Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Schultz: OESO-rapport bevestigt noodzaak wake up call waterrisico’s

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu geeft later dit voorjaar de aftrap voor een nieuwe aanpak voor publiekscommunicatie om Nederlanders bewuster te maken van de waterrisico’s in eigen land. Het ministerie doet dit samen met waterschappen, gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven en het Deltaprogramma.

Die aankondiging deed minister Schultz maandag bij de overhandiging van het rapport Water Governance in the Netherlands: Fit for the future? door adjunct-secretaris-generaal Yves Leterme van de OESO. Een belangrijke conclusie van het rapport is het tekort aan waterbewustzijn onder Nederlanders. Schultz: “Weinig mensen weten wat er allemaal bij komt kijken om ons land droog en bewoonbaar te houden, wat er nodig is om het drinkwater op peil te houden, wat de overstromingsrisico’s zijn en wat je moet doen als de nood aan de man komt. Net als de OESO vind ik een indringende wake up call op zijn plaats: mensen moeten erover nadenken wat ze moeten doen als het misgaat.”

Persoonlijk

Minister Schultz ziet risico’s in het gebrek aan waterbewustzijn. “Van Nederlanders zeggen ze dat het water in ons DNA zit, maar het lijkt wel alsof het eruit druppelt. Het ondermijnt sluipenderwijs het draagvlak voor de investeringen die nodig zijn voor een toekomstbestendig waterbeheer.” Het OESO-rapport bevestigt dit beeld. De publiekscommunicatie die later dit voorjaar van start gaat, wordt geen massamediale, landelijke campagne zoals Nederland leeft met water (sinds 2003). In plaats daarvan wordt gekozen voor een maatwerkaanpak die op postcodeniveau informatie en tips geeft. De aanpak moet de betrokkenheid en zelfredzaamheid van Nederlanders vergroten. “We zullen laten zien wat er elke dag aan werk wordt verzet, vertellen wat er nodig is voor de toekomst en tips geven over wat mensen zelf kunnen doen. Dat snijden we toe op hun persoonlijke situatie.”

Trots

De OESO onderzocht het afgelopen jaar in opdracht van het ministerie en de Unie van Waterschappen de toekomstbestendigheid van het Nederlandse waterbeleid. De hoofdconclusie is positief. Nederland heeft een ‘excellent track record’ en is een mondiale referentie op het gebied van waterbeheer. Tegen relatief lage kosten – 1,26% van het BNP – zorgen we voor waterveiligheid, waterkwaliteit en voldoende water. Schultz: “Dit rapport geeft reden tot trots, het is een mooi visitekaartje. Maar willen we in de toekomst bij de wereldtop blijven horen, dan zullen we moeten blijven investeren. Dat is de grootste waarde van dit rapport: het stimuleert ons niet op onze lauweren te rusten, maar steeds te blijven zoeken naar de beste oplossingen.”

Transparantie

Naast het gebrek aan waterbewustzijn vraagt de OESO aandacht voor transparantie over de bestedingen in het waterbeheer en verbetering van het bekostigingssysteem.  Minister Schultz pakt de handschoen op. “Voorop staat dat ik trots ben op de stabiele financiële structuur. Ons Deltafonds is uniek in de wereld en dat geldt ook voor de aparte waterbelasting. Maar dat wil niet zeggen dat het niet beter kan. Ik wil dit samen met waterschappen, gemeenten, provincies en drinkwaterbedrijven tegen het licht houden.”

Waterschappen

De OESO is positief over de manier waarop het waterbeheer in Nederland bestuurlijk is georganiseerd, inclusief de positie van de waterschappen daarin. Minister Schultz ziet daarom geen aanleiding bestuurlijke of organisatorische veranderingen in het waterbeheer door te voeren. “Waar het mij om gaat, is dat een bestuurlijke hervorming moet leiden tot een wezenlijke inhoudelijke verbetering van de taakuitvoering. Het is dus geen doel op zich. Wel moeten waterschappen steeds blijven zoeken naar manieren om doelmatiger te werken en initiatieven blijven nemen om met gemeenten en provincies samen te werken. Dat blijft de boodschap.”

De Rijksoverheid. Voor Nederland