Rijststroproject India: Van CO2-uitstoot naar keukenblad

Ministeries

In India mag je als rijstboer niet je akker in brand steken om zo ruimte te maken voor het nieuwe zaaigoed. Toch gebeurt het massaal, met luchtvervuiling in steden als New Delhi tot gevolg. Kan Nederland helpen dit probleem op te lossen? Mike van den Hof en Koos van Eyk denken van wel. Zij werken met veel andere partners aan nieuwe toepassingen voor het stro dat overblijft na de rijstoogst.

Vergroot afbeelding Droog veld met brandend stro
Het verbranden van rijststro zorgt voor enorme luchtvervuiling

‘We hebben het in India over 36,5 miljoen ton dat wordt verbrand per jaar, Met een CO2-uitstoot van 54 miljoen ton. Dat is gelijk aan een derde van de hele Nederlandse uitstoot. Schiphol meegerekend’, schetst Mike van den Hof. Hij werkt voor ECOR, een van de partners in het ‘burning to buying’ samenwerkingsverband van Nederlandse bedrijven en overheidsorganisaties. Dat samenwerkingsverband onderzoekt de mogelijke toepassingen van rijststro in hele brede zin.

Verdiepen in probleem

Van den Hof hoorde voor het eerst van het rijststroprobleem toen hij namens MVO Nederland betrokken was bij ‘Future proof community’, een soort marktplaats voor problemen en oplossingen op het terrein van duurzaamheid. Hij besloot zich terug te trekken uit het platform en zijn tanden te zetten in de verbranding van rijststro. ‘Door hier een oplossing voor te vinden, kon ik echt een enorme bijdrage leveren. En een oplossing begint met het goed onderzoeken van het probleem.’

Enorme impact

De grote gezondheidsschade van de CO2-uitstoot door de rijststroverbranding was bekend. Net als de overlast door smog in de grote steden. Maar verder onderzoek door te praten met honderden boeren bracht ook de randverschijnselen goed in kaart, vertelt Van den Hof. ‘Zo’n vuur dat aangestoken wordt om het stro te verbranden, houdt niet op bij de grenzen van het terrein. Dat gaat naar het terrein van de buurman. Naar zijn kippenfarm. Naar zijn huis.’

Vergroot afbeelding Twee mannen op veld met droge halmen
Indiase boeren op hun akker, tussen het overgebleven rijststro

Niet verbranden maar kopen

Van den Hof zag ook: Boeren staan met de rug tegen de muur. ‘Ze moeten snel handelen om op tijd weer te kunnen zaaien. En rijststro weg laten halen kost veel geld. Als we willen dat mensen stoppen met verbranden, moeten we een goed alternatief bieden.’ De slogan is simpel: niet verbranden, maar kopen. Zorgen dat je het restproduct echt circulair maakt door het op zo’n manier te verwerken dat je het kunt blijven inzetten – dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Krachten bundelen

Het is wel iets waar juist Nederland goed in is, schetst Koos van Eyk van NL works. En waar voor Nederlandse bedrijven dus kansen liggen – op verschillende terreinen. NL works is mede opgericht met steun van Buitenlandse Zaken om Nederlandse bedrijven op weg te helpen in opkomende landen. Voor het omzetten van rijststro in meubelpanelen, waar Van den Hof’s ECOR zich op heeft gestort, heeft NL Works een zogeheten consortium opgezet. Datzelfde gebeurt nu voor bedrijven in verpakkingsmaterialen, energie en compost; allemaal mogelijke toepassingen voor het stro. In zo’n consortium bundelen bedrijven en overheidsorganisaties hun krachten om een ingewikkelde markt te kunnen veroveren.  

Vergroot afbeelding Groepje mannen poseert in fabriekshal
Mike van den Hof, Koos van Eijk en Indiase medewerkers van de eerste panelenfabriek

Vijftig fabrieken?

ECOR kijkt inmiddels met hulp van NL Works en de ambassade in Delhi of de Indiase overheid financieel kan bijdragen aan een eerste lokale fabriek. Zodat het rijststro ter plekke in meubelpanelen kan worden verwerkt. Een meerjarenplan ligt ook al klaar. ‘Om dit project succesvol te maken moeten we ambitieus worden. Indiërs gaan pas merken dat de lucht schoner wordt als er 50 fabrieken staan,’ schetst Van Eyk. Hij steunt de bedrijven in het consortium bij het zoeken naar investeerders. Het ‘overheidskeurmerk’ dat daar mee gepaard gaat, helpt in de gesprekken, merkt Van den Hof. ‘Het is echt niet zo dat iedereen meteen ja zegt. Maar je zit wel als gelijkwaardige partners aan tafel.’

Corona

Eerst maar eens die eerste fabriek in India. Want wanneer die opent durven beiden niet te voorspellen. Van den Hof: ‘Ik weet nog niet welke klappen investeerders hebben gekregen door corona. Ik hoop dat ik over een half jaar naar India kan om te kijken hoe alles ervoor staat en de stukken op te rapen. Heel onzeker allemaal. Maar ik wil ook niet over 3 jaar pas gaan kijken of we de fabriek op kunnen zetten. Daarvoor is de potentiële milieuwinst te groot.’

De wereld opruimen

‘Natuurlijk levert het maken van de panelen iets aan uitstoot op. Maar het voorkomen van de verbranding weegt daar dubbel en dwars tegenop’, volgens Van den Hof. Ondanks dat de panelen qua prijs nog niet kunnen concurreren met MDF hebben zich al zo’n vijftig meubelzaken en keukenzaken aangesloten. Zij zien ook de potentie van klimaatpositieve producten. En dat eerste tastbare klimaatpositieve product is dichtbij. Eind dit jaar wordt het rijststro van 500 boeren naar Nederland vervoerd om er producten van te maken. In welke vorm het uiteindelijk van de band rolt is nog niet bekend. Maar of het nu een keukenkastje, een bureau, een deur of een tafelblad wordt – je kunt het gerust kopen, volgens Van den Hof. ‘Je ruimt er sowieso de wereld mee op’.