Toespraak minister-president Rutte tijdens Veteranendag 2021

Toespraak van minister-president Mark Rutte bij de start van de Nederlandse Veteranendag op 26 juni 2021.

Majesteit,
Ridder Militaire Willemsorde,
Dames en heren,
Maar bovenal: veteranen – want dit is uw dag.

En ik hoop dat u dat ook vandaag weer zo beleeft, ondanks  deze tweede Veteranendag in coronatijd. Voor de 2e keer op fysieke afstand van elkaar.

Als vaste bezoeker van Veteranendag realiseer ik me heel goed hoe ongelooflijk lastig dat is. Want het zijn niet de officiële speeches of de formele ceremonies die het hart vormen van deze dag. Natuurlijk, ook die zijn belangrijk, als moment om onze erkenning en grote dankbaarheid uit te spreken in uw richting.

Maar de diepere betekenis van Veteranendag zit ergens anders in. Die zit in de ontmoeting en de vriendschap tussen kameraden van vroeger. In dat gevoel van herkenning tussen oude en jonge generaties veteranen, omdat leeftijdsverschillen wegvallen door gedeelde ervaringen.

En het zit vooral in het aan 1 woord genoeg hebben, met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij. Niks hoeven uit te leggen en toch elkaar begrijpen - dat is zo belangrijk.

Gelukkig ziet het er naar uit dat u elkaar volgend jaar weer in het echt kunt ontmoeten op het Malieveld. Want daar klopt het echte hart van Veteranendag. 

Een man die er dan helaas niet meer bij zal zijn, is Paul Moerman, die in december jongstleden overleed als oudste Nederlandse veteraan uit de Tweede Wereldoorlog. Een dag na zijn 104e verjaardag.

Hij diende tijdens de Duitse inval bij de grenadiers en maakte op 10 mei 1940 de legendarische slag om Ypenburg mee. Het vliegveld moest worden heroverd op de Duitsers. En dat lukte, maar wat was de prijs hoog. Bijna 100 Nederlandse militairen lieten die dag het leven op Ypenburg. Daaronder 12 jonge mannen uit de compagnie van Paul Moerman. De ‘dag der verschrikking’  en ‘een horrorfilm’ noemde hij het later. Een film die gedurende zijn lange leven regelmatig in zijn dromen aan hem voorbij bleef trekken.

Op Veteranendag en bij andere officiële gelegenheden droeg Paul Moerman steeds zijn kepi, het herkenbare hoofddeksel van de grenadiers. Maar hij droeg om zijn nek ook altijd een lijst met daarop de namen van zijn overleden kameraden. Die mochten niet vergeten worden, vond hij. En daarmee toonde hij kameraadschap – over de dood heen.

We hebben net in de indrukwekkende getuigenis van Luuk Elshout gehoord hoe diep dat zit ingebakken bij alle militairen en hoe oneindig ver dat gaat. ‘Gelukkig bestaat ons bedrijf uit kameraadschap’, hoorden we Luuk zeggen. Kernachtiger kan het niet worden verwoord. En dat – ik zeg het hem na – maakt Defensie inderdaad  zo ‘ontiegelijk mooi’.

Maar ook ontiegelijk belangrijk voor ons allemaal. Want zoals Paul Moerman ooit zei: ‘Vrede is een wankele muur, die moet worden ondersteund.’ Met andere woorden: vrede is niet vanzelfsprekend. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. En u, veteranen, u hebt zich daar ergens op de wereld en ergens in onze geschiedenis of in het hier en nu voor ingezet. En daar kunnen we u niet genoeg voor bedanken.

Dat doen we op Veteranendag.

Daarom draag ik de witte anjer.

Daarom is er vandaag deze bijeenkomst.

En daarom willen we allemaal zo graag volgend jaar weer een normale veteranendag. Want dit is uw dag.

Dank u wel.