Beleid genetisch gemodificeerde organismen

De Rijksoverheid stimuleert onderzoek naar toepassingen van genetisch gemodificeerde organismen. Maar ziet er op toe dat de veiligheid van mens, dier en milieu niet in gevaar komen.

Overheid stimuleert biotechnologie

Genetisch gemodificeerde organismen kunnen veel betekenen voor voedsel en gewassen, industrie, duurzaamheid en gezondheidszorg. Zo kan biotechnologie in de land- en tuinbouw helpen om mondiale vraagstukken op te lossen. Bijvoorbeeld het tekort aan voedsel. Biotechnologie kan zorgen voor gewassen die bestand zijn tegen ziekten en droogte. De ontwikkeling van aardappels die resistent zijn tegen de aardappelziekte kunnen bijvoorbeeld leiden tot minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

De overheid wil zulke kansen benutten en stimuleert biotechnologie. Daarom zijn er voor ondernemers subsidieregelingen voor research en development.

Risico’s genetisch gemodificeerde organismen

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) kunnen ook risico’s geven. Zij kunnen misschien allergieën veroorzaken of nuttige insecten schaden. Buiten het laboratorium bestaat in theorie een kans dat ggo’s zich vermenigvuldigen en andere gewassen verdringen.

Bij de toepassingen van biotechnologie mag de veiligheid van mens, dier en milieu niet in gevaar komen. Daarom zijn er strenge wetten en regels voor onderzoek en toepassing van biotechnologie. Wie wil werken met ggo’s moet daarom een vergunning aanvragen.

Beoordeling genetisch gemodificeerde gewassen

De volgende organisaties beoordelen de risico’s van gg-gewassen voor mens, dier en milieu: