‘Daders in Syrië moeten verantwoording afleggen voor de verschrikkingen die zij hebben veroorzaakt’

Nederland heeft Syrië aansprakelijk gesteld voor grove mensenrechtenschendingen. Het gehele proces kan nog lang duren, maar er wordt een belangrijk signaal afgegeven. Beleidsmedewerker Nynke Staal is direct betrokken bij de zaak. ‘Al is de weg nog zo lang, wij gaan door.’

Nynke Staal
Nynke Staal

‘Vandaag organiseert minister Blok tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een bijeenkomst – een flagship event - over ‘accountability’ voor Syrië, specifiek over de misdrijven begaan door het regime. Ik ben heel blij dat Nederland dit onderwerp hoog op de internationale agenda houdt.

De afgelopen jaren zijn er 200.000 , en volgens sommige bronnen nog veel meer, Syrische burgers omgekomen door het conflict. Velen zijn gemarteld, verdwenen of op de vlucht geslagen. Dat het conflict nu al bijna 9,5 jaar duurt is bijna niet te bevatten. Voor de slachtoffers is gerechtigheid enorm belangrijk.

Nederland zet zich wereldwijd in voor de bescherming en bevordering van mensenrechten en de strijd tegen straffeloosheid. Wij vinden het belangrijk dat daders verantwoording moeten afleggen voor de misdrijven die zij hebben gepleegd. Dat noemen we accountability. Daarom heeft Nederland deze stap genomen om Syrië aansprakelijk te stellen, een proces dat kan eindigen bij het Internationaal Gerechtshof, als we er via onderhandelingen en arbitrage niet uitkomen .’

Assad vervolgen

‘Het vervolgen van Assad en zijn medestanders voelt als de meest logische stap als je de daders in Syrië voor de rechter wil brengen. De route via het Internationaal Strafhof, waar individuen strafrechtelijk worden vervolgd, is echter afgesloten. Rusland heeft hiervoor zijn veto ingezet in de VN-Veiligheidsraad.

Dan moet je een andere manier bedenken om de daders ter verantwoording te roepen. Staten kunnen elkaar aansprakelijk stellen, en het internationaal recht biedt verschillende mogelijkheden om dit te doen. Een staat aansprakelijk stellen voor schending van het verdrag tegen foltering kan in drie stappen: onderhandeling, arbitrage en uiteindelijk het Internationaal Gerechtshof. Van deze manier maakt Nederland nu gebruik om gerechtigheid te krijgen voor de slachtoffers.’

Minister Blok in de studio tijdens de AVVN bijeenkomst over Syrie
Minister Blok in de studio tijdens de AVVN

Bewijzen

‘Om personen te vervolgen of staten aansprakelijk te stellen, heb je natuurlijk bewijzen nodig. Er zijn verschillende organisaties die bewijs verzamelen van de misdrijven begaan in Syrië. Eén daarvan is de VN-organisatie, het International Impartial and Independent Mechanism for Syria. De Syrië-bewijzenbank zoals we ze in het Nederlands noemen. Zij verzamelen gigantische hoeveelheden bewijs. Je hebt het echt over terabytes aan informatie. Er zijn namelijk in al die jaren in Syrië heel veel mensen en organisaties die bewijs hebben vergaard, zoals bijvoorbeeld over martelingen in Syrische gevangenissen. Het IIIM verzamelt dit bewijs allemaal op één plek, analyseert deze informatie en bereidt strafdossiers voor.

Het wordt hoe dan ook een zaak van de lange adem, al is de aansprakelijkstelling ook al een belangrijk signaal. Stapsgewijs werken we toe naar ons doel. De eerste vraag is of Syrië zal reageren op onze diplomatieke nota, een zogeheten Note Verbale. Daarin staat dat Syrië aansprakelijk is voor het schenden van mensenrechten. Als ze ingaan op de onderhandelingen zullen we met een team van ons en een team van hun bijeen komen in een derde land. Reageert Syrië niet, dan is arbitrage de volgende stap. Als we er op deze manier ook niet uitkomen, dan is de laatste stap het Internationaal Gerechtshof.’

Doorgaan

Zelf ben ik nu drie jaar bezig met dit onderwerp. Ik heb veel gewerkt met de bewijzenbank Syrië, en samen met de Zwitsers een proces opgezet tussen Syrische organisaties en de bewijzenbank. Het contact met al deze mensen doet wel iets met je.

Veel van de mensen die voor Syrische NGO’s werken zijn gevlucht omdat ze de meest vreselijke dingen hebben meegemaakt. Ze zijn zelf gemarteld of familieleden kwijtgeraakt. Ze hebben alles moeten achterlaten, maar zetten zich nu in voor gerechtigheid en de belangen van de Syrische gemeenschap. Ik weet hoeveel deze stap voor hun betekent, en denkend aan deze mensen, ben ik heel blij dat Nederland dit doet. Al is de weg nog lang, wij gaan door.’