Toespraak van staatssecretaris Dekker bij PO-raad congres 'Kleurrijk in onderwijs'

Toespraak van staatssecretaris Dekker (OCW) op het PO-raad congres 'Kleurrijk in onderwijs' in Nijkerk op 16 juni 2017.

Dames en heren,

Allereerst dank voor de uitnodiging om hier vandaag te zijn.

Ik moest onderweg denken aan een wat sarcastische Engelse verwensing, die luidt: ‘May you live in interesting times…

Het zijn inderdaad roerige tijden voor het basisonderwijs. In de lerarenkamers van Nederland wordt met grote regelmaat gesproken over drie dingen: waardering, werkdruk en het lerarentekort.
 
En dan vergeet ik bijna nog dat 4e onderwerp: die staatssecretaris die in een Kamerdebat eens wat beter op zijn woorden moet letten. En laat ik het dáár nu helemaal mee eens zijn! Het was natuurlijk absoluut niet mijn bedoeling om zulke heftige reacties op te roepen. Dus hand in eigen boezem. Dan had ik gewoon andere woorden moeten kiezen.

Nu kom ik wekelijks op scholen. En daar spreek ik met iedereen, op alle niveaus: leerkrachten, schoolleiders, bestuurders. En ik heb geleerd in de afgelopen jaren: als er een probleem is, dan ga je erop af. Dat is de enige manier om te kijken wat er echt speelt. En ik kan u vertellen: dat heb ik in de afgelopen weken nog eens extra gedaan.

Toen ik een boze brief kreeg van juf Maike, ben ik naar haar toe gegaan en heb ik een dag in haar klas meegedraaid. Ik heb met PO in Actie gesproken, met schooldirecteuren, met bestuurders… En het aardige is: als je in gesprek gaat - praten met elkaar in plaats van over elkaar - dan ontstaat er over en weer begrip. Niet dat je het dan altijd op alle punten met elkaar eens wordt. Maar er ontstaat wel een beter inzicht in waar zorgen vandaan komen en wat we voor elkaar kunnen betekenen.

Wat ik in die gesprekken telkens aanhaal, is dat we moeten uitkijken dat we elkaar niet de put in praten. Als je de krant openslaat, zou je haast gaan denken dat het in het onderwijs alleen maar kommer en kwel is. En natuurlijk heb ik oog voor de problemen. Maar laten we ook gewoon benoemen waarom wij jaarlijks van die goede rapporten krijgen - laatst nog van de OECD. Zowel op het gebied van kwaliteit (in termen van opbrengsten), als op het gebied van het bieden van kansen aan kinderen doen we het gewoon goed.

En als we het onderwijs aantrekkelijker willen maken, dan moeten we dat ook meer benoemen! Iets meer zelfvertrouwen, iets meer trots.

En soms heb je daarvoor een blik van buiten nodig. Iemand die je een spiegel voorhoudt. Zo sprak ik laatst de Engelse hoogleraar en onderwijsexpert Alma Harris - u kent haar vast ook. En zij zei: ‘Jullie hebben echt een van de allerbeste onderwijssystemen ter wereld! Iedereen wil naar Finland, maar dat land zakt ondertussen weg. Mensen zouden juist naar Nederland moeten komen!’ Er wordt al met al met bewondering naar ons gekeken.

En degenen die daarvoor zorgen, dat zijn de leerkrachten zelf - die elke dag vol passie voor de klas staan. De schoolleiders, die zorgen dat de leerkrachten hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. En besturen, die zorgen dat er überhaupt een school is. Die bovendien hun nek uitsteken als het moeilijk wordt. Laat ik een paar voorbeelden noemen.

Bijvoorbeeld krimp. Dat is een ongelofelijke uitdaging: we zien in sommige gebieden dat het aantal leerlingen met 30% terugloopt. Dat betekent echt wat voor de scholen die daar zitten - om te overleven. Soms ben je letterlijk de laatste school in het dorp. En ik heb ongelofelijk veel respect voor de schoolbestuurders die daar dan over de schaduw van hun eigen denominatie heen springen, en de handen ineenslaan om ervoor te zorgen dat er ook in gebieden met krimp over 10 jaar nog steeds onderwijs is voor onze kinderen.

Ander voorbeeld: de enorme vluchtelingenstroom, waar we in de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad. Dat was voor iedereen aanpoten, ook voor ons. Als ik nou zie hoe het onderwijs daar, zonder al teveel te morren, enorme stappen in heeft gemaakt. Er zijn in ‘no time’ nieuwe scholen uit de grond gestampt – ik was zelf onder andere in Nijmegen bij Heumensoord. En als je ziet wat daar is neergezet, dan is dat echt grote klasse.

Nog een punt: Passend Onderwijs. Ook daarover horen we vooral wat er niet goed gaat. Maar als ik dan kijk wat er in scholen gebeurt…  Ik was onlangs op een school in Sint-Michielsgestel – De Bolster. Een reguliere basisschool die erin is geslaagd om in iedere klas een handvol dove kinderen – met extra hulp erbij – gewoon mee te laten draaien. Zo hadden we het met z’n allen bedoeld. En dat is prachtig, vooral voor de kinderen zelf.

Ik weet zeker dat dit soort mooie voorbeelden overal te vinden zijn. Ook bij u. Maar te vaak horen we alleen maar het andere geluid. En dat vind ik echt doodzonde. Omdat het geen recht doet aan al die professionals. En het doet ook geen recht aan het stelsel dat we samen hebben opgebouwd.

Ik ben in heel veel landen geweest - ook om van het onderwijs daar te leren. Maar echt nergens ter wereld vind je een onderwijs zo divers en kleurrijk als hier in Nederland. Dankzij de vrijheid van onderwijs en de ruimte voor scholen valt er in Nederland voor ouders en kinderen echt wat te kiezen. En dat moeten we koesteren.

De autonomie die scholen en besturen hebben, in combinatie met heldere landelijke kwaliteitseisen, zorgt voor onderwijs van een hoog niveau. Telkens als ons onderwijs boven zichzelf uitstijgt, gebeurt dat omdat besturen, schoolleiders en leerkrachten, leiderschap, bestuurskracht en verantwoordelijkheid laten zien. Samen met ouders, met gemeenten, met andere sectoren, met OCW. Dat is ook de enige manier om problemen aan te pakken.

Dames en heren, in een stelsel met zoveel gedeelde verantwoordelijkheid heb je ook alleen maar gezamenlijke problemen.

We moeten elkaar dus helpen. En natuurlijk begrijp ik dat u dan naar Den Haag kijkt. Daar ben ik ook voor. En dat u in deze formatietijd vraagt om meer geld? Ook dat begrijp ik. Het zou mij ook verbazen als een nieuw Kabinet op dat vlak helemaal niets zou doen.

Maar laat ik ook een waarschuwing geven. Politiek is het maken van keuzes in schaarste.

En het gaat misschien wat beter met de economie, maar de financiële ruimte voor nieuwe dingen is zeer beperkt. (Als u de kranten heeft gelezen, heeft u het kunnen volgen.) Dat betekent dus dat investeringen ergens vandaan moeten komen. Meer geld voor onderwijs betekent ergens anders minder geld: politie, de zorg, ontwikkelingssamenwerking… U ziet onmiddellijk dat het wringt. Of we moeten de belastingen verhogen, maar dat is ook niet echt een hobby van de meeste politieke partijen. Dit zijn dus gewoon ingewikkelde keuzes!

En als er dan iets extra’s voor onderwijs komt, waar zetten we dan heel concreet op in? De lijst met financiële wensen en eisen wordt nu wel heel erg lang:

  • meer geld voor een gratis basisvoorziening voor kinderen vanaf 2 jaar;
  • meer geld voor minder uren voor de klas;
  • meer geld voor huisvesting;
  • meer geld voor materiële instandhouding;
  • meer geld voor ICT;
  • meer geld voor achterstanden;
  • meer geld voor salarissen;
  • meer geld voor extra handen voor de klas.

Onder de streep kom ik al gauw op een bedrag van vele miljarden. We moeten elkaar niet voor de gek houden: dat is gewoon niet reëel. En als we niet gezamenlijk bepalen wat het allerbelangrijkste is en waarom, dan is mijn waarschuwing dat anderen dat voor u gaan doen. Dus mijn oproep aan u is: laten we nu samen kijken waar de nood echt het hoogst is. Daarbij ook keuzes maken. Denk daarover mee. En laat je niet verleiden om elke week weer met een nieuwe claim te komen.

En laten we ook verder kijken. Als het ons echt menens is met het oplossen van de problemen in het onderwijs, dan moeten we ons niet blindstaren op geld alleen. Dan gaat het ook om dingen anders en beter doen, meer samenwerken… Laat ik twee voorbeelden noemen: het lerarentekort en werkdruk.

Eerst het lerarentekort. We kunnen alleen kijken naar de jonge mensen die van de pabo komen. Maar daar gaan we het op korte termijn niet mee redden. Dat zijn er gewoon te weinig! Dus moeten we ons ook richten op andere dingen: hoe zorgen we ervoor dat minder jonge leraren uitvallen? Hoe zorgen we voor meer zij-instroom - mensen van buiten, die met een verkorte opleiding best in het onderwijs aan de slag zouden willen? Hoe boren we de stille reserves aan? Er zitten nog duizenden mensen in de bakken van het Participatiefonds.

En daar ligt een grote verantwoordelijkheid voor u als werkgever! De vraag of mensen in het onderwijs willen werken, gaat ook over de vraag: willen ze bij u werken? Dus wat kun je doen om goed voor je mensen te zorgen? U kunt uw goede mensen bij u houden, door ze te begeleiden en carrièreperspectief te bieden. Gebruik daarvoor nou de functiemix en de afspraken die we daarover destijds met z’n allen hebben gemaakt!

Leraren zouden doorstromen naar hogere salarisschalen. Maar ik zie dat sommige scholen daarin veel beter slagen dan anderen. Natuurlijk ben ik ook aan de slag om het lerarentekort tegen te gaan. Maar wat ik hier wil zeggen is: het heeft geen zin om naar elkaar te wijzen of op elkaar te wachten. Hier kunnen we morgen mee aan de slag!

Mijn 2e punt is werkdruk. Ik zie leerkrachten met een enorm plichtsbesef. Die altijd meer willen doen én het altijd beter willen doen. Maar die daar soms ook zelf aan onderdoor gaan. Dus we moeten selectiever zijn en grenzen durven stellen. En daar op school de discussie over voeren. Wat moeten we wel doen? En wat niet? En in termen van administratie: wat is nou redelijk om bij te houden en wat kunnen we laten vallen? Die discussie moet steeds weer worden gevoerd!

En eerlijk is eerlijk, die kunnen wij niet vanuit Den Haag voeren. Dit is echt een verantwoordelijk voor u als werkgevers en schoolleiders. Kijk met uw leerkrachten waar het beter kan! Keuzes maken, wat is echt nodig, kan het slimmer? Wat doen we met te veel administratieve lasten - bijvoorbeeld rond passend onderwijs? Die papierwinkel is echt in de praktijk gecreëerd - dus alleen u kunt dat monster ook weer terugbrengen tot normale proporties. Kijk daarbij als besturen ook bij elkaar in de keuken. Want je kunt zoveel leren van elkaar. Ook hier kunt u op mij rekenen. Maar laten we nou niet op elkaar gaan zitten wachten.

Dames en heren,

Wij hebben in Nederland echt een prachtig onderwijsstelsel. En dat is mede omdat we besturen hebben, die zelf keuzes kunnen maken - en daarmee het verschil. Een stelsel waarin we gezamenlijk grote vraagstukken het hoofd kunnen bieden. Dat hebben we gedaan in het verleden. En ik ben ervan overtuigd dat we dat ook zullen doen in de toekomst.

We hebben de afgelopen dagen gezien hoe de formatie loopt. En ik heb geen idee hoe lang het nog duurt - echt vlotten wil het nog niet. Maar ik kan u verzekeren dat u elke dag op mij kunt rekenen, tot ik het stokje overdraag. En daarna kunt u iedere dag op mijn opvolger rekenen.

Maar kijk nou niet alleen naar wat een volgend Kabinet voor u kan doen. Kijk ook naar wat wij - u en ik - vandaag nog kunnen doen om problemen samen op te pakken. Want het onderwijs is echt te waardevol om te gaan zitten wachten. Dus - met elkaar - aan de slag!

Dank u wel.