Toespraak van minister Van Engelshoven bij uitreiking Deltapremie

Minister Van Engelshoven sprak bij de uitreiking van de Deltapremie, op 12 november 2019 in Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam.

Beste mensen,

Een feestelijke dag vandaag! U zit natuurlijk vol spanning te wachten op de bekendmaking van de winnaars.

Voordat we daar aan toe zijn, wil ik graag mijn trots op de sector met u delen.

De afgelopen jaren heb ik met eigen ogen gezien hoe het praktijkgericht onderzoek aan onze hogescholen is gegroeid. We kunnen met recht spreken van een huzarenstukje in de Nederlandse kennisinfrastructuur.

Hoog tijd om dat feestelijk te erkennen. Dat kan nu dankzij de Deltapremie. Een prachtige prijs. Een formidabel bedrag. Bestemd voor 2 lectoren van onze hogescholen.

Straks zetten we ze hier midden in de aandacht. Maar eerst hijs ik de [inmiddels] liefst 700 lectoren die ons land telt op het schild.

Ik heb vele lectoren leren kennen en elke keer ben ik onder de indruk van de bevlogen gesprekken die ik voer. Volgens mij werkt die bevlogenheid binnen en buiten de sector aanstekelijk. Want het praktijkgericht onderzoek groeit nog ieder jaar. Naast 700 lectoren zijn er inmiddels zo’n 3.000 docent-onderzoekers.

Even belangrijk als de groei in aantallen onderzoekers, is de toename in kwaliteit, impact en professionaliteit van het onderzoek. En laten we vooral ook de grote betekenis van het praktijkgericht onderzoek voor bedrijven in de verschillende regio’s in ons land, niet vergeten.

De prijzen die we vandaag uitreiken zijn dan ook niet alleen erkenning voor het werk van de winnaars. Met het uitreiken van de Deltapremie zetten we een sierlijke stempel op het werk van u allemaal. Wat mij betreft is dat een applaus waard!

Beste mensen,

In mijn gesprekken met lectoren valt mij regelmatig het zelfbewuste, reflectieve vermogen op. Het geeft mij het vertrouwen dat verdere ontwikkelingen in het praktijkgericht onderzoek nauwkeurig vorm gaan krijgen.

1 van die ontwikkelingen maakt een carrière in het hoger onderwijs nog interessanter dan hij nu al is. Ik heb het over vervolgonderzoek aan het hbo, ná het halen van een hbo-master. Een 3e cyclus.

Het is belangrijk om goed te verkennen hoe dit er uit kan gaan zien. Zonder op de zaak vooruit te lopen, past deze ontwikkeling prima bij de transformatie van de hogescholen die ik sowieso al zie gebeuren. Een beweging van onderwijsinstelling naar steeds meer een kennisinstelling.

Dit zie ik op verschillende manieren terug. Allereerst in samenwerking. Hogescholen werken steeds vaker en gelijkwaardig samen met universiteiten en andere kennisinstituten. Maar ik zie het ook in de media waar lectoren regelmatig worden aangehaald als deskundige.

Ik zie het aan studenten die niet alleen leren in de praktijk, maar ook zelf bedenken hoe die beroepspraktijk er uit zou moeten zien. En ik merk het aan de vragen die buitenlandse collega’s mij stellen. Ons hbo heeft echt een groeiende internationale uitstraling.

Er is dus – terecht – veel om trots op te zijn en volgens mij meer dan voldoende om nog trots op te worden. En het heeft er alle schijn van dat de visie op de lector in het hbo, zoals 20 jaar geleden [in november 1999], door Ferdinand Mertens uiteengezet, steeds verder wordt ingekleurd. Met steeds meer lectoren als 'cultuurdragers' van het hbo.

Beste mensen,

In mijn optiek is het succes van de lectoren goed samen te vatten in het woord 'verbinding'. Want dat is wat u altijd zoekt en maakt. Verbinding met de samenleving. Verbinding tussen studenten, docenten en onderzoekers. Tussen mbo’s, universiteiten en andere kennisinstellingen. En tussen overheden, maatschappelijke organisaties en ondernemers.

Die verbinding maken is typisch mensenwerk. En – zo blijkt – typisch lectorenwerk. Lectoren zijn vaak… het woord bevat het zintuig zelfs… de allerbeste luisteraars. Ze luisteren naar de vragen die leven in de praktijk. Gaan er mee aan de slag. En komen met concrete en waardevolle oplossingen. Allemaal in het belang van de grote vragen waar we nú als gemeenschap tegenaan lopen.

Door de jaren heen hebben vele lectoren uit talloze beroepsopleidingen hun meerwaarde bewezen. En vandaag feliciteren we twee van die verbinders met hun fantastische werk.

Maar. Voordat ik de winnaars noem, vraag ik uw aandacht voor het duo dat de prijzen gaat uitreiken. 2 oud-studenten van de winnaars…

Komen jullie naar voren?

Terwijl jullie hierheen wandelen, kan ik u vertellen dat de prijs is ontworpen door een alumna van de Gerrit Rietveld Academie: Giny Vos. Giny heeft een unieke prijs gemaakt: deze driehoek bestaat uit drie kristallen. Alleen door met je handen te onderzoeken hoe ze in elkaar passen, kun je de kristallen met elkaar verbinden en gaat het licht aan.

Een technisch hoogstandje. Een applaus waard!

Beste mensen,

We zijn toe aan bekendmaking van de winnaars.

Als je nu hier jóuw oud-student ziet, [Elizabeth Ruth Himmans en Mariëlle Peeters], dan is er een goede kans dat ik je op het podium ga vragen. De 2 lectoren die de allereerste Deltapremies gaan ontvangen, doen onderzoek in vakgebieden die van groot belang zijn voor de samenleving.

De ene winnaar wil organisaties beter laten functioneren. Dat doet hij door betere gebouwen en dienstverlening te bedenken. De andere lector doet onderzoek in het zorgdomein. Onder andere naar jongeren met chronische aandoeningen die de overgang moeten maken naar de volwassenenzorg.

De winnaars van de allereerste Deltapremies zijn…

Mark Mobach [Lector Facility Management aan de Hanzehogeschool]

en AnneLoes van Staa! [Lector Transities in Zorg, van de Hogeschool Rotterdam]