Ministeries

Amsterdamse KLABU maakt sport toegankelijk in vluchtelingenkampen

Jan van Hövell richt met zijn Amsterdamse humanitaire sportmerk KLABU sportclubs op in vluchtelingenkampen. KLABU betekent ‘club’ in het Swahili en wordt gerund door de lokale gemeenschap. Het eerste project in Kenia is inmiddels gelanceerd. In samenwerking met voetbalclub Paris Saint-Germain wordt nu gewerkt aan een sportclub in Bangladesh. De ambitie is om binnen tien jaar wereldwijd 500.000 vluchtelingen aan het sporten en spelen te krijgen. ‘Er zijn mensen met een lichamelijke beperking die graag langskomen om te schaken of om met elkaar te praten. Dat is niet iets wat vanzelfsprekend is in zo’n kamp.’

Beeld: ©KLABU / KLABU
Clubhuis en sportbibliotheek in Kalobeyei, Kenia

Het idee is ontstaan toen Jan als stagiair voor de UNHCR werkte in vluchtelingenkamp Buduburam, Ghana. ‘Tijdens mijn stage zag ik hoeveel jonge mensen en hoe weinig mogelijkheden er in het vluchtelingenkamp waren. Tegelijkertijd was er veel talent en potentie aanwezig.’

KLABU richt zich op de basis die nodig is om te sporten. Volgens Jan zijn er veel organisaties die programma’s hebben lopen. Dit noemt hij de software. Maar wat vaak ontbreekt is de basis om te sporten, de hardware, zoals voetballen, schoenen en sportkleding met lange mouwen voor moslimmeisjes. Daar heeft KLABU een oplossing voor bedacht: een sportbibliotheek die wordt gerund door de lokale gemeenschap. 

Daaromheen wordt een clubhuis gebouwd met een eigen naam en identiteit waar mensen samenkomen. De kern is de sportbibliotheek, maar daarnaast kunnen mensen daar ook terecht voor elektriciteit, wifi, om sportwedstrijden te kijken op de televisie en sinds kort: voor muziek en om te dansen.

De sporten die aangeboden worden, hangen af van de lokale populariteit. ‘We passen aan naar de vraag’, vertelt Jan. In Kenia was er bijvoorbeeld vraag onder de meisjes om yoga te doen. In het kamp is er nu iemand uit Uganda die yogalessen gaat verzorgen. ‘We willen ons niet vastbinden aan een sport, maar kijken waar behoefte aan is en waarmee we verschil kunnen maken.’

Beeld: ©KLABU / KLABU
Nancy en haar team, gevlucht uit Zuid-Soedan, in kleding van KLABU

In zo’n kamp zijn vaak veel verschillende nationaliteiten te vinden. Dat zijn volgens Jan mensen die niet noodzakelijkerwijs graag met elkaar in een kamp zouden willen zitten. Juist door te sporten leren zij elkaar kennen en ontstaan er vriendschappen. Er is een grote vraag naar simpele afleiding, maar daar zijn weinig mogelijkheden voor. ‘Je woont daar in een soort niemandsland waar niet gewerkt mag worden. Dan verval je, zeker als jongere, snel in dingen waar je niet in wil zitten. Die negativiteit wordt doorbroken door te sporten’, vervolgt hij. ‘Er was een jongen die mij vertelde: als ik sport, dan ben ik daarna lekker moe en minder bezig met na te denken over alle moeilijke dingen in het leven.’ 

De club die KLABU bouwt is meer dan alleen om te sporten. Het is ook een zeldzame, positieve plek in een vluchtelingenkamp die mensen bij elkaar brengt. ‘Er zijn mensen met een lichamelijke beperking die graag langskomen om te schaken of om met elkaar te praten. KLABU zorgt dus ook los van sport voor veel vreugde in de community. Dat is niet iets wat vanzelfsprekend is in zo’n kamp, waar weinig initiatieven verder gaan dan het hoogst nodige om te kunnen overleven.’

In Kenia is het grootste gedeelte van de bevolking jonger dan 18 jaar. In dat vluchtelingenkamp verblijven bijna 40.000 mensen. Je ziet overal om je heen kinderen. KLABU richt zich voornamelijk op jongens en meisjes tot 25 jaar. Volgens Jan blijft het een uitdaging om in sommige landen meisjes mee te laten doen. ‘Daarom meten we welke wensen er zijn en hoe we daarop kunnen inspelen.' 

Beeld: ©KLABU / KLABU
Jan van Hövell, oprichter van KLABU

Lokale samenwerking

Het eerste project is gelanceerd in Kalobeyei. Dat ligt in het noorden van Kenia, tegen de grens van Oeganda en Zuid-Sudan. Nu gaat KLABU in samenwerking met voetbalclub Paris Saint-Germain, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de Bangladeshi ngo Friendship naar Cox’s Bazar in Bangladesh, het grootste vluchtelingenkamp ter wereld.

Daarnaast is KLABU nu een project aan het opzetten met het Nederlandse Movement on the ground in Lesbos, Griekenland. De ambitie is om de komende tien jaren nog eens 30 clubhuizen op te zetten wereldwijd, eerst in vluchtelingenkampen en daarna waar dan ook sport kan bijdragen aan een betere toekomst, zoals in sloppenwijken. Ook in Nederland heeft KLABU inmiddels een sportprogramma voor vluchtelingen en ongedocumenteerden. 

Jan probeert met KLABU zo veel mogelijk lokaal te doen en te kopen. Ze krijgen ook veel gesponsord. ‘We werken nauw samen met de VN en UNHCR. Zij openen de deuren naar het vluchtelingenkamp voor ons. Wat bijzonder is, is dat wij rechtstreeks werken met de vluchtelingen in het kamp. Zij hebben ook de leiding over de club, het is hun KLABU.’

KLABU ondersteunt dat financieel, maar helpt hen ook om hun eigen businessmodel te creëren. Zo worden zij op termijn onafhankelijk, beheren zij hun community en genereren zij hun eigen inkomsten. ‘Dat maakt het speciaal: zij doen het zelf. En wij helpen.’

Beeld: ©KLABU / KLABU
Voetbalteams in Kalobeyei spelen in kleding van KLABU

Businessmodel

Jan zag al gauw in dat hij als stichting afhankelijk zou zijn van donaties. Om onafhankelijker te worden was eigen omzet nodig. Daarin zag hij een kans om sportkleding te ontwerpen die allereerst een verschil maakt in de vluchtelingenkampen, maar ook kan worden verkocht aan de rest van de wereld. ‘Wij zijn een stichting die de projecten uitvoert in de kampen, maar we hebben ook een sociale onderneming die de sportkleding creëert. Van de winst gaat 50% naar de stichting en de andere 50% wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van de business om zo ook impact te laten groeien.’

Zo zou KLABU op de lange termijn helemaal onafhankelijk van donaties kunnen worden. Op dit moment zijn sponsors en donateurs nog essentieel, zoals voetbalclub Paris Saint-Germain en andere supporters waaronder Wilde Ganzen, Rabo Foundation en Stichting DOEN. Opbrengsten uit de kledingverkoop helpen de clubs in stand te houden. ‘Daar is ons merk op gebaseerd: doordat jij iets bij ons koopt, kunnen vluchtelingen bij onze clubs sporten.’