Uitbreiding arbeidsvoorwaarden gedetacheerde EU-werknemers vanaf 30 juli

Gedetacheerde EU-werknemers die langer dan 12 maanden in Nederland werken, hebben vanaf 30 juli 2020 recht op extra arbeidsvoorwaarden. Werkgevers mogen die periode verlengen tot 18 maanden. Uitzendkrachten krijgen de extra arbeidsvoorwaarden direct.

Meer arbeidsrechten na 12 tot 18 maanden detachering

Per 30 juli krijgen werknemers na 12 maanden detachering meer arbeidsrechten. Zij hebben dan, naast de arbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde werknemers uit de EU, recht op alle Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Alleen niet op aanvullend pensioen en op bescherming bij ontslag.

Werkgever mag periode verlengen tot 18 maanden

Een werkgever mag deze periode van 12 maanden verlengen tot maximaal 18 maanden. Tijdens de verlenging gelden voor de werknemer alleen de arbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde EU-werknemers. Daarna gelden automatisch alle Nederlandse arbeidsrechten.

Direct alle Nederlandse arbeidsrechten voor EU-uitzendkrachten

Voor uitzendkrachten uit de EU die in Nederland werken, hebben gelijk recht op alle Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Alleen niet op  aanvullend pensioen en bescherming bij ontslag. Voor uitzendkrachten geldt dus geen ‘wachttijd’ van 12 maanden.

Geldt de cao voor uitzendkrachten voor het bedrijf waar de buitenlandse uitzendkracht werkt? Dan heeft de uitzendkracht ook recht op alle arbeidsvoorwaarden uit deze cao. Alleen niet op aanvullend pensioen en bescherming bij ontslag.

Detachering loopt door bij vervangen werknemer

Vervangt een buitenlandse werkgever een werknemer, dan geldt dat als 1 detachering. En krijgt de vervanger eerder dan 12 maanden alle Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Het moet wel gaan om hetzelfde werk op dezelfde detacheringsplek.

Vergoeding gemaakte kosten voor detachering

Vanaf 30 juli 2020 moeten werkgevers in de administratie duidelijk maken welke kosten voor detachering zij aan werknemers hebben vergoed. Bijvoorbeeld:

  • reiskostenvergoeding;
  • verblijf, bijvoorbeeld huur;
  • maaltijden.

Werkgevers moeten vastleggen welk deel van het uitbetaalde geld het loon is en welk deel de onkostenvergoeding. Zodat duidelijk is dat de werknemer het minimumloon krijgt volgens de wet of de cao, en dat de onkostenvergoeding daar bovenop komt.