden nog een beetje te compenseren. Voor wat betreft de ouders in de CAF 11 zaak ben ik blij dat ik hen in ieder geval, naast mijn oprechte persoonlijke excuses, ook de erkenning heb kunnen geven dat ze jarenlang onterecht als fraudeur zijn behandeld. Ik weet dat veel ouders dat erg belangrijk vinden en dat begrijp ik goed.

En ook ben ik blij dat we deze week eindelijk zijn begonnen met het uitbetalen van financiële tegemoetkoming. En dat we bij het bekijken van de dossiers van ouders waarvoor nog onduidelijkheid bestaan, de ouders actief zullen benaderen om naast hen te gaan zitten om hun vragen te beantwoorden.

Maar ik weet ook: Dit is pas het begin, het is goed mogelijk dat in januari zal blijken dat nog veel meer ouders ook recht hebben op compensatie en dat velen hun complete dossiers ook zullen willen inzien. 

We zijn er op het ministerie en bij de belastingdienst dag en nacht aan de slag om deze hele omslag te begeleiden. Dat is ook broodnodig en heeft tot de dag van vandaag mijn hoogste prioriteit.

Maar ik realiseer me ook dat we nu in korte termijn proberen goed te maken wat in de afgelopen 10 jaar is fout gegaan. Ook het herstel zal een lastige hobbelige weg blijken, daarvan ben ik overtuigd.

Daarom moet de organisatie van de belastingdienst anders

Ook de cultuurverandering bij de belastingdienst zal een hobbelige weg blijken. Maar misschien is dat nog wel het allerbelangrijkste onderdeel om ervoor te zorgen dat we niet nog een keer in deze situatie terecht zullen komen. 

Het is immens belangrijk om een lerende organisatie te worden. Elkaar op fouten durven aanspreken zonder dat het onveilig wordt, in de wetenschap dat er in grote organisaties altijd fouten gemaakt worden. Een organisatie als de Belastingdienst veranderen is alleen mogelijk als er binnen en buiten de organisatie ruimte is voor fouten. 

Om toe te kunnen groeien naar een organisatie waarin bij de uitvoering minder legalistisch is en er meer ruimte is voor de menselijke maat. En dat geldt in belangrijke mate vooral ook wanneer het om kwetsbare groepen gaat, zoals bij Toeslagen. 

Daarom heb ik het onderzoek gestart naar de vraag hoe we de belastingdienst anders organiseren, bijvoorbeeld door Toeslagen los te knippen. Ik denk dat het destijds onderbrengen Toeslagen bij de belastingdienst ongelukkig is en dat we dat anders moeten gaan doen. 

Ook heb ik inmiddels de opdracht gegeven een omvangrijke nieuwe projectorganisatie in te richten, die met en naast de mensen de zaken uit het verleden afhandelt. 

Mijn verwachting is dat we hier de komende jaren honderden mensen te werk moeten gaan stellen, waarbij onze speciale aandacht uitgaat naar mensen met ervaring in de hulp- en dienstverlening.

Zodat ik in ieder geval met een geruster hart kan beweren dat ik bij mijn vertrek de Belastingdienst in een betere toestand kan achterlaten dan dat ik hem heb aangetroffen 

U voelt al een beetje aan waar ik naar toe wil voorzitter,

Het toeslagsysteem moet anders

Waar we ook van af moeten is het bestaande toeslagenstelsel met een meedogenloos alles of niets karakter, dat we nu ruim een decennium gebruiken. We zullen het stelsel moeten veranderen om de problemen waar we nu tegen aan lopen te kunnen voorkomen. Te beginnen bij het inregelen van een proportionele benadering.

Het toeslagen systeem heeft zijn langste tijd gehad. Het bedenken van een beter systeem zal niet makkelijk zijn, maar is wel nodig.

Er is nog zo veel te doen...

Naast alle problemen mbt waar in zojuist over sprak, blijft er nog ongelooflijk veel werk te verzetten de komende jaren, op het terrein van het toeslagenstelsel, de eigen cultuurverandering met ruimte voor menselijke maat, het werken aan de oplossingen voor de enorme ICT-problemen bij de Belastingdienst, het toewerken naar van een nieuw en simpeler belastingstelsel, naar een CO2 belasting, de invoering van de vliegbelasting, het aanpakken van belastingontwijking en ga zo maar door. 

En dat voorzitter, kan ik alleen maar doen wetende dat ik kan steunen op het volste vertrouwen van een zo groot mogelijk deel van uw Kamer. Omdat we weten dat er nog incidenten zullen komen, we zullen tegen nieuwe problemen zullen aanlopen en de problemen bij de uitvoering hardnekkiger zullen zijn dan ik hoop en wil. 

Er moet ook politiek ruimte blijven om fouten te maken, want echt, die zullen gaan komen.

En hier begint de schoen te wringen voorzitter. Kijk, ik wil graag politieke verantwoordelijkheid nemen door met hart en ziel, eer en geweten en met volle ene/

rgie te blijven werken aan de oplossing voor de getroffen ouders. 

Maar op het moment dat de steun van uw Kamer afneemt en uw kamer begint te twijfelen of ik nog wel een deel van de oplossing ben, kan ik niet anders dan op een andere manier mijn politieke verantwoordelijkheid nemen. En dat is door af te treden. En dat moment is nu aangebroken voorzitter. 

Ik zal vanmiddag dus de Koning verzoeken mij ontslag te verlenen.

Maar Voorzitter, ik heb dit eervolle maar ook intensieve werk met veel liefde en met volle inzet gedaan. Ik vind het belangrijk dat ik, na de instemming gisteren van het Belastingplan pakket 2020 in de Eerste Kamer, 3 omvangrijke belastingplan pakketten door het parlement heb kunnen loodsen met daarin vele belangrijke maatregelen.

Maatregelen waarmee we belastingontwijking en -ontduiking kunnen aanpakken. Zodat ook de grote internationale bedrijven, meebetalen aan onze samenleving en daar transparant in zijn.

Aan de ‘tafels’ van het klimaatakkoord is bijgedragen met belastingmaatregelen om onze Nederlandse samenleving te verduurzamen. En een groep Europese landen klaar lijkt om een Europese vliegbelasting te omarmen.

Vorig jaar zei ik: “Toen ik aan deze baan begon, had ik het vaste voornemen om het op mijn eigen manier te doen, door te zijn wie ik ben. Ik wil niet een politicus zijn die op elke golf van publieke verontwaardiging of applaus meelift.” Vandaag kan ik zeggen dat ik trouw ben gebleven aan mezelf. Ik wens iedere politicus toe dat hij of zij dat ook tegen zichzelf kan zeggen wanneer het einde daar is.

Kortom, ik vond het een eervolle taak om ruim 2 jaar de functie van staatssecretaris van Financien te mogen vervullen. Vandaag komt daar een einde aan.

Dank u wel Voorzitter.