Innovatieve bedrijven en slimme concepten, daar moeten wij het van hebben

Wat is het belang van investeren in innovatie? Wat is de relatie tussen innovatie en de coronacrisis? En hoe ziet de toekomst voor Nederland er op dit gebied uit? Michiel Sweers, directeur Innovatie & Kennis bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, vertelt.

©EZK

Het belang van investeren in innovatie

"Innovatie is van groot belang omdat nieuwe technologieën, nieuwe producten en nieuwe ideeën de economie van de toekomst zijn. Dus onze economische groei wordt in een heel belangrijke mate bepaald door hoe innovatief we met z’n allen zijn. Daarnaast weten we dat we met een aantal maatschappelijke vraagstukken te maken hebben die we niet gaan oplossen met de kennis en technologie van vandaag.

Neem de pandemie. De enige manier hoe we hieruit komen is met een vaccin dat nog niet bestond; een goed voorbeeld van hoe hard innovatie nodig is om een maatschappelijk probleem op te lossen. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en energie of voedsel. Maar díe mate van innovatie komt niet vanzelf tot stand, daar is een overheid voor nodig. Een overheid die subsidie geeft én partijen bij elkaar brengt: wetenschappers met het bedrijfsleven, mensen uit het ziekenhuis met mensen op de universiteit, Nederlandse wetenschappers met buitenlandse wetenschappers et cetera.

Je hebt ontmoetingen en gesprekken nodig om tot innovatie te komen op de maatschappelijke vraagstukken en dat stimuleren we vanuit de Rijksoverheid op allerlei manieren. Daarnaast geven we ook richting aan dat proces, onder andere binnen het missiegedreven innovatiebeleid: het innovatiebeleid dat gericht is op maatschappelijke vraagstukken."

"Innovatie is hard nodig om maatschappelijke problemen op te lossen"

©EZK

Relatie tussen innovatie en de coronacrisis

"In de eerste plaats hebben we heel specifiek een aantal financiële faciliteiten opgetuigd die gericht zijn op kwetsbare start-ups en scale-ups. Dus kleine en jonge ondernemingen met goede ideeën, maar nog zonder omzet. Daarvoor zijn er heel gericht een aantal fondsen gecreëerd om te zorgen dat die bedrijven bezig kunnen blijven met het innovatieproces waar ze in zitten.

Daarnaast hebben we een regeling opgetuigd die specifiek is gericht op R&D-bedrijven in de mobiliteitssectoren. Dat gaat onder andere over luchtvaart, automotive en de maritieme sector, omdat die het echt heel moeilijk hebben. En omdat juist die sectoren een enorme veranderslag moeten doormaken naar volledige digitalisering en verduurzaming.

Daar komt nog bij dat veel van die bedrijven onderdeel zijn van grote internationale concerns, neem bijvoorbeeld DAF (onderdeel van Paccar) en Fokker (onderdeel van GKN). Die grote internationale concerns zijn zich nu aan het herinrichten. Wat je ziet is dat andere landen, bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk, fondsen ter beschikking hebben gesteld voor R&D-projecten. Wat je wil voorkomen is dat de top van die grote bedrijven de innovatieve activiteiten uit Nederland weg wil halen omdat het klimaat hier minder aantrekkelijk is."

De toekomst

“We kunnen het ons niet permitteren om aan de zijlijn te staan”

©EZK

"Wat voor de crisis waar was, is na de crisis zo mogelijk nog meer waar: we gaan in Nederland niet ons geld verdienen omdat we lage lonen hebben. We gaan ook niet ons geld verdienen omdat we veel grond tot onze beschikking hebben. Of doordat we veel natuurlijke energiebronnen hebben. Wij moeten het hebben van slimme concepten en innovatieve bedrijven, dat is de basis van onze economie.

En dus moeten we daar koploper in willen zijn. In veel opzichten zijn we dat ook wel, als je kijkt naar rankings over patenten, wetenschappelijke publicaties of arbeidsproductiviteit scoren we best hoog. Maar er zijn ook dingen waar we minder goed in zijn. We zijn best zuinig, de R&D-investeringen liggen in Nederland relatief laag. Landen als Zweden, Duitsland, Zuid-Korea en Taiwan investeren daar veel meer in. Daar moeten we als Nederland dus over nadenken.

En we moeten ons de vraag stellen of we in dezelfde mate afhankelijk willen blijven van het buitenland, met name van niet-Europese landen. Je ziet daar gelukkig wel toenemend discussie over ontstaan. Dat gaat dan over chips, over grondstoffen, over medicijnen. Veel landen zijn zich hiervoor nu opnieuw aan het oriënteren op een Europese samenwerking en op Europese investeringen.

Nederland móet daarbij aanhaken, want we kunnen het ons niet permitteren om aan de zijlijn te staan. Dan zouden we namelijk verdienvermogen mislopen én komt de nieuwe ASML straks bijvoorbeeld uit Stockholm."