Aanbesteden

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Europese regelgeving voor aanbestedingen

Het doel van de Aanbestedigswet is  1 interne Europese markt voor overheidsopdrachten. De Aanbestedingswet baseert zich op 2 Europese richtlijnen waarmee de overheid opdrachten gunt.

Europese aanbestedingsregels voor 1 interne markt

Het belangrijkste doel van de Europese aanbestedingsregels is een interne markt voor overheidsopdrachten binnen de Europese Unie (EU). Dit moet bedrijven meer kans op opdrachten geven.

Overheidsorganisaties kunnen verschillende aanbestedingsprocedures toepassen. Voor elke procedure daarvan staat vast hoe de organisatie deze moet aankondigen. Ook staat erin waar bedrijven aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een overheidsopdracht.

De belangrijkste aanbestedingsregels staan in de:

De aanbestedingsregels gelden voor overheidsopdrachten die boven een bepaald bedrag uitkomen. Dit bedrag heet het drempelbedrag.

Drempelwaarden voor Europese aanbestedingen

In Europese richtlijnen staat het bedrag waarboven overheden een opdracht Europees moeten aanbesteden (de drempelwaarde). De EU stelt deze drempelbedragen elke 2 jaar opnieuw vast. Dit doet de EU op basis van de bepalingen in het Verdrag voor Overheidsopdrachten. Dit is een verdrag binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Partijen die moeten aanbesteden

Partijen die verplicht aanbesteden zijn onder andere:

  • de Rijksoverheid;
  • gemeenten, provincies en waterschappen;
  • publiekrechtelijke instellingen (zoals universiteiten en scholen);
  • speciale-sectorbedrijven (zoals water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten).

Afspraken over aanbestedingen met landen buiten EU

De EU heeft de Government Procurement Agreement (GPA) ondertekend. Dit is een verdrag tussen bepaalde lidstaten van de WTO. Deze leden stellen een deel van hun overheidsopdrachten open voor inschrijvingen door bedrijven uit andere landen. Deze landen moeten ook lid zijn van de GPA. Een bedrijf uit de EU kan dus soms inschrijven op een overheidsopdracht in de Verenigde Staten, en andersom.

Sinds 6 april 2014 is het herziene Verdrag voor Overheidsopdrachten van kracht. In het herziene Verdrag is het toepassingsgebied uitgebreid. Daardoor zal de markttoegang tot overheidsopdrachten tussen partijen toenemen. Nederlandse bedrijven kunnen op meer opdrachten uit GPA-landen inschrijven. Verder is het nieuwe verdrag beter leesbaar. Ook speelt het Verdrag beter in op de ontwikkelingen in de huidige aanbestedingspraktijk, zoals elektronisch aanbesteden. 

Modernisering EU-aanbestedingsregels

Op 28 maart 2014 heeft de Europese Commissie (EC) 2 herziene richtlijnen op het gebied van aanbesteden gepubliceerd:

Met deze nieuwe richtlijnen wil de EC de Europese aanbestedingsregels moderniseren. De richtlijnen hebben als doel de administratieve lasten te verminderen en het midden- en kleinbedrijf betere kansen te bieden op overheidsopdrachten. Uiterlijk op 18 april 2016 moeten de 3 Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn omgezet in de Aanbestedingswet.

Ook is op 28 maart 2014 de nieuwe Europese richtlijn voor het plaatsen van concessieovereenkomsten gepubliceerd. Soms mag een ondernemer een werk of dienst uitbaten in ruil voor de uitvoering van de opdracht. Dit is een concessie. Een voorbeeld is het recht op tolheffing na de bouw van een autosnelweg. Een voorbeeld is het recht op tolheffing na de bouw van een autosnelweg.

Heeft een concessie een waarde van meer dan € 5 miljoen? Dan is in de toekomst een openbare aanbesteding verplicht. Nederland moet uiterlijk 18 april 2016 de richtlijn in de Aanbestedingswet hebben omgezet.

Implementatie van richtlijnen in Aanbestedingswet 2012

Uiterlijk op 18 april 2016 moeten de 3 Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn omgezet in nationale wet- en regelgeving. De Aanbestedingswet wordt daarvoor aangepast. Het wetsvoorstel voor aanpassen van de Aanbestedingswet ligt momenteel ter behandeling in de Tweede Kamer.

De Rijksoverheid. Voor Nederland