Bestrijding van Jeugdwerkloosheid

Jongeren hebben veel last van de coronacrisis. Ze hebben vaker een flexibel contract. Bovendien werken veel jongeren in sectoren die hard zijn getroffen door de crisis zoals de horeca. Voor schoolverlaters betekent de afnemende werkgelegenheid minder kansen op een eerste baan. Dit alles zien we terug in de werkloosheidscijfers. Vooral onder jongeren loopt de werkloosheid snel op. Hoewel jongeren goed kunnen herstellen van kortdurende werkloosheid, is het belangrijk om langdurige werkloosheid te voorkomen.

De aanpak bestrijding jeugdwerkloosheid, van het kabinet, bestaat uit de volgende onderdelen:

Ondersteuning vanuit SZW en OCW bij de regionale aanpak

Regio’s krijgen van SZW en OCW ondersteuning bij het vormgeven van hun regionale aanpak en bij kennisuitwisseling. Dit najaar wordt hiermee een start gemaakt. Hierbij zullen ook de koepels van scholen en gemeenten een rol vervullen. Over de verdere opzet en de voortgang van de aanpak jeugdwerkloosheid blijven SZW en OCW in gesprek met alle landelijke partners.

De verdeling aanpak jeugdwerkloosheid ziet er als volgt uit:

  • Ondersteuning van schoolverlaters uit het mbo van afgelopen schooljaar met een grote kans op werkloosheid:
    • € 5 miljoen in 2020 voor centrumgemeenten, zodat gemeenten kunnen zorgen voor nazorg.
    • € 9 miljoen in 2021 voor centrumgemeenten, zodat gemeenten jongeren zonder uitzicht op werk kunnen ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding heeft afgerond met weinig kans op werk.
  • Voor het ondersteunen van mbo-ers met een grote kans op werkloosheid die komend schooljaar uitstromen:
    • € 24,5 miljoen in 2021 voor mbo-scholen voor het bieden van extra begeleiding gericht op doorleren dan wel de overgang naar werk en het verzorgen van nazorg na afstuderen. Op dit moment wordt samen met de MBO Raad gewerkt aan een subsidieregeling. € 18 miljoen in 2021 voor centrumgemeenten, zodat gemeenten al in het laatste schooljaar kunnen starten met de ondersteuning naar werk. Zo kunnen gemeenten de kans benutten om de bol-stage of bbl-leerbaan om te zetten in een baan of in te zetten op een andere leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding doet met weinig kans op werk.
  • Voor het ondersteunen van voortijdig schoolverlaters:
    • € 4 miljoen in 2020 en € 4 miljoen in 2021 voor intensivering van de reguliere taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC).
    • € 13 miljoen in 2021 voor centrumgemeenten, zodat gemeenten voortijdig schoolverlaters - van wie RMC heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is - kunnen ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het post-initieel onderwijs) voor bijscholing als dat hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt vergroten.
  • Voor het ondersteunen van jongeren uit het pro en vso:
    • € 1 miljoen is gereserveerd voor praktijkonderwijs (pro)- en voortgezet speciaal onderwijs (vso)-scholen voor het stimuleren van doorleren en omscholen. Ook voor het inzetten van stages en om in het kader van nazorg tijdelijke banen van net uitgestroomde pro- en vso-ers in samenwerking met gemeenten om te helpen zetten in meer duurzaam werk. Het budget zal in 2021 worden uitgekeerd aan scholen. Het ministerie van OCW beziet nog op welke wijze deze middelen worden verstrekt.
    • Gemeenten kunnen gebruik maken van het budget gekoppeld aan hun wettelijke taak voor het ondersteunen van pro- en vso-ers naar werk, van ESF-middelen en van de extra € 17 miljoen die halverwege 2020 via een decentralisatie-uitkering beschikbaar is gesteld voor deze groep.