Toespraak van minister Hoekstra bij Accountantsdag 2018

Minister Hoekstra (Financiën) sprak tijdens de Accountantsdag van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) op woensdag 21 november 2018 in de RAI in Amsterdam. Hij sprak over de instelling van een onafhankelijke commissie die onderzoek zal doen of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van wettelijke accountantscontroles in Nederland te verbeteren.

Dames en heren, ik weet niet of het zonnig was, die dag in april, 350 jaar geleden. De dag waarop het Britse Rijk aankondigde dat testamenten, handelscontracten en huwelijken vanaf dat moment ongeldig waren zonder handtekening. Maar ongeacht het weer: het was een zonnige dag voor de wereld. De handtekening betekende een reuzenstap voor eigendomsrechten en de handel. Een reuzenstap dus voor de economische ontwikkeling.

Dat is nogal wat voor een krabbel, want dat is het in mijn geval. Dat is nogal wat voor een krabbel waarvoor nog altijd geen juridische eisen zijn. Iedereen mag zijn eigen persoonlijke invulling geven aan de handtekening. Maar de onderliggende boodschap is altijd hetzelfde, namelijk: dit is feitelijk juist en zoals bedoeld, naar mijn beste eer en geweten. Ruim drieënhalve eeuw later geldt die boodschap wereldwijd nog steeds. In de marketing, op diploma’s en onder contracten.

Al is de wereld in die 350 jaar ingrijpend veranderd, het principe van de handtekening is nog steeds hetzelfde. Een handtekening boezemt vertrouwen in. Een handtekening weerspiegelt reputaties, in de eerste plaats van degene die zelf ondertekend heeft. Dames en heren, uw reputatie is uw verdienmodel. Uw handtekening is onontbeerlijk in de huidige wereld van het bedrijfsleven. En juist daarom moet uw sector extra zuinig zijn op de handtekening. Dat is cruciaal.

En dames en heren, als u niet cruciaal zou zijn dan was ik ook vandaag niet hier. De accountancysector is onmisbaar voor onze economie. Ik spreek als minister regelmatig met accountants en mensen die de sector goed kennen. En eerlijk is eerlijk, in die gesprekken krijg regelmatig te horen dat de sector een spiegel nodig heeft. Ook van een aantal mensen die vandaag in de zaal zitten. Blijft u rustig zitten, ik zal ze niet bij naam noemen. Een spiegel om jezelf eens goed in de ogen te kijken. Om te kijken of je de dingen die je doet, ook goed doet. En precies daar bestaan ook bij een aantal van u zorgen over.

En natuurlijk, de goeden niet te na gesproken. Ongetwijfeld zitten er onder u velen in de zaal die zich kunnen scharen onder die goeden. Die elke dag met de juiste motieven aan het werk gaan. Maar er is toch ook alle reden voor de spiegel die ik noemde. In het verleden is het namelijk te vaak fout gegaan. Te vaak stond de beroepsgroep in een negatief daglicht. Te vaak stonden accountants in het beklaagdenbankje. En te vaak gaf de rechter de eiser gelijk.

Ik hoef de namen van Imtech en Vestia niet te noemen. En natuurlijk kennen de fouten die zijn gemaakt vele vaders. Maar de rol van de accountants kunnen en mogen we niet negeren. Burgers, bedrijven en de politiek moeten op basis van de handtekening van een accountant kunnen vertrouwen op de financiële degelijkheid en de deugdelijkheid van een instelling. Het oordeel van de accountant moet zekerheid toevoegen aan jaarstukken. Dat publieke belang moet altijd voorop staan.

Dames en heren, de sector zelf heeft 4 jaar geleden de handschoen opgenomen om de kwaliteit van de wettelijke controles fundamenteel te verbeteren. Aan de hand van 53 verbetervoorstellen. Dat was een stap in de goede richting. En u heeft de afgelopen tijd ook verbeteringen doorgevoerd. Bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, gedrag en cultuur in de sector. Er is meer bespreekbaar geworden op de werkvloer. Het is acceptabel om meer tijd te nemen voor een controle. Dat zijn allemaal goede stappen. Maar tegelijkertijd staat de kwaliteit nog steeds onder druk.
Zo zijn er de afgelopen jaren accountantsverklaringen afgegeven, die op basis van de beschikbare controle-informatie niet afgegeven hadden mogen worden. En te vaak lijkt het commerciële belang te prevaleren boven het publieke belang. Dat mag wat mij betreft nooit het geval zijn.

Er moet dus meer gebeuren, en ook de snelheid van de hervormingen moet omhoog. Want een groot deel van de onderzochte controles van de big four waren in 2017 nog steeds onvoldoende. En er is meer visie en daadkracht nodig om verkeerde prikkels in het verdienmodel aan te pakken.

Dat zijn geen willekeurige observaties van mijzelf. Het is te lezen in recente rapporten van de AFM en de Monitoringcommissie Accountancy. En vandaag verschijnt er opnieuw een rapport van de AFM, waarin de kwetsbaarheden in de structuur van de sector verkend en benoemd worden. Merel van Vroonhoven zal dit straks hier bij u verder toelichten.

Dames en heren, laten we realistisch zijn. 4 jaar is een lange tijd. 4 jaar was voor Nokia genoeg om van wereldmarktleider te vervallen tot verliesgevend bedrijf. De afgelopen 4 jaar is het Nederlands elftal vervallen van een wereldelftal tot een kwakkelend team, en inmiddels volgens sommigen weer terug in de richting van de wereldtop op basis van de laatste wedstrijden tegen Duitsland en Frankrijk. 4 jaar is de maximale termijn die een kabinet in Nederland gegund is om tot daden te komen. Er zijn er zelfs die 4 jaar wat dat betreft ondraaglijk lang vinden. 4 jaar is lang en in 4 jaar kan en moet er ook veel gebeuren. En daarom mag van de accountantssector in 4 jaar tijd ook meer verwacht worden dan wat we hebben gezien.

En nogmaals, de goeden niet te na gesproken. Ook in deze zaal zitten veel accountants die dag in dag uit waarheidsgetrouwe controlerapportages schrijven. Ik vond ook de berichten in het Financieele Dagblad eerder deze maand over jonge accountants die de cultuur in de accountancy willen veranderen, bemoedigend. Maar het is, ook als ik dat allemaal bij elkaar neem, niet goed genoeg.

Het wordt uiteindelijk een van 2 smaken: óf meer zelfsturing óf meer regelgeving. En de sector krijgt niet nogmaals 4 jaar de tijd.

Daarom gaat het kabinet in het hier en nu aan de slag met vervolgstappen. Er komt op korte termijn een onafhankelijke commissie die onderzoekt of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om juist de kwaliteit van de wettelijke controles te verbeteren. De commissie zal daarbij ook expliciet kijken naar mogelijke ingrepen in de structuur en de verdienmodellen van de accountantsorganisaties. We zijn momenteel bezig met het benoemen van de voorzitter.

Uiteindelijk zal ik met de conclusies van deze onafhankelijke commissie in de hand, én met de nieuwste bevindingen van de Autoriteit Financiële Markten én het laatste verslag van de Monitoringscommissie Accountancy, de balans opmaken. En eerlijk is eerlijk, in de tussenliggende periode hoop ik dat u, dat de sector niet stil zit.

Wat verwacht ik nu van u en uw vakgenoten? Dat komt niet toevallig overeen met wat de samenleving van een accountant mag verwachten. En met wat elke Nederlander en elke ondernemer mag verwachten als hij of zij een accountant inhuurt. De samenleving mag verwachten dat het publieke belang altijd voorrang krijgt op ieder ander belang, de samenleving mag verwachten dat een handtekening gelijk staat aan vertrouwen, en de samenleving mag verwachten dat u uw handtekening alleen zet als u staat voor uw oordeel. Ik verwacht kortom dat u onberispelijk werk levert, dat u uw beroepseer hoog houdt en dat u uw cruciale rol in onze economie met verve vervult.

Dames en heren, tenslotte heb ik nog een verzoek. Een verzoek dat ik vaker doe. Zowel intern als extern, zowel nationaal als internationaal, in samenwerking met staatsdeelnemingen, in dialoog met banken en met verzekeraars, met mijn medewerkers en ik zou het ook met de accountants willen doen. Het verzoek is als volgt. Als er zaken zijn in de sector die u op het spoor komt, waarvan u vindt dat die niet deugen, die beter kunnen of dat die mijn aandacht vergen, dan wil ik dat u zich bij mij of bij mijn ministerie meldt. En vanzelfsprekend bij voorkeur vooraf, en niet pas als het kalf verdronken is.

Dames en heren, zoals gezegd, ik weet dat er velen in de zaal zitten die elke dag werken voor het publieke belang en zich inzetten voor het versterken van vertrouwen in de sector. Ik ben daar blij om, en ik hoop dat juist ook zij het voortouw zullen nemen bij de hervormingen die nog steeds nodig zijn. Of u nu aan het begin van uw carrière staat, of al een tijdje bezig bent. Of u nog in de collegebanken zit, of al richting de pensioenleeftijd gaat: ik heb vandaag voor u allemaal dezelfde oproep. Blijf elkaar bevragen. Wees kritisch op ongeschreven gewoontes en gebruiken, wees kritisch op gedrag en cultuur op de werkvloer. En denk aan die spiegel. Met die kritische blik naar uzelf en uw omgeving bouwt u aan het vertrouwen in de professionaliteit en reputatie van uw beroepsgroep. En daarmee aan het vertrouwen in uw handtekening onder de stukken.

Dank u wel!