Speech van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij Natuurmonumenten

Op 10 oktober 2018 hield minister Schouten (LNV)  een speech bij Natuurmonumenten in Amersfoort.

Dames en heren,

Heel plezierig om zoveel mensen te zien die hun natuurhart hebben laten spreken door hiernaartoe te komen.

Je kunt naar de natuur kijken als naar een spiegel. Dan zie je dat we lang geleden nieuw land creëerden door het droog te malen, te ontginnen en te stofferen. In de spiegel van de natuur toont zich de eeuwenlange bedrijvigheid van boeren, ingenieurs, dijkgraven. Opeenvolgende families snoeiden en plukten, plantten en wiedden, zaaiden en oogstten, improviseerden en experimenteerden. Noodzaak maakte hen vindingrijk. Dat zetten we na de oorlog met mansholtiaanse methodes voort. Met verbluffend resultaat: een vervijfvoudiging van onze voedselopbrengst. Er kwam ook ordening, scheiding. Natuur hier, landbouw daar.  

Wie zijn wortels begrijpt, begrijpt zijn vruchten. We hebben van vroegere families meegekregen dat boeren bondgenoten zijn van de natuur. Onze grootvaders en -moeders en onze vaders en moeders leerden ons dat onze activiteiten de natuur soms schaden, maar ook kunnen helpen. Ze beërfden ons met hun waarden: als mensen mogen we de natuur gebruiken, maar we hebben ook de plicht haar gewetensvol te verzorgen en te beschermen.  

Voor een sterke samenleving is robuuste natuur nodig. Maar ons systeem om voedsel te produceren is ook een ingewikkeld systeem geworden, dat erop is gericht steeds meer voedsel tegen de laagst mogelijke prijzen te produceren. In dat systeem groeit iets scheef. Daar krijgt eerst de natuur last van, dan wij. Dan helpt het niet meer om steeds om de hoek te kijken, of naar de volgende stap. We krijgen er pas vat op als we weten wat voor ons een waardevolle toekomst is.

We moeten ons anders tot ons hele voedselproductiesysteem verhouden.

Dat doen we door over te schakelen op kringloopsystemen. Het wordt in overeenstemming met de natuur geproduceerd. Kringlooplandbouw sluit de natuur niet buiten, maar omarmt haar. Voedselproductiesystemen functioneren niet meer ten koste van de natuur, maar mét haar. Want de natuur geeft aan óns, als wij om háár geven. Daarmee creëren we meer diversiteit in planten en dieren, een beter bodemleven, een betere insectenstand, en natuur die tegen weersextremen kan.

Kringlooplandbouw is geen quick fix. Het grijpt in en gaat ook niet alléén over de productie en consumptie van voedsel. Het kan tot uiting komen in meer toepassing van kennis over onze natuur, precisiebemesting, kortere ketens, ander veevoer, andere grondstoffen op de akker, andere plaagbestrijding, minder kunstmest. Maar ook in de aanwezigheid van de vaandeldrager van het agrarisch platteland: de grutto.

Sommige boeren hebben al een stap gezet in die richting. Zoals Marco van der Vegte uit Salland. Zijn koeien stonden permanent binnen. Tegenwoordig doet hij ze permanent naar buiten. Dat brengt hem weer op zijn land. Hij geniet er van de vogels. Geen dag is hetzelfde. En ik hoor van meer boeren dat dit hen veel plezier terug geeft.

Maar boeren, tuinders en vissers kunnen niet in hun eentje een maatschappelijke omwenteling op hun schouders torsen. Ik ga het helpen organiseren. We hebben een maatlat. Daar leg ik alle nieuwe beslissingen langs. Ik zal regels die deze omschakeling belemmeren opruimen. En mogelijkheden uit het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid ervoor aanwenden. Ik maak afspraken met u en anderen.

Nu kunt u als Natuurmonumenten denken: wij doen toch al honderd jaar mee? We hadden Jac. P. Thijsse, we pionieren met natuurinclusieve landbouw op Schiermonnikoog en in het Vechtplassengebied. Wij verenigen verkenners, visionairs en verbinders. Dan heeft u gelijk. Ik claim het niet als iets nieuws. Dit is wat we vanaf nu samen moeten doen.  

U kijkt al meer over de heg, voorbij de eigen natuurgebieden, naar het boerenbedrijf. Bemoedigend. En logisch: weide- en akkervogels die geen weilanden of akkers nodig hebben bestaan niet. En de Friese Wouden of het Achterhoeks landschap zonder boerderijen ook niet.

Eén vraag is mij de afgelopen maand veel gesteld. Hoe dan? Mijnheer van den Tweel vroeg: waar kunnen wij beginnen? Ik ben blij met die vragen. Door het je af te vragen openen zich nieuwe mogelijkheden.  

We maken een goede start met andere gewoonten en gebruiken.

We moeten om te beginnen onze kennis van vroeger en onze waarden aanspreken en herontdekken. Dat moeten we samen organiseren.

Ten tweede moeten we organiseren dat we blijven bijleren.

We hebben in ons land zeer goede groene onderwijsinstellingen. Ik ga met hen kijken hoe we het samengaan van natuur en landbouw in het onderwijsprogramma kunnen verankeren. 

Bijleren kan ook in het veld of op de akker.

De WUR doet het met een nieuwe proeftuin. Staatsbosbeheer met pachtboeren te experimenteren met natuurinclusieve bedrijfsvoeringen. Twee partijen leren daarvan. Provincies hebben living lab’s.

Wij hebben met provincies, gemeenten en waterschappen een programma, Vitaal Platteland, om mensen en organisaties te stimuleren te pionieren, uit te proberen, en het geleerde te delen.

Zo lang we ons inzetten voor een veelbelovend concept of idee, dat toepassen, soms in collectieven, kunnen we er ook van leren. En met meer experimenten en initiatieven wordt het ook voor ànderen steeds makkelijker nieuwe kringlopen te vormen.

Ten derde moeten we de private sector bij de les houden.

Ik verwacht van kredietverstrekkers een wat bredere horizon dan de financiering van steeds grotere stallen. Banken kunnen helpen in de bodem te investeren of aantrekkelijke rentekortingen geven aan boeren die kringlopen vormen.

En ik blijf zeggen: prijsbewustzijn is een kritische succesvoorwaarde. Boeren, tuinders en vissers moeten eerlijke prijzen kunnen vragen en niet het putje van het prijssysteem worden. We moeten met z’n allen snappen dat een duurzaam stukje vlees niet gratis kan. Daarachter zit een heel prijssysteem.  We gaan de macht dus een beetje omdraaien, zodat boeren en hun opvolgers blijven bestaan.

Als de voorwaarden op orde zijn, zullen veel dingen uit zichzelf veranderen. We hebben vakmensen met ervaring, technologie en kennis. Kringlooplandbouw kan een nieuw exportproduct worden. Nederland kan er wereldwijd de leiding in nemen.

Overal in de samenleving zit initiatief. Kijk naar het Deltaplan Biodiversiteit, waar wetenschappers, bedrijven en natuur- en landbouworganisaties samen aan werken.

En de landbouwwetenschap is ver ontwikkeld. Er is al onderbouwd dat zich in akkerranden natuurlijke plaagbestrijders vestigen. Boeren die weten hoe je zo’n akkerrand zaait en onderhoudt, kunnen soms toe met wel 70% minder gewasbeschermingsmiddelen. 

Natuurlijk komt niet alles vanzelf van de grond. Daar moeten we dan aan werken. Vertrouwend op onszelf en elkaar. 

Dames en heren,

De natuur laat zich vaak achterwaarts begrijpen. Ons land is rijk aan veenweiden, heide, duinen, bossen, rivieren, moerasgebieden, én weilanden, boerderijen en bedijking. We hebben er een welvarende samenleving op mogen bouwen. Het heeft ons gevormd tot wie we zijn. En voorziet ons al heel lang in belangrijke behoeften: goed voedsel, schoon drinkwater en schone lucht, welbevinden.

Als wij dit willen volhouden, als wij willen dat natuur en landschap net zo waardevol blijven voor onze kinderen en kleinkinderen, dan moeten we er anders mee omgaan. Dan moeten we natuur en landbouw samenbrengen in kringloopsystemen. Daaromheen moeten we samenwerken, meer inclusief, met meer aandacht voor verbindingen die de natuur weerbaar en gezond maken.

De toekomst laat zich alleen voorwaarts vormen, en ik kijk er zeer naar uit om dat samen met u te doen.