Aanpak van criminele motorbendes onverminderd nodig

De problemen met criminele motorbendes geven onverminderd reden tot zorg. Het is daarom volgens minister Blok van Veiligheid en Justitie goed dat het lokaal bestuur, politie, Belastingdienst, Openbaar Ministerie (OM) en Koninklijke Marechaussee als één overheid optreden tegen criminele motorbendes en vastbesloten zijn in hun aanpak. Uit de jaarlijkse Voortgangsrapportage Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) blijkt dat de politie in 2016 wederom meer motorbendeleden in beeld heeft. De rapportage toont dat de aanpak van OMG’s een langdurige gezamenlijke inzet vergt.

Dat schrijft minister Blok vandaag in een brief aan de Tweede Kamer in reactie op de Voortgangsrapportage OMG’s 2016. Sinds 2012 heeft het kabinet bijzondere aandacht voor de problematiek van de motorbendes. De rapportage laat zien dat bij OMG’s veel wisselingen zijn, sprake is van onderling geweld en de totale omvang van motorbendes nog niet afneemt. In 2016 waren er schietpartijen tussen motorbendeleden bij horecagelegenheden, bedreigingen van bestuurders, in brand gestoken voertuigen en nog meer delicten. Inmiddels worden de effecten van de gezamenlijke aanpak van de overheid ook steeds zichtbaarder en zijn er behoorlijke resultaten te melden.

In 2016 waren ruim 400 verdachte motorbendeleden betrokken waren bij ruim 680 feiten. Dit betekent dat ruim 20%, ofwel 1 op de 5 van bij de politiebekende OMG-leden, in dat jaar verdacht was van een strafbaar feit. Het gaat vooral om zaken met drugs, wapens en geweld. De politie heeft 572 van de 680 genoemde strafbare feiten ingestuurd aan het OM of op een andere manier afgedaan. Een deel van de overige feiten is nog in behandeling. Het OM beslist over de verdere afhandeling. Deze cijfers bevestigen het vermoeden dat de leden zich zowel in wisselende samenstellingen als in groepsverband bezig houden met een divers palet van criminele activiteiten.

Een inventarisatie van de onderzoeken naar de zware en georganiseerde criminaliteit, gepleegd door (leden van) motorbendes in 2016, laat 48 gestarte en 44 afgeronde onderzoeken in dat jaar zien. Bovendien waren er in 2016 nog 98 reeds lopende onderzoeken naar OMG’s en 17 onderzoeken waarbij een OMG-lid betrokken was. De gestarte en afgeronde onderzoeken hebben vooral betrekking op geweld-/levensdelicten, synthetische drugs, hennep, cocaïne, wapens en explosieven en witwassen.

Niet alleen strafrechtelijk maar ook op andere fronten worden motorbendes aangepakt. Politie, OM, gemeenten, Belastingdienst en Koninklijke Marechaussee treden gezamenlijk binnen het samenwerkingsverband van het Regionaal en Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (RIEC/LIEC) op. Zo pakt het lokaal bestuur de OMG’s op verschillende manieren aan. Er is bijvoorbeeld een afname te zien van het aantal clublocaties. Veel burgemeesters kijken hier kritisch naar. Dat geldt ook voor evenementen en zogeheten ride-outs zodra er sprake is van risico’s voor de openbare orde en veiligheid.

Volgens minister Blok toont de Voortgangsrapportage aan dat de aanpak van motorbendes een langdurige inzet vergt. Daarnaast worden er stappen gezet om te komen tot een verbod van OMG’s. Het OM en de politie doen onderzoeken naar motorbendes om ze strafrechtelijk te vervolgen en om ze verboden te krijgen. In 2016 heeft het OM een civielrechtelijk verbod van een OMG aangevraagd bij de rechter. Minister Blok heeft in de Tweede Kamer onlangs ook gemeld de mogelijkheid te verkennen van een snellere aanpak met een bestuursrechtelijk verbod.