Meer aandacht voor risico’s op witwassen en financieren van terrorisme

Banken, financiële ondernemingen en verschillende andere beroepsgroepen moeten meer aandacht besteden aan de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme. Deze instellingen, waartoe bijvoorbeeld ook trustkantoren, advocaten, notarissen, accountants en makelaars behoren, worden verplicht om de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme in kaart te brengen en om beleid en procedures te ontwikkelen om deze risico’s te beheersen.

Dat staat in het wetsvoorstel van de ministers Dijsselbloem (Financiën) en Blok (Veiligheid en Justitie) ter implementatie van de 4e Europese anti-witwasrichtlijn, dat vandaag bij de Tweede Kamer is ingediend. Het wetsvoorstel zet de afspraken in de 4e anti-witwasrichtlijn om in Nederlandse wetgeving. Hiermee worden de bestaande regels die moeten voorkomen dat het financieel stelsel wordt gebruikt voor witwassen en financieren van terrorisme aangevuld. Dit leidt in Nederland hoofdzakelijk tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

De twee belangrijkste verplichtingen in de Wwft blijven bestaan. Het gaat om de verplichting voor financiële ondernemingen om cliëntenonderzoek te verrichten en de verplichting om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financiële inlichtingen eenheid.

Instellingen moeten onder de nieuwe wetgeving hun cliëntenonderzoek meer dan voorheen afstemmen op de risico’s van de cliënt, hun producten of diensten en de landen waarin de instelling werkzaam is. Dit kan betekenen dat een instelling meer informatie moet verzamelen, voordat haar diensten aan de cliënt kunnen worden geleverd.

Binnen de nieuwe wetgeving kunnen financiële ondernemingen en trustkantoren bij overtreding van de Wwft ook hogere boetes krijgen dan nu. Het maximum boetebedrag wordt verhoogd van 4 naar 5 miljoen euro. Ernstige overtredingen kunnen bovendien bestraft worden met een omzetgerelateerde boete.

Het wetsvoorstel geeft tot slot uitvoering aan de Europese verordening die regelt dat geldovermakingen volledig traceerbaar moeten zijn. Dit is een belangrijk hulpmiddel bij het voorkomen, opsporen en onderzoeken van witwassen en financieren van terrorisme.