Hoe kan ik meedoen aan het onderzoek naar afstand en adoptie tussen 1956 en 1984?

U kunt meedoen met het onderzoek naar afstand en adoptie tussen 1956 en 1984 door contact op te nemen met het meldpunt afstand en adoptie. Dit kan via de telefoon, e-mail en post. U kunt u aanmelden tot en met juni 2020.

Afstand en adoptie door druk

Volgens onderzoek deden veel vrouwen tussen 1956 en 1984 onder druk afstand van hun kind voor adoptie. De overheid wil nog meer duidelijkheid over de situaties van de afstandsouders, afstandskinderen en adoptieouders. En over de rol van de overheid. De overheid wil hiervan leren en als dat nodig regels en afspraken aanpassen over bijvoorbeeld adoptie. Daarom loopt er tot eind 2020 een uitgebreider onderzoek.

De onderzoekers nemen persoonlijke ervaringen van bijvoorbeeld afstandsouders of adoptiekinderen mee in het onderzoek. En ook materiaal als foto’s en brieven.

Wanneer kan ik mijn verhaal en ervaringen delen?

Ouders kunnen meedoen met het onderzoek naar afstand en adoptie:

  • als u tussen 1956 en 1984 afstand deed van uw kind voor adoptie;
  • ‘als u tussen 1956 en 1984 door seksueel misbruik of incest een kind heeft gekregen en uw kind (gedwongen) moest afstaan.’
  • als u denkt dat uw kind tussen 1956 en 1984 in het illegale adoptiecircuit is verdwenen;
  • als uw kind onvindbaar is omdat er geen adoptiepapieren van zijn.

(Adoptie)kinderen kunnen meedoen met het onderzoek naar afstand en adoptie:

  • als u tussen 1956 en 1984 bent afgestaan voor bijvoorbeeld adoptie, ook als dit niet volgens de regels ging;
  • als u tussen 1956 en 1984 onderdak kreeg nadat u was afgestaan voor adoptie, zonder toestemming van uw biologische moeder of vader;
  • als u vermoedt dat u illegaal bent geadopteerd.

U kunt ook meedoen met het onderzoek naar afstand en adoptie:

  • als u tussen 1956 en 1984 een kind uit Nederland heeft geadopteerd;
  • als u ouder bent van een afstandsmoeder, ook als zij een (licht) verstandelijke beperking of een psychiatrische stoornis had;
  • als u familie, vriend, buurman of buurvrouw was van een afstandsouder;
  • als u tussen 1956 en 1984 onderdak gaf aan een afgestaan kind, zonder dat hiervoor de officiële regels zijn gevolgd;
  • als u iets weet over illegale adoptie uit uw omgeving tussen 1956 en 1984.  

U kunt ook uw verhaal delen wanneer u betrokken was als bijvoorbeeld:

  • verzorger, verpleger, voedvrouw of arts;
  • medewerker van een maatschappelijke organisatie, zoals de Raad voor de Kinderbescherming of Fiom;
  • hulpverlener in een tehuis voor ongetrouwde moeders of een kindertehuis;
  • dominee of geestelijke.

Heeft u persoonlijk materiaal zoals foto’s, brieven en dagboeken over afstand en adoptie tussen 1956 en 1984? Deze mag u ook delen met het meldpunt.

Contactgegevens Aanmeldpunt afstand en adoptie

Het meldpunt voor afstand en adoptie is bereikbaar van dinsdag tot en met vrijdag van 09.00 tot 13.00 uur via nummer 088-1264960. De medewerkers van het meldpunt luisteren naar uw verhaal. Zij stellen aan de hand van een vragenlijst een aantal vragen. Ook maken zij aantekeningen van het gesprek.

U kunt ook e-mailen naar afstandenadoptie@minjenv.nl. Het meldpunt neemt dan contact met u op.

Ook kunt u een brief sturen met uw aanmelding, verhaal of documenten naar:

Aanmeldpunt afstand en adoptie
Ministerie van Veiligheid en Justitie
Postbus 20201
2500 EH Den Haag

Hoe gaan de onderzoekers om met mijn persoonsgegevens?

Uw persoonsgegevens en uw verhaal worden niet gedeeld met anderen. Ook komt uw naam niet in het eindrapport. Er worden geen persoonlijke gegevens over u opgevraagd bij andere organisaties.