Toespraak minister Asscher op het Congres 'Werkgeverschap bij kanker'

Toespraak van minister Asscher (SZW) op het Congres 'Werkgeverschap bij kanker' op 10 oktober 2016 in Leiden.

Iedereen weet dat het gevecht tegen kanker loodzwaar is. Maar het gevecht dat kankerpatiënten voeren tijdens het herstel en de nasleep van deze ziekte is dat evengoed.

Ik heb het over het gevecht om weer een plek te veroveren in de samenleving en op het werk.

Het gevecht tegen de aarzeling van anderen om je een kans te geven en de verlegenheid om een gesprek aan te knopen.

Voor deze nasleep is niet altijd oog. We associëren de ziekte vaak nog meer met lijden en dood dan met leven. En dan ligt de focus al snel op het medische aspect van de ziekte, en niet op werken. Want wie ziek is, werkt niet is een opvatting die nogal eens wordt gehuldigd.

Het label dat je opgeplakt krijgt als je kanker hebt, is bijna net zo hardnekkig als de ziekte zelf. Dat is ook niet zo gek. De lijdensweg die we allemaal wel eens bij een familielid, vriend, kennis of collega hebben gezien, blijft op ons netvlies gebrand. De ziekmakende behandelingen. De angst. En de dood.

Dan heb je de neiging om te vergeten dat kanker gelukkig vaak ook goed te behandelen is. En ja, zelfs te genezen. De behandelmethodes van kanker worden namelijk steeds succesvoller. En hierdoor wordt kanker steeds meer een chronische ziekte.

Natuurlijk is er dan is er nog steeds angst en onzekerheid. Maar er is ook steeds meer hoop. De wil om door te gaan.

Mensen die kanker hebben willen niets liever dan hun leven weer oppakken.

Maar dan volgt vaak de volgende klap. Hoop wordt gepareerd met wantrouwen. Daadkracht met aarzeling.

Er zijn mensen met kanker die hierdoor hun baan verliezen. 'Het voelde als een mes in je rug,' zei 1 van de deelneemsters hierover aan de ronde tafel die ik vorig jaar op mijn ministerie heb georganiseerd. Dat is heel heftig. Als je zelf de kracht voelt om door te zetten, maar anderen duwen terug, dan zakt de moed je in de schoenen.

Door hier vandaag te zijn laat u zien dat u liever denkt in mogelijkheden dan in onmogelijkheden; in kansen in plaats van in beren op de weg.  En dat u bereid bent te luisteren én te praten over dit onderwerp.

Dat is lang niet voor iedereen het geval. 

Mondige  werkgevers kunnen veranderen in verlegen muurbloemen als het gaat over kanker en werk.  Ze ontwijken contact en verkiezen stilte boven een goed gesprek. Vol goede bedoelingen denken ze dat ze het onderwerp maar beter kunnen laten rusten. Dat iedereen daarbij gebaat is.

Het tegendeel is waar. Er is namelijk heel veel behoefte aan zo’n open gesprek. Het zorgt niet alleen voor meer vertrouwen. Het zorgt ook voor duidelijkheid. Een toekomst met perspectief, zowel voor werknemer als werkgever.

'Ik heb heel vaak gemerkt dat op het moment dat je coaching of een psychologe aanbiedt de kans op terugkeer veel sneller gaat. De betrokkenheid is veel groter van de medewerker maar ook van de collega’s. En ja, dat levert je ook wat op als bedrijf.'

Dat zei een van de geïnterviewden in het onderzoek dat ik heb laten doen bij werkgevers en werknemers. Dat onderzoek heb ik laten doen omdat ik meer inzicht en grip wil krijgen op deze moeilijke materie. Toch blijkt uit hetzelfde onderzoek helaas ook dat het taboe hardnekkig is. Zoals een andere werkgever uit het onderzoek zei:

Wanneer het woord kanker valt, dan is het gelijk van: neem je tijd doe rustig aan, we horen het wel wanneer de behandelingen zijn. Er wordt wel vaak een afspraak gemaakt van wanneer hebben we weer contact maar daar wordt niet gepraat direct over mogelijkheden. Er wordt vooral van uitgegaan dat iemand lang uitvalt en voorlopig niet terugkeert.

Op deze manier hebben werkgevers vaak lange tijd geen contact, als de werknemer zelf geen initiatief neemt. Dan  wordt de stap om weer wel contact op te nemen en de verbinding te leggen naar werk steeds moeilijker.

In veel gevallen kan ontslag na kanker worden voorkomen, liet OVAL vorige week weten. Deze gedachte onderschrijf ik volledig. Goede communicatie vormt ook hier een belangrijk deel van de oplossing.

De mogelijkheden die de wet nu al biedt zijn namelijk lang niet altijd bekend. Bijvoorbeeld als het gaat om het opstellen van het plan van aanpak door de werkgever en de werknemer, als het duidelijk wordt dat de werknemer langdurig zal verzuimen. Veel mensen weten niet dat het plan van aanpak (in navolging van de Wet Verbetering Poortwachter) niet rigide is, maar juist een kwestie van maatwerk is . Dit plan is geen statisch gegeven, zoals nu nog wel eens wordt verondersteld. Integendeel, het plan kan worden bijgesteld als de (medische) situatie daar aanleiding toe geeft. Als de verwachting om bijvoorbeeld weer halve dagen te gaan werken niet uitkomt door een medische tegenslag dan kan het doel gaandeweg worden bijgesteld. Hierdoor kan rekening gehouden worden met het grillige verloop van de ziekte.

Voor een goed gesprek zou u ook gebruik kunnen maken van De Roadmap Werkkracht bij kanker. Een belangrijk hulpmiddel dat kan ondersteunen bij het re-integratieproces. Vandaag heeft u wellicht al meer over deze Roadmap gehoord. Informatie hierover kunt u ook terugvinden op het Arboportaal van SZW.

Maar ook als een kankerpatiënt zijn baan verliest moet er uitzicht zijn op nieuw perspectief. Daarom ga ik een experiment starten met de no-riskpolis. Deze polis gaat in als iemand bij een nieuwe werkgever aan de slag gaat. Hiermee loopt een werkgever niet het financiële risico voor de loondoorbetaling als de werknemer in de toekomst onverhoopt ziek wordt. Het UWV zal dan het ziekengeld betalen. Begin volgend jaar start ik samen met het UWV een experiment waarbij we de no-riskpolis eerder gaan inzetten. Mensen die geen werkgever meer hebben en daarom een Ziektewetuitkering hebben, komen in het experiment al na het 1e jaar ziekte – in plaats van na 2 jaar ziekte - in aanmerking voor deze no-riskpolis. Ik wil hiermee onderzoeken of kankerpatiënten zo eerder werk zullen vinden. Binnenkort hoop ik het besluit waarin dit geregeld wordt aan de Kamer toe te sturen.

Als het gaat om kanker en werk is nog een wereld te winnen. Daarbij is er ook voor mij nog een weg te gaan. Met onderzoek en beleid wil ik hierbij graag helpen. Maar uiteindelijk komt het aan op de praktijk. U kan daarbij een enorm verschil maken. 

Graag doe ik een  beroep op u. Een taboe kan je namelijk alleen maar samen doorbreken.

Door het gesprek aan te gaan, ook als dat lastig is.

Door samen het gevecht aan te gaan tegen hardnekkige vooroordelen en de achterhoede hierin mee te nemen.  

En door te laten zien wat er mogelijk is en ook wat niet. Want dat zal natuurlijk altijd blijven.

Men heeft het wel eens over oorverdovende stiltes. Voor de stilte rondom kanker is dit zeker het geval. Niet praten, betekent immers ook niet horen. En luisteren is nu juist zo belangrijk. Het levert voor kankerpatiënten kennis en kracht op om door te zetten. En het levert voor u een snellere re-integratie op van medewerkers. Kennis is macht, kennis delen geeft kracht.  Ik wens u nog een goede congresmiddag toe!