Persconferentie na ministerraad 21 december 2018

Minister-president Rutte:

Ja, goedemiddag allemaal, inderdaad. Dat was de laatste ministerraad van 2018. Volgens mij kunnen we het jaar mooi afsluiten. Het is overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen gelukt om een belangrijke stap te zetten richting een klimaatakkoord. Het was een flinke klus. Het gaat om een breed scala aan voorstellen, die doorwerken op heel veel terreinen. Mijn waardering is groot voor de inzet van meer dan 100 deelnemers. En ook voor alle deelnemende partijen. Grote waardering voor die inzet. Helaas kan niet iedereen zich in dit stadium in alle voorstellen vinden of zich daarachter scharen. Maar ik ben er van overtuigd dat wij de komende tijd kunnen werken aan een pad naar het halveren, bijna halveren van de CO2-uitstoot met ook een perspectief van de 55 procent uit het regeerakkoord. En dat is ook nodig. Dat is nodig vanwege de situatie met het klimaat op onze aarde, de situatie met het klimaat in Nederland, de problemen ook met fijnstof. Dat is nog even los van de CO2-uitstoot, wat voor sommigen een al wat abstract begrip blijft, de hele opwarming is natuurlijk ook direct het acute probleem van de luchtkwaliteit en de leefkwaliteit van ons land, dus daarom van groot belang dat we dit doen. Maar ook de enorme kansen die er liggen voor onze economie, innovatie, dat we voorop lopen als land. En dat we naast water en voedsel, en daar zijn we al de nummer één in de wereld waar je ook komt, ook nummer één worden als het gaat om het aanpakken van de klimaatverandering. Dus zowel die doelen dichterbij brengen. Nederland heeft daar een ambitieus doel gezet. Wij trekken met de Fransen op om het Europese doel verder te verhogen. En wij zijn bezig om nu stap voor stap ook voor Nederland die doelen in te vullen met concrete maatregelen en dit is een belangrijke stap. Eric Wiebes zal die gemaakte afspraken zometeen hier in ontvangst nemen, dan gaat het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau gaat alles doorrekenen en op basis daarvan zal het kabinet, want dan is het ook echt aan de politiek uiteindelijk, wij zullen dan echt ook tot definitieve besluiten moeten komen volgend jaar.

Twee uitgangspunten zijn daarbij voor ons heel erg belangrijk. In de eerste plaats de haalbaarheid uiteraard van de plannen, dus: kan het allemaal? Maar ook de betaalbaarheid: kan de samenleving dat als geheel meemaken? Doen we het op een slimme manier? Grijpen we aan op beslismomenten die mensen in hun leven toch al hebben als de auto moet worden vervangen of wanneer de verwarmingsketel moet worden vervangen. Maar bijvoorbeeld ook: kunnen we het zo vormgeven dat we, als het gaat om een nationale omgeving op gang brengen om de transitie vorm te geven, dat we dat ook zoveel mogelijk gecoördineerd met elkaar doen. Want uiteindelijk is het van belang dat we uiteraard in deze samenleving groot draagvlak hebben voor het aanpakken van de problemen van de klimaatverandering. Maar tegelijkertijd het ook op een manier doen dat we er rekening mee houden dat de samenleving dat ook over een breed front kan meemaken.

Dan was er deze week overleg met sociale partners. Wouter Koolmees had dat en dat heeft tot een mooi resultaat geleid. U heeft daar gisteren ook over bericht in veel kranten en radio- en tv-programma’s. En twee belangrijke zaken, ik wil de hier kort noemen: Met de werkgeversorganisaties over loondoorbetaling bij ziekte. En met de vakbonden is afgesproken dat het kabinet afziet van strengere regels bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid in de WIA. En daarmee wordt ook tegemoet gekomen aan wensen die ook breed in de Tweede Kamer leven, ook zichtbaar geworden, hoorbaar geworden bij de Algemene Beschouwingen in september.

Dan: economisch sluiten we het jaar goed af. De Nederlandse economie groeit voor het vierde jaar op rij aanzienlijk harder dan het gemiddelde van de Eurozone en ook harder dan de buurlanden. Dat is ook volgend jaar het geval blijkt uit de laatste berekeningen van het Centraal Planbureau. De werkloosheid is voor het eerst lager dan vlak voor de crisis in 2008. De arbeidsparticipatie is gestegen met 68,4 procent en dat is het hoogste niveau sinds we zijn gaan meten, begin jaren vijftig. De bedoeling is nu dat mensen dat ook in de portemonnee ervaren, die economische voorspoed. En dan zullen veel mensen die dit horen denken: nou, laat dat eerst maar zien. Nou, terecht. Dus dat moet dan ook blijken in januari bij de loonstrookjes. Maar ik beweer dat niet, de onafhankelijke rekenmeesters zeggen dat veruit de meeste werknemers dat zullen merken in 2019 op het loonstrookje. Dat de koopkracht toeneemt, en in die koopkrachtcijfers zijn verwerkt de effecten van de stijgende zorgpremie, de effecten van de stijgende energielasten en de effecten van de hogere prijs van de spullen die we kopen bij de supermarkt. Dus die zitten allemaal verwerkt in die koopkrachtcijfers en dat leidt nog steeds tot een koopkrachtstijging van gemiddeld 1,6 procent en voor de middengroepen, een tot twee keer modaal, ligt dat zelfs nog een stuk hoger. Maar nogmaals, ik begrijp onmiddellijk als iedereen zegt: laat het eerst maar eens zien. We willen het ook nog even voelen. En dat moet dan volgend jaar gebeuren. 

Tegelijkertijd ook risico’s voor de economie op de iets middellange termijn: Brexit, uiteraard het risico ook van internationale handelsconflicten. In beide dossiers is Nederland zeer actief betrokken om die in goede banen te helpen leiden. Maar dat kunnen we natuurlijk niet in ons eentje. Maar niettemin denk ik dat er reden is om met enig optimisme en vertrouwen te kijken naar 2019. Maar voor we daar zijn, en daar ben ik zelf ook wel blij om, even vrij. En ik wens dan ook iedereen goede kerstdagen en een heel gelukkig nieuwjaar. Een heel gelukkig en gezond 2019.

Zie ook