GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE EN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER WETENSCHAPPELIJKE SAMENWERKING IN HET RUSSISCHE ARCTISCHE GEBIED EN HET BESLECHTEN VAN EEN GESCHIL

De Russische Federatie en het Koninkrijk der Nederlanden wensen hun steun voor gezamenlijke Russisch-Nederlandse wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten in het Russische Arctische gebied, waar tevens gezamenlijke expedities onder kunnen worden verstaan, uit te breiden en hebben hiervoor bijkomende financiële middelen beschikbaar gemaakt.
 

De Russische Federatie en het Koninkrijk der Nederlanden zijn tevens tot de volledige en finale regeling gekomen van iedere en alle wederzijdse vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met  gebeurtenissen die op enigerlei wijze gekoppeld zijn aan de aanwezigheid van de “Arctic Sunrise”, de “Ladoga” en het “Prirazlomnaya”-platform in september 2013 in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) van de Russische Federatie.

Deze Overeenkomst, die een voorbeeld is van een minnelijke schikking van geschillen waarvan de nadere gegevens vertrouwelijk blijven, is bereikt op basis van de volgende gedeelde uitgangspunten:

  • Tussen beide landen worden vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking onderhouden en verder ontwikkeld in de geest van het Handvest van de Verenigde Naties alsmede het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982,
  • Bij het uitoefenen van de vrijheid van scheepvaart in de EEZ houdt een vlaggenstaat terdege rekening met de rechten en plichten van een kuststaat waaronder de soevereine rechten over zijn natuurlijke hulpbronnen en met betrekking tot kunstmatige installaties in de EEZ of op het continentaal plat,
  • Bij de uitoefening van zijn rechten en het vervullen van zijn plichten in de EEZ, houdt een kuststaat terdege rekening met de rechten en plichten van een vlaggenstaat met betrekking tot vaartuigen die zijn vlag voeren en varen in de EEZ en de respectieve vrijheden, waaronder de vrijheid van scheepvaart,
  • De erkenning van de rechten verband houdend met vreedzaam protest dat op zee wordt uitgeoefend overeenkomstig algemeen aanvaarde internationale regels, procedures en praktijken, waaronder resoluties van de Internationale Maritieme Organisatie,

 De erkenning dat terwijl de Internationale Maritieme Organisatie de rechten en plichten bevestigt die betrekking hebben op legitieme en vreedzame vormen van protestacties op zee, deze geen acties goedkeurt waarbij opzettelijk mensenlevens, het mariene milieu of eigendommen in gevaar worden gebracht,

  • Het belang om ervoor te zorgen dat protestacties op zee: (i) niet in strijd zijn met de wetgeving van de kuststaat vastgesteld in overeenstemming met het internationale recht; (ii) mensenlevens, het mariene milieu en eigendommen niet in gevaar brengen; en (iii) essentiële activiteiten niet vertragen of verstoren,
  • Hoewel een kuststaat enige mate van overlast van protestacties op zee zou moeten tolereren, heeft deze het recht om maatregelen te treffen ter voorkoming van of als reactie op, waaronder indien noodzakelijk vervolging, acties die niet voldoen aan de in de voorgaande alinea vermelde eisen, rekening houdend met de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat ter zake,
  • Dergelijke maatregen ter voorkoming of bij wijze van reactie, waaronder indien noodzakelijk vervolging, dienen te voldoen aan de toetsen van redelijkheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit, waaronder de geldende internationale standaarden inzake mensenrechten,
  • Een vlaggenstaat dient, ter nakoming van zijn verantwoordelijkheid om rechtsmacht en toezicht doeltreffend uit te oefenen, de noodzakelijke maatregelen te treffen, waaronder bestuursrechtelijke maatregelen, om ervoor te zorgen dat vaartuigen die zijn vlag voeren niet betrokken zijn bij activiteiten die de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat krachtens internationaal recht ondermijnen,

De schikking tussen de Russische Federatie en het Koninkrijk der Nederlanden laat onverlet hun rechtsposities in het vermelde geval of in andere zaken.