Ministeries

Duurzame kleding: ook dat is het terrein van Buitenlandse Zaken

Wat hebben de internationale Fashion Weeks te maken met Buitenlandse Zaken? Meer dan je denkt! Wereldwijd helpen Nederlandse ambassades bij de verduurzaming van de kledingindustrie. Zo stimuleert het consulaat-generaal in modestad Milaan het verwerken van sinaasappelschillen tot stoffen en helpt de ambassade in Dhaka 338 kledingfabrieken in Bangladesh met het verminderen van waterverbruik.

Better work Bangladesh
Beeld: ©Better Work Bangladesh / Better Work Bangladesh

1. Wat ambassades in modehoofdsteden doen

Steden als Parijs en Milaan staan bekend om mode. De Nederlandse ambassades en consulaten in deze landen laten zien waar Nederland sterk in is: het ontwikkelen van nieuwe materialen en design. Het Nederlandse consulaat-generaal in Milaan probeert Italiaanse textielbedrijven te koppelen aan Nederlandse ontwerpers, zodat ondernemers in beide landen elkaar kunnen aanvullen op het gebied van ondernemersgeest, kwaliteit en ambacht. Waar Italië een lange traditie kent op het gebied van prachtige stoffen, staan Nederlandse ontwerpers bekend om hun creativiteit.  

Het consulaat-generaal in Milaan zorgt ervoor dat Nederlandse ontwerpers een platform krijgen op belangrijke Milanese modebeurzen, in de hoop dat dat meer business oplevert voor Nederlandse ondernemers. Maar dan wel op een maatschappelijk verantwoorde manier, want dat vindt Nederland belangrijk. In samenwerking met een Italiaanse partner organiseert het consulaat-generaal masterclasses ‘Out of Fashion’ over ethisch en verantwoord ondernemen in de kledingindustrie. In de tweede helft van maart 2021 volgt er een webinar over Duurzame mode en textiel. 
 

Stoffen uit sinaasappelschillen
Ook interessant: de ontwikkeling van nieuwe, natuurlijke grondstoffen is in opkomst in Italië. Het bedrijf Orange Fiber maakt bijvoorbeeld nieuwe stoffen uit sinaasappelschillen. En in het Como-district, de zijdestreek, combineren jonge ondernemers de oude zijdetraditie met de duurzaamheidswensen van nu. Het bedrijf Nido di Seta in Zuid-Italië heeft het hele zijdeproces in eigen hand: van de zorg voor de moerbeiplanten en de zijderupsen tot het spinnen van zijdedraad. Lokale ambachtslieden kleuren de draad met natuurlijke kleurstoffen uit de regio, zoals grapefruit, rode ui en wortel.

Tijdens de handelsmissie naar Italië was te zien hoe Italiaanse textiel en Nederlandse vormgeving samenkomen. Minister Kaag bracht een digitaal bezoek aan Prato, de textielregio in Toscane waar sinds decennia ook oude kleding wordt gerecycled. De minister mocht een jas dragen van gerecyclede grondstoffen – een mooi voorbeeld van een samenwerking tussen een Italiaanse duurzame textielproducent en een Nederlandse ontwerper.

Better Work Bangladesh
Beeld: ©Better Work Bangladesh / Better Work Bangladesh

2. Wat ambassades doen in de landen waar onze kleding vandaan komt

Op kledinglabels zie je vaak dezelfde landen terugkomen. In die landen zetten de ambassades zich in voor eerlijker loon en betere werkomstandigheden. Bijvoorbeeld in Bangladesh. De Nederlandse ambassade in Dhaka maakt zich hard voor betere werkomstandigheden in de fabrieken, met name voor vrouwen. En samen met International Labour Organisation (ILO), International Finance Corporation en andere gelijkgestemde donoren neemt de Nederlandse ambassade deel aan het Better work programm. Dit programma probeert de arbeidsomstandigheden en -rechten van 600.000 fabrieksmedewerkers te verbeteren. Denk aan het recht op vakbondsvereniging en het volgen van cursussen om vaardigheden te verbeteren.

‘De lonen zijn iets omhoog gegaan, maar de leefomstandigheden in de sloppenwijken – waar de meeste fabrieksarbeiders wonen - zijn nog steeds erbarmelijk’, vertelt Mahjabeen Quader, senior beleidsadviseur op de Nederlandse ambassade in Dhaka. Mahjabeen houdt zich bezig met het verduurzamen van de textielindustrie. Ze ziet dat de COVID-19 pandemie de situatie heeft verergerd. Door het sluiten van kledingwinkels in Europa werden veel orders geannuleerd en waren de fabrieken maandenlang gesloten. ‘Gelukkig konden sommige fabrieken inspringen op de nieuwe vraag naar beschermingsmateriaal en mondmaskers. Maar de worsteling is nog lang niet voorbij.’    

Zuinig omspringen met water
Daarnaast kampt Bangladesh met de gevolgen van klimaatverandering. Naast overstromingen komen periodes van droogte steeds vaker voor. ‘Langzaam maar zeker beseffen Bengalen dat we zuinig moeten omspringen met water’, vertelt Mahjabeen. ‘Aangezien meer dan 80 procent van de export bestaat uit de export van kleding, kunnen we veel verschil maken als de kledingfabrieken minder water en stroom verbruiken.’

Partnership for cleaner textiles (PaCT) richt zich op het verkleinen van de negatieve impact die de fabrieken op het milieu hebben. ‘Met dank aan Nederlandse ondersteuning reduceren we het water- en energieverbruik. Soms kan dit door goedkope, simpele veranderingen door te voeren in processen of door aanpassing van huishoudelijke zaken. Soms zijn er investeringen nodig, bijvoorbeeld in nieuwe apparaten of kranen.’

Inmiddels hielp PaCT meer dan 338 fabrieken met het verminderen van hun watergebruik, waardoor er jaarlijks 25 miljoen m3 water wordt bespaard. Ook wordt er 21 miljoen m3 minder afvalwater geloosd. De fabrieken besparen jaarlijks 2,5 miljoen MWh aan stroom en stoten 489,796 ton minder CO2 uit.

Kledingfabriek India
Beeld: ©Fair Wear / Fair Wear

3. Wat het ministerie in Den Haag doet

De wereldwijde productieketen veranderen, kan het ministerie niet alleen. In 2016 werden er in het Convenant Duurzame Kleding en Textiel afspraken op papier gezet over maatschappelijk verantwoord ondernemen in de textielsector. Het convenant brengt bedrijven, brancheverenigingen, vakbonden, ngo’s en de overheid samen met als doel het bevorderen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in de kleding- en textielketen. Dit komt onder meer tot uitvoering in collectieve projecten op het gebied van leefbaar loon, vrijheid van vakvereniging, productieomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid. De Sociaal-Economische Raad (SER) faciliteert deze multi-stakeholder samenwerking, geeft advies en beoordeelt jaarlijks de bedrijven op hun plannen van aanpak volgens de richtlijnen van de OESO en de Verenigde Naties voor due diligence.

Sinds 2016 geeft het ministerie subsidie aan Fair Wear voor een strategisch partnerschap. Samen met BZ, CNV International en Mondiaal FNV werkt deze organisatie aan het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de mode-industrie. Lotte Schuurman, communicatiemedewerker van Fair Wear: ‘Elk jaar publiceren wij een rapport: welke zaken zijn verbeterd in de kledingfabrieken en welke stappen moet een bedrijf nog zetten?’

Inmiddels zijn 140 Modemerken uit heel Europa aangesloten bij Fair Wear. Fair Wear beoordeelt de arbeidsomstandigheden van de fabrieksarbeiders op acht verschillende punten: een leefbaar loon, geen excessieve overuren, een gezonde en veilige werkplek, de vrijheid van vakvereniging, het bestaan van wettige arbeidsovereenkomsten en er mag geen kinderarbeid, dwangarbeid, discriminatie of seksuele intimidatie plaatsvinden.

Om de werkomstandigheden in de kledingindustrie te veranderen, zijn vele partijen nodig: overheden, vakbonden, fabrieken en kledingmerken. Maar ook de consument kan een steentje bijdragen. Lotte: ‘Stel vragen in de winkels. Waar wordt de kleding gemaakt, door wie en onder welke omstandigheden?’ Daarnaast adviseert Lotte om kleding te kopen van goede kwaliteit. ‘Waardeer je kleding: besef dat er mensenwerk achter elk kledingstuk zit. Was de kleding volgens de voorschrift, zodat het lang meegaat. En ken je eigen stijl, zodat je geen miskopen doet.’