Ministeries

Zweden en Nederland: samen innoveren

Met zijn aanstelling als de Nederlandse ambassadeur in Zweden keert Bengt van Loosdrecht terug naar het land van zijn moeder. Zweden heeft veel meer ruimte en natuur dan Nederland en de mensen zijn rustiger, beleefder, vindt hij. Al zijn er ook overeenkomsten. ‘Zweden en Nederland zijn allebei vernieuwers. Als ambassadeur zie ik het als mijn missie om de knappe koppen uit beide landen bij elkaar brengen om de grote uitdagingen van onze tijd aan te gaan.’

Ambassadeur Van Loosdrecht.

Na een carrière die hem naar Kigali, New York, New Delhi, Hanoi en Addis Abeba bracht, kwam Bengt van Loosdrecht weer thuis in Stockholm. Zijn moeder was Zweedse, hij brengt alle zomers door in het land en hij heeft meer familie in Zweden dan in Nederland. Al woont zijn gezin, met kinderen van 17 en 19, wel in Nederland. ‘Natuurlijk is dat moeilijk. Maar een loopbaan bij Buitenlandse Zaken is soms lastig te verenigen met opleidingen van opgroeiende kinderen. Stockholm is gelukkig niet ver van Nederland.’

Wat ervaart u als een groot verschil tussen Zweden en Nederland?

‘Ruimte en natuur zijn er hier in overvloed, dat is een groot verschil met Nederland waar we geen echte natuur hebben. Dat heeft ook zijn invloed op de mentaliteit van de mensen. Zweden zijn rustiger en beleefder dan Nederlanders. Ze zijn voorzichtiger met elkaar in de omgang; je hoort niet direct te zeggen wat je denkt. Zweden hebben nog meer dan wij een neiging tot consensus. Ik vind dat prettig, maar het heeft natuurlijk ook nadelen, namelijk dat het vaak even duurt voordat een probleem bespreekbaar is.’

‘Er zijn meer overeenkomsten: we hebben vergelijkbare protestantse waarden. Zweden is nummer één in de wereld als het gaat om innovatie, Nederland staat op de vijfde plaats. Op dat vlak vinden we en versterken we elkaar.’

‘Het eerste jaar was best stil en eenzaam voor mij als ambassadeur.’

Hoe was uw start in Zweden tijdens de corona-pandemie in 2020?

‘Het eerste jaar was best stil en eenzaam voor mij als ambassadeur. Zweden heeft geen lockdowns gehad, winkels en restaurants bleven gewoon open en er was geen mondkapjesplicht. Maar bijeenkomsten waren meestal online of in omvang beperkt. Het werk bij ons op de ambassade ging door, maar ik ben blij dat na een jaar fysieke bijeenkomsten eenvoudiger werden.’

U bent drietalig opgevoed – Zweeds, Frans en Nederlands. Welke taal staat het dichtst bij u?

‘Ik zie het zo, dat ik drie verschillende persoonlijkheden in mij heb. Zodra ik van Nederlands overschakel naar Frans of Zweeds verander ik van persoonlijkheid. Als ik Frans spreek ben ik ook echt meer Zuid-Europees in mijn doen en laten. En de Noord-Europeaan in mij komt vanzelf boven als ik Zweeds spreek. Ik vind dat heel leuk. Het is sowieso ontzettend verrijkend om in verschillende landen te wonen en je te verdiepen in verschillen in taal en gebruiken. Je gaat meer twijfelen aan bepaalde opvattingen en omgangsvormen in Nederland en daarmee open je je voor andere ideeën. Dat maakt je flexibeler.’

‘Het belangrijkste onderwerp is in Zweden momenteel de dreiging vanuit Rusland. In de media gaat het bijna nergens anders over.’

Op welke thema’s werken Zweden en Nederland samen?

‘Het belangrijkste onderwerp hier is momenteel de dreiging vanuit Rusland. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne bestaat hier de vrees dat Rusland ook Scandinavië zal binnenvallen. In de media gaat het bijna nergens anders meer over. Zweden en Finland hebben nu allebei lidmaatschap aangevraagd van de Navo. Die discussie volgen we hier nauwlettend.’

‘Daarnaast is economische diplomatie een van mijn belangrijkste taken. Zoals ik al zei zijn Zweden en Nederland enorm innovatieve landen, bijvoorbeeld als het gaat om duurzame energie. Zweden produceert  bijvoorbeeld staal met behulp van waterstof, wat een enorme CO2-vermindering betekent. We werken samen op het gebied van groene energie, artificiële intelligentie, digitale transitie en life sciences. Zweden en Nederland leveren ook veel machines  aan elkaar, maar ik hoop dat dat verschuift naar meer duurzame apparatuur.’

Wat wilt u bereiken als ambassadeur in Zweden?

‘Ik zie het als mijn opdracht om de knappe koppen uit Zweden en Nederland bij elkaar te brengen om oplossingen te vinden voor de grote problemen van deze tijd. Zweden is een land met veel ingenieurs. Wat ze hier veel doen is samenwerken als overheid met bedrijfsleven en kennisinstellingen in science parken. Die partijen werken samen en gunnen elkaar ook iets. Daar ontstaan mooie dingen. Ik heb het gevoel dat Nederland hiervan kan leren.’

‘Recent hadden we een bijeenkomst over laadpaleninfrastructuur voor elektrisch vervoer. Nederland is hier ver in. Dat was een heel druk bezocht seminar op de ambassade. Een ander voorbeeld is een grote bouwbeurs in Stockholm waar dertien bedrijven uit Nederland zich presenteerden met nieuwe duurzame bouwmaterialen. Zweden wil de komende jaren veel woningen bouwen, vooral in het hoge noorden en die woningen moeten duurzaam worden gebouwd.’

Bengt van Loosdrecht (tweede van rechts) tijdens een werkbezoek aan een Zweeds bedrijf. Naast hem burgemeester Koen Schuiling van Groningen.

Hoe ontspant u na een drukke werkdag?

‘Ik fiets veel. Binnen een kwartiertje fietsen zit ik in een uitgestrekt natuurgebied buiten Stockholm. Daarnaast fotografeer ik graag. Ik heb ooit de Ecole Nationale de la Photographie in Arles afgerond. Daarna heb ik kort als assistent gewerkt van een fotograaf in Parijs. De Franse overheid had toen een project met veel topfotografen, om alle Franse landschappen, stedelijk en natuurlijk in kaart te brengen.’

‘Fotografie is nog steeds mijn creatieve uitlaatklep. Aan het begin van de corona-pandemie woonde ik nog in Ethiopië. Het hele leven viel stil door de pandemie. Ik ben toen mijzelf gaan fotograferen in de uitgestorven ambassade. Die zelfportretten heb ik gebundeld in een boekje. Dat was erg snel uitverkocht. Kennelijk herkenden mensen zich in het gevoel van eenzaamheid en afgesnedenheid van het bestaan.’

Waar wilt u het liefste wonen na uw pensionering, in Nederland of in Zweden?

‘Haha zo ver is het zeker nog niet! Wie weet waar mijn loopbaan me nog zal brengen. Ik denk weleens aan het tweede couplet van het Zweedse volkslied: ‘ik wil leven, ik wil sterven in het noorden’. Die zin kan ik voelen. Ik denk dat je daarmee mijn antwoord hebt.’