Mondkapjes in het onderwijs

Vanaf 1 december 2020 is het voor leerlingen en onderwijspersoneel verplicht om op alle scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs een mondkapje te dragen buiten de les. Voor het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs geldt dat mondkapjes niet nodig zijn. 

Basisonderwijs

Hoe zit het met mondkapjes in het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs?

Voor het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs geldt dat mondkapjes niet nodig zijn. Bij jonge kinderen is de kans op besmetting klein en zijn de risico’s beperkt. Er zijn duidelijke afspraken wanneer je als onderwijspersoneel of leerling thuis blijft. Ook zijn er duidelijke afspraken over de 1,5 meter afstand, dit is alleen tussen volwassen verplicht.

Lees meer over de regels in het basisonderwijs.

Voortgezet onderwijs

Voor leerlingen en onderwijspersoneel is het verplicht om op alle scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs een mondkapje te dragen buiten de les.

In het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs moeten leerlingen, studenten, leraren en ander personeel een mondkapje dragen als zij zich door het schoolgebouw bewegen. Het mondkapje kan af tijdens de les, wanneer leerlingen een vaste zit- of staanplaats hebben. Een docent hoeft geen mondkapje op in de klas, zolang er 1,5 meter afstand gehouden kan worden. Gym, zang, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs zijn uitgezonderd van de mondkapjesplicht.

Bij de beroepsgerichte vakken in het vmbo en de praktijkvakken in het praktijkonderwijs wordt wel een mondkapje dringend geadviseerd in de les. Dit geldt voor specifieke lessituaties waar de 1,5 meter afstand tussen leerling en onderwijspersoneel niet te waarborgen is. Dit geldt alleen als het mondkapje de veiligheid van de lessen niet in gevaar brengt.

Uitzonderingen op de mondkapjesplicht in het voortgezet (speciaal) onderwijs

Alle leerlingen moeten buiten de les een mondkapje dragen, met uitzondering van leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld kunnen raken.

Hierbij moet gedacht worden aan leerlingen van wie de ademhaling te veel belemmerd wordt vanwege een longaandoening of aan leerlingen die vanwege een verstandelijke beperking of psychische aandoening ontregeld raken als zijzelf een mondkapje dragen.

Het is aan de schoolleiding in het voortgezet speciaal onderwijs om in overleg met de (G)MR te bepalen voor welke situaties het dragen van een mondkapje reëel is.

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten)

Per 1 december is iedereen in het mbo en hoger onderwijs verplicht om buiten de lessen een mondkapje te dragen. Deze verplichting geldt in en rond de onderwijsinstelling en op andere locaties waar een onderwijsactiviteit wordt georganiseerd (bijvoorbeeld een praktijklokaal of examenlocatie buiten de school).

In sommige situaties kan het ook verplicht zijn om tijdens de les een mondkapje te dragen, bijvoorbeeld bij praktijklessen. Tijdens sommige praktijklessen is het onmogelijk om altijd 1,5 meter afstand te houden. Bijvoorbeeld bij de opleiding Verpleegkunde. Instellingen volgen per opleiding de adviezen van de beroepssector over de uitzondering op de 1,5 meter afstand. In dat geval draagt iedereen een mondkapje.

Uitzonderingen op de mondkapjesplicht in het mbo en hoger onderwijs

  • Studenten en personeel hoeven geen mondkapje te dragen op het moment dat zij op een vaste zit- of staanplaats deelnemen aan een onderwijsactiviteit. Studenten kunnen hun mondkapje dus afdoen in de les zodra zij op 1,5m afstand van elkaar zijn gaan zitten.
  • Als het dragen van een mondkapje een belemmering vormt voor de onderwijsactiviteit, is een mondkapje niet verplicht. Hiervan kan in ieder geval sprake zijn bij lichamelijke opvoeding, zang, toneel en dans. Of bij praktijkonderwijs waarbij het mondkapje een belemmering vormt. In dat geval kan de school voor (alternatieve) veiligheidsmaatregelen aansluiten bij de regels die gelden voor het werkveld en die bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de brancheprotocollen: https://www.mijncoronaprotocol.nl.
  • Een uitzondering op de mondkapjesplicht geldt ook voor personen die vanwege een beperking of ziekte geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld kunnen raken. Voorbeelden zijn personen die een verminderde arm-of handfunctie hebben en daardoor geen mondkapje op kunnen zetten, personen van wie de ademhaling te veel belemmerd wordt vanwege een longaandoening en personen met zintuiglijke beperkingen die gebarentaal spreken. Personen die zich beroepen op de uitzondering, zullen de beperking of ziekte aannemelijk moeten maken als de instelling of een toezichthouder hierom vraagt.

Eisen aan het mondkapje

Een mondkapje hoeft niet van medische kwaliteit te zijn, maar dient wel de mond en de neusgaten volledig te bedekken. Het mondkapje moet tot doel hebben de verspreiding van virussen en andere ziektekiemen tegen te gaan. Dit betekent dat een sjaal of bandana geen mondkapje is. Ook een spatscherm is geen mondkapje. Dit bedekt immers de mond en neusgaten niet volledig.