Daniel Abraham Gebru

Van vluchteling tot tweevoudig paralympisch kampioen. Dat is het bijzondere verhaal van Daniel Abraham Gebru(36) uit Amstelveen in een notendop. De tijdrit van afgelopen dinsdag leverde goud op voor de oorspronkelijk uit Eritrea afkomstige wielrenner die uitkomt in de MC5-klasse, voor renners met een lichte beperking. Is de goedlachse topper in staat om het vrijdag tijdens de wegwedstrijd in Fuji nog eens dunnetjes over te doen?

Daniel Abraham Gebru
©VWS

Wie kan zich de knotsgekke ontknoping van de wegwedstrijd van vijf jaar terug in Rio níet herinneren? Op zo’n honderd meter van de finish lijkt Abraham genoegen te moeten nemen met het brons. Vóór hem rijden de Australiër Alistar Donohoe en de Oekraïner Yehor Dementyev. Een onderlinge sprint moet de beslissing brengen. Dan gebeurt er iets onvoorstelbaars: de twee leiders raken met hun stuur in elkaar verstrengeld en komen samen hard ten val. Abraham, die op dat moment als stateloos burger namens Nederland deelneemt aan de strijd, profiteert en pakt alsnog het goud. Een prestatie die hem eenmaal terug in ons land de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau oplevert. Dezelfde wedstrijd kent overigens ook zeldzaam dieptepunt doordat de Iraniër Bahman Golbarnezhad bij een gruwelijke crash om het leven komt.

Gevoel van vrijheid

Geboren in de Eritrese hoofdstad Asmara waar hij al op jonge leeftijd in aanraking kwam met het wielrennen. “Samen met atletiek, en dan vooral de langere afstanden, is wielrennen de populairste sport in mijn geboorteland. Ook in grote delen van Ethiopië, waar ik een poos heb vertoefd voordat ik in Nederland arriveerde, is dat het geval. Beide sporten zijn min of meer verweven in de cultuur”, vertelt hij. In 2000 stond hij ineens moederziel alleen op Schiphol, zonder paspoort en geld. “Dat was uiteraard heel raar, in een land dat je totaal niet kent. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. Wel heb ik ruim zeven jaar moeten wachten op een verblijfsvergunning en groen licht om te gaan studeren.” Om de tijd binnen de opvang zinvol te besteden wilde hij graag de pedalen rond laten gaan. “Ik kreeg de mogelijkheid me aan te sluiten bij wv.Flevorenners in Almere, een kans die ik met beide handen heb gegrepen. Was niet alleen goed om mijn conditie op peil te houden maar ook een middel om te integreren. Tevens was het voor mezelf een prima uitlaatklep. Het verschafte me bovendien een gevoel van vrijheid. Op de fiets kom je tot jezelf en kom je tot nadenken.”

Gevoel

Om kort te gaan: het wielrennen kreeg een steeds belangrijkere plek in z’n leven. In 2010 sloot hij zich aan bij het Marco Polo Cycling Team. Later kwam hij terecht bij CNN en weer later bij BEAT Cycling Club. Abraham kon onder meer bij kermiskoersen aardig mee met het peloton. Vanwege een onontwikkeld been -het resultaat van een verkeerde behandeling van een botbreuk in zijn kinderjaren- kwam hij eveneens in aanmerking voor de gehandicapte sport. Bondscoach Eelke van der Wal gaf hem het juiste zetje. Abraham: “Ik kon op een gegeven moment kiezen voor een baan als kok, maar mijn gevoel fluisterde me in dat ik mijn heil moest proberen te zoeken in de wielersport.” Sinds 2014 is hij fulltime prof. Het ene na het andere succes volgde, zowel op de weg als op de baan.

“Ik kon op een gegeven moment kiezen voor een baan als kok, maar mijn gevoel fluisterde me in dat ik mijn heil moest proberen te zoeken in de wielersport.”

Risico

Na Rio zijn dit dus zijn tweede Paralympics. In de tijdrit over een enigszins heuvelachtig parcours van 32 kilometer geeft hij gelijk volop gas. De eerste twee rondjes verlopen op het scherpst van de snede, de bochten neemt hij niet zonder risico. Langzaam maar zeker slaagt hij erin zijn voorsprong op de concurrentie uit te bouwen. Wanneer Abraham weet wat hij zo ongeveer in het resterende deel aan ‘wattage’ moet rijden, besluit hij het ietsje rustiger aan te doen. De overwinning is daardoor in feite gewaarborgd.

Wilhelmus

Een paar uur later staat hij te stralen op het podium. De Nederlandse vlag wordt gehesen, het Wilhelmus klinkt. Hij probeert mee te zingen, het verplichte mondkapje ten spijt. “Tjonge, wat ben ik blij”, jubelt hij na de ceremonie. “Ik heb me ook gigantisch goed voorbereid. Zeven weken hoogtestage in Namibië, drie weken in Spanje, twee weken in Portugal. Heb alles zo weinig mogelijk aan het toeval overgelaten.” 
Tot slot, vrijdag wéér goud? “De wegwedstrijd is nooit te voorspellen. Er zijn minstens zes kanshebbers. Een pokerspel dus. Ik ga in ieder geval extra bidden tot God, dat scheelt misschien”, aldus Abraham.

“Ik heb me ook gigantisch goed voorbereid. Zeven weken hoogtestage in Namibië, drie weken in Spanje, twee weken in Portugal. Heb alles zo weinig mogelijk aan het toeval overgelaten.”