Schulden aanpakken

Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid om inwoners te helpen bij het oplossen van hun schulden. De gemeenten kunnen, binnen het kader van de wet, zelf bepalen hoe zij hulp bieden.

Hulp van gemeente bij schulden

De gemeente helpt de schuldenaar niet alleen met financiële problemen, maar ook met problemen die daarmee samenhangen. Bijvoorbeeld problemen met het vinden van werk of problemen binnen het gezin. Gemeenten kunnen de uitvoering van het minnelijk traject ook uitbesteden, bijvoorbeeld aan een kredietbank of stadsbank. De gemeente blijft dan wel zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulpverlening.

Er zijn verschillende soorten hulp:

Minnelijk traject

Bij een minnelijk traject maakt de gemeente afspraken met de schuldeisers over de aflossing van de schulden. Dit heet schuldbemiddeling. De gemeente kan ook een lening (saneringskrediet) geven waarmee alle schulden kunnen worden afgelost. Er is dan nog maar 1 schuld, namelijk bij de gemeente. Dit heet schuldsanering.

Wettelijk traject (wsnp)

Lukt een minnelijk traject niet, bijvoorbeeld omdat 1 of meerdere schuldeisers niet willen meewerken? Dan kan een wettelijke traject worden ingezet. Een rechter beslist dan hoe de schulden worden aangepakt. U moet hiervoor een verzoek voor wettelijke schuldsanering indienen bij de rechtbank. De gemeente kan u hierbij helpen.

Budgetbeheer

Budgetbeheer betekent dat de gemeente of een schuldhulpverlener uw inkomen beheert en zorgt voor de betalingen. Zo ontstaan er geen nieuwe schulden of betalingsachterstanden. Als uw gemeente u het budgetbeheer verplicht oplegt, moet u daaraan meewerken.

Budgetadvies

Budgetadvies wil zeggen dat de gemeente of schuldhulpverlener advies geeft over het op orde houden van uw inkomsten en uitgaven.

Cursussen, workshops en trainingen over het voorkomen en regelen van schulden

Bij (dreigende) schulden kunt u bij de gemeente of het maatschappelijk werk navragen of er voor u geschikte cursussen zijn. Dit kan per gemeente verschillen. De gemeente kan u ook verplichten een cursus te volgen als onderdeel van de schuldhulpverlening.

Maatschappelijk werk

Maatschappelijk werk kan mensen helpen die niet in aanmerking komen voor een minnelijk traject of een wettelijk traject.

Adempauze bij schulden

Gemeenten kunnen via de rechter schuldeisers dwingen om maximaal 6 maanden te stoppen met het opeisen van schulden. Dit staat in een besluit van het kabinet om mensen met schulden adempauze te geven. Zo krijgen deze mensen tijd om een oplossing voor hun problemen te vinden. Tijdens de adempauze ('moratorium') moeten zij wel geld opzij zetten voor afbetaling van hun schulden. Sinds 1 april 2018 is deze adempauze mogelijk.

Vaststellen beslagvrije voet eenvoudiger

De beslagvrije voet is het deel van het inkomen van iemand met schulden waar schuldeisers geen beslag op mogen leggen. De gerechtsdeurwaarder stelt de beslagvrije voet vast. Als deze te laag wordt vastgesteld heeft een schuldenaar te weinig geld om van rond te komen. En heeft de schuldeiser te hoge verwachtingen over de aflosmogelijkheden van de schuldenaar. De berekening van de beslagvrije voet is te ingewikkeld. De Tweede en Eerste Kamer hebben de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet aangenomen. De wet zorgt ervoor dat de berekening van de beslagvrije voet eenvoudiger wordt en gaat naar verwachting in 2018 in.

Mensen kunnen op de website 'uwbeslagvrijevoet.nl' zelf berekenen op welk deel van hun inkomen geen beslag mag worden gelegd.

Kabinet: brede aanpak van schulden

Het kabinet wil meer mensen uit de schulden helpen. Het gaat vooral om mensen die in een uitzichtloze situatie zitten. De Rijksoverheid gaat daarom in gesprek over een brede schuldenaanpak. Dit doet de overheid met gemeenten en  diverse partijen zoals Bureau Kredietregistratie (BKR) en Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Hierbij vindt het kabinet het heel belangrijk dat schulden worden voorkomen. En als er schulden dreigen die vroeg worden gesignaleerd.

Voor de aanpak van problematische schulden moet er een samenhangend totaalpakket aan maatregelen komen. Hieraan moet gezamenlijk met alle betrokken partijen worden gewerkt.

Enkele maatregelen die het kabinet wil nemen om schulden aan te pakken zijn:

  • Er wordt onderzocht of het minimumbedrag van € 40 incassokosten bij kleine vorderingen verlaagd kan worden.
  • Er komt een experiment waarbij iemand met meerdere schulden deze bij 1 en dezelfde rechter kan afhandelen.
  • Mensen moeten bij beslag op hun bankrekening voldoende geld overhouden om van te leven. Voor de zomer van 2018 start een consultatie over het wetsvoorstel dat hierover gaat.
  • Ook moet iemand met schulden makkelijker kunnen aankloppen bij de schuldhulpverlening.

In totaal heeft het kabinet 40 actiepunten. Deze staan in het Actieplan ‘Brede schuldenaanpak’ van 23 mei 2018.