Ministerie van Defensie

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Hillen: Defensieplannen beter afstemmen op NAVO

Internationale samenwerking moet structureel worden opgenomen in de afzonderlijke defensieplannen van NAVO-landen. Minister Hans Hillen hield hiervoor gisteren een pleidooi tijdens de tweedaagse NAVO-top in Chicago. Met name bij grote materieelprojecten moet altijd worden gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden.

Als voorbeeld noemde Hillen het overleg met zijn Noorse en Belgische collega’s over de aanschaf, opleiding en onderhoud van de F-35, de mogelijke opvolger van het F-16-gevechtsvliegtuig. Ook pleitte Hillen voor het afstemmen van bezuinigingen met de partnerlanden en, nog belangrijker, op de wereldwijde veiligheidssituatie. Dat betekent niet dat landen hun regeerakkoorden eerst aan de NAVO-bondgenoten moeten voorleggen. 'Daar pleit ik niet voor', aldus Hillen, 'maar wel voor een duidelijker bewustzijn, dat geen enkel land zijn bonen alleen kan doppen.'

Handzaam overzicht

Landen nemen nu zelfstandig besluiten, zonder duidelijk rekening te houden met de behoeften en tekorten van de NAVO. Hillen opperde dan ook dat de NAVO een handzaam overzicht opstelt van de grootste tekorten  en overschotten en dat de organisatie onderling overleg over defensieplannen mogelijk maakt.

Onbemande vliegtuigen

Een van de meest dringende tekorten is de capaciteit om bij missies zoals rond Libië, een helder beeld van de situatie op de grond te krijgen. Deze zogenoemde Air Ground Surveillance kan worden verkregen met onbemande vliegtuigen, maar geen enkel Europees land kan dit systeem in zijn eentje veroorloven.

Aan het einde van de dag ondertekenden 13 NAVO-partners een overeenkomst voor de gezamenlijke aanschaf van 5 onbemande Global Hawks. Ook de operationele inzet en het onderhoud komt uit de gemeenschappelijke NAVO-begroting. Nederland heeft als voorwaarde gesteld dat eenzelfde constructie wordt gehanteerd als voor de AWACS-vloot, radarvliegtuigen die door 17 NAVO-landen worden geëxploiteerd. Vanaf ongeveer 2016 worden de inzet- en onderhoudskosten van deze vloot ook door alle NAVO-landen gedragen.

De Rijksoverheid. Voor Nederland